Stijging van olieprijs maakt noodhulp duurder: 'Dit kost kinderlevens'


De aanvallen tussen de Verenigde Staten en Iran drijven de olieprijs omhoog. Dat heeft impact op de levering van noodhulp. Hulporganisaties hebben steeds meer moeite om levensreddende middelen op de juiste plek te krijgen, blijkt uit een rondgang van NU.nl.
De hogere brandstofkosten werken door in de prijs van voedsel, medicijnen en levensreddende voeding, meldt hulporganisatie CARE. Zo steeg in Somalië de prijs van therapeutische melk voor ernstig ondervoede kinderen de afgelopen twee jaar van 139 tot 200 dollar. CARE kan nu nog maar 69 dozen kopen met het bedrag waarvoor er twee jaar geleden 100 werden gekocht.
Zo raakt de stijgende olieprijs kinderen in landen die afhankelijk zijn van ontwikkelingshulp. Brandstof is niet alleen nodig voor het vervoeren van voedsel, water en medicijnen, maar ook om generatoren, waterpompen en koelsystemen draaiende te houden. "Als de kosten blijven stijgen en de financiering niet meegroeit, kunnen we minder mensen bereiken", zegt Jojanneke Spoor, hoofd humanitaire hulp bij CARE Nederland.
Ook in Soedan worden de brandstofprijzen verrekend in de prijs van producten. De inkoopkosten stegen dit jaar met 20 tot 50 procent. Daardoor hebben onder meer leveranciers en apotheken moeite om open te blijven en de voorraad op peil te houden.
De olieprijs steeg onlangs opnieuw na een reeks aanvallen tussen de VS en Iran. Brandstof voor containerschepen is sinds het begin van het conflict met 76 procent gestegen. Maar de behoefte aan hulp neemt niet af, zegt Spoor. "Een steeds groter deel van het budget gaat naar transport, waardoor er minder geld overblijft voor directe hulp."
Crisis in Straat van Hormuz 'kost kinderlevens'
UNICEF ziet hetzelfde beeld. "Natuurlijk treft de crisis rond de Straat van Hormuz ons eigen land. Maar een groot deel van de wereld heeft er veel meer last van", zegt Wouter Booij. "Het kost kinderlevens."
De organisatie benadrukt dat het over de hele wereld dagelijks tonnen aan hulpgoederen levert. "Dat is een megalogistieke operatie en die wordt steeds duurder, terwijl de financiering afneemt."
Door de oplopende olieprijs zijn vaccins die van India naar Ethiopië worden verstuurd 50 tot 70 procent duurder. Ook het transport van therapeutische voeding naar Soedan en Gaza kost 30 procent extra, vertelt Booij. "Op die plekken maakt deze voeding het verschil tussen leven en dood."
Die stijgende kosten hebben nu al impact op de noodhulp. "Elke euro die je uitgeeft aan transport kun je niet uitgeven aan bijvoorbeeld therapeutische voeding", zegt Booij. Zo worden in Mali al keuzes gemaakt: gaan we minder kinderen behandelen of gaan we bezuinigen op programma's voor onderwijs?
Ruim 5.000 dollar extra per container
Ook andere hulporganisaties kampen met het probleem. Zo merken het Rode Kruis, Artsen zonder Grenzen en Oxfam Novib dat het leveren van noodhulp duurder wordt.
Het Rode Kruis meldde in april dat schepen moeten omvaren door de crisis in de Straat van Hormuz. "Die omweg kost zo'n 5.000 dollar extra per container." Inmiddels zijn de olieprijzen verder gestegen en is de impact gegroeid, zegt een woordvoerder.
Artsen zonder Grenzen ziet problemen in onder meer Syrië, Somalië en Gaza. Zo trekken lokale hulporganisaties zich terug, omdat de inkoop van goederen voor humanitaire en medische teams niet meer betaalbaar is.
"Om de impact te verminderen, worden de capaciteit voor medische logistiek en brandstofvoorraden in alle projecten versterkt", legt een woordvoerder uit. "We verschepen ook meer goederen vanuit Azië, waar de levertijden korter zijn."
Om een vraag te kunnen stellen dien je in te loggen. Log in of maak binnen 1 minuut jouw gratis account aan.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.