VUB-professor over i-Police-zaak: wat zegt de wet over het onderzoeksgeheim?

De woordvoerder van minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) en de Nederlandstalige woordvoerster van het Brusselse parket zijn in verdenking gesteld in het dossier rond i-Police. Dat berichtten Le Soir en De Standaard op dinsdag. Ze worden verdacht van betrokkenheid bij een poging om vertrouwelijke informatie over het onderzoek te verkrijgen of te delen.
Volgens juriste en professor Sofie Royer, verbonden aan de VUB, laat de wet weinig ruimte voor uitzonderingen. "Het geheim van het onderzoek is eigen aan het inquisitoire karakter van het strafonderzoek", zegt ze. "Het Openbaar Ministerie moet de waarheid aan het licht brengen en voert daarvoor, onder meer via de politie, een onderzoek dat in beginsel geheim verloopt. Pas wanneer de zaak voor de rechtbank komt, kunnen de partijen zich ten volle uitspreken en tegenbewijs aanbrengen.
Tijdens de onderzoeksfase mogen het Openbaar Ministerie en de onderzoeksrechter in principe geen vertrouwelijke informatie vrijgeven. De wet voorziet wél in enkele uitzonderingen, laat Royer weten. Zo kan een verdachte of een slachtoffer dat zich benadeelde of burgerlijke partij stelt, onder bepaalde voorwaarden inzage vragen in het strafdossier. Ook kan het parket in gevoelige zaken informatie aan de pers geven als er een openbaar belang is. Daarbij moet het rekening houden met onder meer de privacy en de rechten van verdediging.
Dat het parket in het algemeen belang informatie aan de pers mag geven, betekent dus niet dat het die informatie ook met een kabinetsmedewerker mag delen. "Een woordvoerder van een ministerieel kabinet is geen journalist", zegt Royer.
Contact met het parket
De zaak ligt extra gevoelig, omdat Verlinden minister van Justitie is, zegt Royer. "Zij bepaalt mee het justitiebeleid, maar mag zich niet mengen in concrete strafonderzoeken. Het is wel logisch dat er contacten zijn tussen het OM en Justitie, maar niet over concrete dossiers."
De minister kan op verschillende manieren invloed uitoefenen op haar beleidsdomein. "De minister van Justitie heeft een positief injunctierecht. Onder bepaalde wettelijke voorwaarden kan ze het parket vragen om een strafvervolging in te stellen. Ze mag zich echter niet mengen in een lopend onderzoek of vertrouwelijke informatie daarover opvragen", zegt Royer.
Extra onderzoek nodig
Het parket wil niet bevestigen of ontkennen dat zijn woordvoerster vertrouwelijke informatie heeft gedeeld. Een nieuw gerechtelijk onderzoek moet duidelijk maken wat er precies is gebeurd. Daarna beslist de raadkamer over de verdere afhandeling van de zaak.
Volgens Royer zijn er op het eerste gezicht geen bijkomende controlemechanismen nodig. "Als uiteindelijk blijkt dat er gelekt is en iemand voor de rechter komt, dan is dát het controlemechanisme".
Welke straffen riskeren de betrokkenen? "Sinds 1 september geldt het nieuwe Strafwetboek. Dat voorziet voor de schending van het geheim van het onderzoek in een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar, naast alternatieve straffen, zoals elektronisch toezicht of een werkstraf van maximaal 300 uur," zegt Royer.
De zaak leidt intussen ook tot politieke vragen. De MR, een meerderheidspartij in de federale regering, wil een onderzoekscommissie naar de zaak. Eerder vroegen ook Vlaams Belang en Groen om meer duidelijkheid.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.