Heeft het PS-beleid onze hoofdstad echt veiliger gemaakt?

Een nieuwe maand, een nieuw politiek schandaal. En weer brengt het de PS in verlegenheid. Kamerlid Dennis Ducarme (MR) ging met een kam door de uitgaven aan de lokale besturen voor preventie, waarvoor elk jaar in 20 miljoen euro wordt voorzien vanuit het federale niveau, via het Fonds voor Europese Topontmoetingen.
Ducarme stelde tot zijn verbijstering vast dat het geld voor allerlei projectjes werd ingezet, die, volgens hem, nog weinig met veiligheid te maken hebben, zoals een mobiele wasserette voor daklozen, drinkfonteintjes, socialecohesieprojecten in de sociale woonblokken of maaltijden aan daklozen. Er zou ook geld zijn gegaan naar een trip naar Disneyland.
Het was goed voor een een-tweetje in de Kamer. Ducarme ondervraagt de minister van Binnenlandse Zaken en partijgenoot Bernard Quintin (MR). De toon was gezet: het geld moet naar veiligheid gaan, en niet naar vage preventieprojecten die meer weg hebben van sociaal beleid. Nieuw is de discussie niet. Al sinds 2020 stelt N-VA in het Brussels parlement serieuze vragen bij de besteding van de preventiemiddelen van dat Fonds. Toen al riepen bepaalde uitgaven vragen op.
Het Fonds werd in 2001 opgericht , nog onder premier Guy Verhofstadt (Anders) en was bedoeld voor de versterking van de veiligheid in de Europese wijk met het oog op de topontmoetingen die door de Europese Raad in Brussel zouden worden gehouden.
Vandaag gaat 35 miljoen euro naar de zes politiezones, onder meer voor de beveiliging van de Europese wijk tijdens de Europese topontmoetingen, maar er gaat ook jaarlijks 20 miljoen euro verspreid naar de negentien gemeenten. Die kunnen er binnen het kader van het gewestelijk preventiebeleid projecten mee financieren die de sociale cohesie versterken, en zo, in fine, de veiligheid verbeteren. De projecten worden door Safe.brussels goedgekeurd. Dat zal nu verantwoording moeten afleggen, via een audit en wellicht ook parlementaire hoorzittingen over het uitdelen van die middelen.
Het valt alvast op dat de PS er het zwijgen toe doet. Oud-minister-president Rudi Vervoort wenste niet te reageren. Sophie Lavaux van Safe.brussels (met PS-signatuur), zwijgt, en ook de anders erg vocale PS-parlementsleden lieten niet van zich horen. Het is nu afwachten of er een staartje aan komt, en of bijvoorbeeld Brussel middelen zal moeten terugbetalen.
Los van de schandaalsfeer zit er ook een politieke boodschap achter, op een moment dat Brussel kreunt onder het drugsgeweld, en PS en MR elkaar steevast met de vinger wijzen. Voor de PS is het federale niveau de kop van Jut. De MR zet hiermee, weliswaar met voorlopig ongeverifieerde beweringen, de PS in het verdomhoekje. Geld is er wel degelijk genoeg, maar het wordt verkeerd besteed. Volgens minister Quintin moet de 55 miljoen euro van het Fonds alleen naar veiligheid gaan. Daarmee zit hij op de lijn van bijvoorbeeld de politie die al langer vraagt dat dat geld naar haar vloeit, en niet zozeer naar preventie. Daarvoor zal hij wel de Bijzondere financieringswet moeten wijzigen. Daarin staat expliciet dat het geld ook naar preventie gaat.
Brussels minister-president Boris Dilliès (MR), bevoegd voor veiligheid, belooft intussen dat het geld voor preventie meer rigoureus zal worden gecontroleerd. Het moet, samen met andere maatregelen, een grote verandering inluiden in het Brussels veiligheids- en preventiebeleid, en komaf maken met het softe veiligheidsbeleid onder Rudi Vervoort.
Het is ieder geval een uitstekend moment om een kosten-batenanalyse te maken van dat geld dat versnipperd over de negentien gemeenten naar allerlei preventieprojecten is gegaan. Evidencebased. Wat werkt? Wat niet? Die vraag mag gesteld worden in deze budgettair krappe tijden, en op een moment dat de veiligheid in de straten altijd minder gegarandeerd is.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.