The Daily Newsstand · Free, Always
Sunday, October 11, 2026

Vorst huldigt art deco gemeentehuis in na jarenlange renovatie

Translate

In 2016 werd de renovatie van de buitengevel afgerond. Die restauratie kostte meer dan zeven miljoen euro. In 2024 werd de tweede fase van de renovatie afgerond, waarbij de binnenruimten werden aangepakt. De gemeentediensten konden toen opnieuw hun intrek nemen in het gebouw, al moesten verschillende ruimtes nog worden gerestaureerd.

Zaterdag werd het gemeentehuis officieel ingehuldigd. Burgemeester Charles Spapens (PS), Brussels minister van Plaatselijke Besturen Ahmed Laaouej (PS) en verschillende schepenen waren aanwezig om het lint door te knippen. De gemeente hoopt in de toekomst ook de omgeving van het gemeentehuis verder op te knappen.

Filmscènes

Na de inhuldiging kregen bezoekers de kans om de gerenoveerde ruimtes in het gemeentehuis te ontdekken, waaronder de zolder. Verschillende gidsen gaven toelichting bij de geschiedenis en de architectuur in het Nederlands en het Frans.

“Dit is een mooie gelegenheid voor de Vorstenaren om dit gebouw, dat deel uitmaakt van ons dagelijks leven, op een andere manier te ontdekken”, aldus burgemeester Charles Spapens (PS).

In het begin van de twintigste eeuw besliste Vorst, na een sterke bevolkingsgroei, om het neoclassicistische gemeentehuis te vervangen. De Vorstse architect Jean-Baptiste Dewin, die het Sint-Pietersziekenhuis ontwierp, kreeg daarom in 1925 de opdracht om een nieuw gebouw te ontwerpen.

Het project werd echter verschillende keren uitgesteld, onder andere door de economische crisis van 1929. In 1938 werd het gemeentehuis in gebruik genomen.

Het gemeentehuis is sinds 1992 beschermd als monument en diende zelfs al als decor voor verschillende films. Zo werd er in de trouwzaal een scène uit de film JCVD opgenomen met acteur Jean-Claude Van Damme. De trouwzaal werd toen tijdelijk omgetoverd tot een rechtszaal in Los Angeles.

View the original on Bruzz →

KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.