Volwassenen overwegend positief over lhbti'ers, welzijn sommige groepen 'zorgelijk'

In grote lijnen zijn de opvattingen van volwassen Nederlanders over bijvoorbeeld homoseksualiteit ongewijzigd ten opzichte van twee jaar geleden. Wel zijn er grote verschillen tussen de afzonderlijke lhbti+-groepen. Bovendien loopt het welzijn van de groepen sterk uiteen.
Dat blijkt uit de tweejaarlijkse Lhbtiqa+monitor van Movisie, Panteia en Ipsos I&O. In september kwam uit ander onderzoek naar voren dat de acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren de afgelopen vier jaar is afgenomen. Dat onderzoek was uitgevoerd onder jongeren tussen de 12 en 16 jaar.
Hoewel over homoseksualiteit nog altijd overwegend positief wordt gedacht (84 procent), is er wel een lichte verschuiving zichtbaar. In vergelijking met twee jaar geleden denken iets meer respondenten 'neutraal' over deze groep in plaats van 'positief'. Het aandeel respondenten dat negatief oordeelt over homoseksualiteit is stabiel gebleven (4 procent).
Ook de opvattingen over andere groepen zijn in grote lijnen gelijk gebleven als je ze vergelijkt met twee jaar geleden. Dat er over het algemeen weinig is veranderd, vindt onderzoeker Karijn van den Berg van Movisie zorgwekkend. "De opvattingen over bijvoorbeeld homoseksualiteit zijn over het algemeen positief, maar dat geldt veel minder voor intersekse, transgender en non-binaire personen", aldus de onderzoeker.
Wanneer je inzoomt op groepen, zijn er wel degelijk veranderingen zichtbaar. Zo vond 65 procent van de ondervraagden seks tussen twee mannen "niet walgelijk" in 2024, waar dat aantal nu is gedaald naar 60 procent. Bovendien heeft ruim een kwart van de respondenten "moeite met" zoenen in het openbaar, voornamelijk als het om twee mannen gaat. Dat gold twee jaar geleden nog voor ongeveer een vijfde van de Nederlanders.
Het onderzoek laat ook zien dat transgender, non-binair en biseksueel zijn relatief vaak als modeverschijnsel wordt gezien door de ondervraagden. Dat baart de onderzoekers zorgen. Ook zorgwekkend vinden ze dat veel respondenten geen relatie willen met transgender-, non-binaire, biseksuele, aseksuele of intersekse personen.
Een andere conclusie van de onderzoekers is de gebrekkige kennis over aseksuele, non-binaire en intersekse personen. Veel vragen over deze groepen worden niet beantwoord door de respondenten. Ze geven vaak aan het antwoord niet te weten of er nog nooit over nagedacht te hebben. "Deze bevinding laat zien dat de kennis over en het begrip, of de erkenning van deze groepen personen in de Nederlandse samenleving, nog redelijk beperkt is", is te lezen in het rapport.
De onderzoekers hebben niet alleen gekeken naar de opvattingen van Nederlanders over de afzonderlijke lhbti+-groepen. Ze hebben ook het welzijn van die groepen zelf in kaart gebracht. Ook daar zijn de verschillen tussen de groepen groot, blijkt uit het rapport.
Waar de leefsituatie van homoseksuele personen doorgaans vergelijkbaar is met die van hetero's, is die van intersekse, transgender en non-binaire personen zorgelijk te noemen, is te lezen. Zo hebben zij vaker te maken met depressie, suïcidale gedachten, financiële problemen en discriminatie, blijkt uit een peiling onder deze groepen.
"Heel opvallend" noemt onderzoeker Van den Berg deze grote verschillen in welzijn tussen de onderzochte groepen. "We zien tussen bijvoorbeeld homoseksuele en transgender mensen echt een kloof, zowel qua acceptatie als qua welzijn."
De onderzoekers doen een aantal aanbevelingen aan het kabinet. Zo adviseren ze onderwijs en voorlichting over seksuele en genderdiversiteit. Ook raden ze aan om aandacht te besteden aan online haat en desinformatie over lhbti+-personen in lessen over mediawijsheid. Aandacht voor de onderzochte groepen in beroepsopleidingen zorg en welzijn en meer ruimte voor inclusief beleid bij de overheid zijn andere adviezen.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.