Regisseur Tom Adjibi toont echte woede in nepdocumentaire: 'Banger dan ooit tevoren'

Brusselaar Tom Adjibi put uit zijn ervaringen als zwarte acteur in de geestige mockumentary Ceci n’est pas un film français, waarin humor en zelfspot de stereotypen van de filmindustrie ontmaskeren. De film won de Grand Prix op het BRIFF en loopt vanaf deze week in de bioscoop.
Tom Adjibi werd 39 jaar geleden geboren in Lille, in een Frans-Beninse familie, en woont sinds zijn studie drama aan het Insas in Brussel. Zijn theaterparcours werd gevormd door samenwerkingen met namen als Christiane Jatahy, Tiago Rodrigues, Mercedes Dassy en Milo Rau. In de filmwereld blijkt het een stuk moeilijker. Een bruine huid en kroeshaar volstaan er al te vaak om hem telkens weer dezelfde beperkte rollen aan te bieden: de Arabier, de dealer, de geradicaliseerde moslim of de ‘geassimileerde’ die gered moet worden om deel te kunnen uitmaken van de ‘beschaafde’ wereld.
In plaats van erom te huilen, kiest Adjibi ervoor om ermee te lachen. En in plaats van zich naar die clichés te schikken, schudt hij de boom eens flink door elkaar. In de mockumentary Ceci n’est pas un film français neemt hij zelf plaats voor de camera en speelt hij voor één keer de hoofdrol: die van een stuntelige, soms gênante maar tegelijk aandoenlijke filmmaker die een documentaire wil maken over de positie van acteurs met een etnische achtergrond in België, Frankrijk en Europa. De film houdt ergens het midden tussen de cultklassieker C’est arrivé près de chez vous, de politieke en poëtische kracht van de documentaires van Alice Diop en de vlijmscherpe satire van Jean-Pascal Zadi in Tout simplement noir.
"Van minderheden verwacht men een bepaald soort identiteitscinema, alsof er een vast pakket eisen is waaraan ze moeten voldoen. En niets anders"
Acteur en filmmaker
Ceci n’est pas un film français is Tom Adjibi’s komische manier om zijn frustratie te uiten over een filmwereld die gevangen blijft in haar oude reflexen, ergens tussen racistische clichés en oppervlakkige goede bedoelingen. Met een kleine technische ploeg van studenten - want als documentairemakers goed betaald werden, zou iedereen dat wel weten - trekt de antiheld op pad voor gesprekken met zwarte, Arabische, Aziatische en gemengde acteurs, onder wie Daphné Huynh, Salim Djaferi, Réhab Mehal en Mélissa Diarra. Vastbesloten om genoeg verhalen over hun moeilijkheden te verzamelen om zijn punt te bewijzen.
Maar het voorgekauwde scenario, dat nochtans ideaal lijkt om overheidssubsidies binnen te halen, botst al snel op de werkelijkheid. De geïnterviewden laten zich niet zomaar voor zijn kar spannen en de opnames ontsporen. Uiteindelijk wordt hij zelfs de deur gewezen, met als verwijt dat hij "zijn eigen witte blik niet heeft gedeconstrueerd."
Lachen om te overleven
Op het scherm is het wankele karakter van de onderneming net wat het verhaal zo bijzonder maakt. Bij elke scène verwacht je dat de boel op het punt staat volledig te ontsporen, maar juist die onzekerheid zorgt voor de humor. Wanneer hij met zijn rug tegen de muur staat, kiest de maker liever voor humor dan voor een belerend vingertje.
"Ik trek een deel van mijn persoonlijkheid tot het uiterste om er de draak mee te steken", vertelt Tom Adjibi, die in het echte leven veel meer met beide voeten op de grond staat dan zijn fictieve alter ego. Een film maken gaat gepaard met een zee aan twijfels die de eindmontage doorgaans zorgvuldig wegwerkt. Adjibi kiest er juist voor ze voluit te tonen. "Het is belangrijk om je kwetsbaar op te stellen, om te laten zien dat je niet altijd zeker bent van jezelf. Humor is mijn taal. Ik gebruik hem om ervoor te zorgen dat mijn woede wordt gehoord. Soms ben ik zelf moeilijk te bereiken wanneer iemand zijn woede heel radicaal uit, ook al deel ik die woede. Misschien zorgt lachen ervoor dat je beter wordt gehoord." Het is ook een overlevingsstrategie, "tegen het geweld van de wereld en het racisme."
©
Sophie Soukias
Hoewel de film fictie is, ontstaat er meteen verwarring over waar de grens tussen werkelijkheid en spel ligt. De acteurs met een etnische achtergrond die Tom Adjibi om zich heen verzamelde, spelen er - met zoveel vrijheid als ze zelf willen nemen - met veel humor en opvallende authenticiteit hun eigen rol. De camera registreert een elektrische aanwezigheid en roept tegelijk de centrale vraag op: waarom doet de filmwereld zo weinig een beroep op dit talent?
Daar zit precies de kracht van de film-in-de-film. De acteurs zijn uitgenodigd om te vertellen over hun ondervertegenwoordiging, maar groeien uit tot de echte sterren van de film. Ze nemen hun eigen verhaal weer in handen en schetsen mogelijke films van de toekomst die je maar al te graag werkelijkheid zou zien worden. Zoals het idee van danser en acteur Habib Ben Tanfous: een jonge sterdanser van de Parijse opera die over superkrachten beschikt en door de tijd kan reizen om te voorkomen dat zijn ouders naar Frankrijk emigreren - met het risico daarmee ook zijn eigen roeping uit te wissen. Nu nog een producent vinden …
Met zijn film probeert Tom Adjibi op ironische wijze de kloof bloot te leggen tussen de filmindustrie en de kunstenaars die erin werken. Van een schrijversresidentie aan zee, waar de filmmaker als enige zwarte deelnemer stuit op de oorverdovende stilte van zijn collega’s, tot een producent die in paniek raakt bij het zien van een cast zonder één enkele bekende naam die publiek kan lokken: het project zit vol pijnlijke momenten van eenzaamheid.
"Er zijn zoveel plekken in Brussel die me er op een harde manier aan herinneren waarom deze film er moest komen"
Tom Adjibi
Acteur en filmmaker
Precies dat gevoel - niet gehoord of begrepen te worden - zette Tom Adjibi ertoe aan zijn film te maken. In het voorjaar van 2020, tijdens de lockdown, werd hij in Brussel "drie keer in twee weken" door de politie gecontroleerd. "De manier waarop ze me behandelden, had heel slecht kunnen aflopen", herinnert hij zich. "Ik voelde de woede oplopen. Sommige mensen in mijn omgeving, die nochtans goede bedoelingen hadden, begrepen niet hoezeer ik ermee zat. Die gebeurtenis was een echte wake-upcall."
Het gebeurde in het Jubelpark, vlak bij het Monument voor de Belgische pioniers in Congo, een imposant koloniaal bouwwerk dat midden in de Europese hoofdstad staat. "Er zijn zoveel plekken in Brussel die me er op een harde manier aan herinneren waarom deze film er moest komen."
Liever opstappen
"Het beeld dat scenarioschrijvers hebben van wat mensen met een etnische achtergrond vertegenwoordigen, daar herkennen wij ons niet in", stelt hij resoluut. Die neiging om mensen in een hokje te duwen speelt ook achter de camera. "Als een regisseur me Afrikaanse roots een film maakt over bergwandelaars in de Alpen, zullen financiers hem nog altijd vragen: 'Maar zou je het niet liever over jezelf hebben?' Van minderheden verwacht men een bepaald soort identiteitscinema, alsof er een vast pakket eisen is waaraan ze moeten voldoen. En niets anders."
Daar komt het voortdurende vermoeden van onrechtmatigheid bij dat iedereen achtervolgt die het glazen plafond probeert te doorbreken. "Mensen met een etnische achtergrond die carrière maken, en vrouwen die vooraan staan, moeten voortdurend bewijzen dat ze hun plek verdienen en dat ze niet gewoon als token zijn binnengehaald om het diversiteitsvakje af te vinken."
Een vaststelling die ook buiten de landsgrenzen weerklank vindt in het tragische lot van Jason Arday, die de jongste zwarte hoogleraar ooit werd met een leerstoel aan de Universiteit van Cambridge, maar deze zomer overleed nadat hij het doelwit was geworden van een mediatieke en academische heksenjacht. "Dit soort meedogenloze aanvallen is dagelijkse kost, geen uitzondering", zegt de filmmaker zacht.
Hij erkent dat Black Lives Matter culturele instellingen - met de theaterwereld voorop - ertoe heeft aangezet zichzelf kritisch onder de loep te nemen. Toch weigert Adjibi zich in slaap te laten sussen door die vooruitgang. "De kunstwereld is zich inderdaad meer bewust geworden, maar we leven in een afgesloten bubbel. Je hoeft maar naar buiten te kijken: de Franse verkiezingen komen eraan, extreemrechts staat voor de deur, de traditionele rechterzijde volgt die koers, en de cultuur krijgt te maken met bezuinigingen, alsof ze voor haar vooruitgang wordt gestraft. Ik ben bang. Banger dan ooit tevoren", vertelt hij.
"Als ik mezelf moet verloochenen om films te maken die zich onderwerpen aan een systeem waar ik niet achter kan staan, dan stap ik op. En heel concreet: ik bereid me daar al op voor."
Ceci n’est pas un film français speelt vanaf 16/9 in de Brusselse zalen
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.