Nys slaat zijn slag op de trap in Zeddam en herovert Europese titel veldrijden
Thibau Nys heeft voor de tweede keer de Europese titel veldrijden veroverd. Twee jaar na zijn eerste grote titel, toen in Benidorm, was de 23-jarige Belg zondagmiddag duidelijk de sterkste in Zeddam.
Nys neemt de Europese kampioentrui over van zijn landgenoot Toon Aerts, die door een knieblessure zijn titel niet kon verdedigen.
Achterhoeker Joris Nieuwenhuis was in zijn 'thuiswedstrijd' met de vierde plaats de beste Nederlander, achter een voltallig Belgisch podium. "Ik dacht dat ik hem had, maar... net niet", baalde Nieuwenhuis na de sprint om de derde plaats.
Onderweg genoot hij van het thuispubliek. "Oorverdovend, echt heel gaaf. Het podium halen had het echt compleet gemaakt. Morgen ben ik tevreden, maar vandaag baal ik."
Wyseure, Europees kampioen Nys en Vandeputte op het podium
Slide 1 van 2
Nys en Michael Vanthourenhout, de twee grote Belgische favorieten, raakten in de eerste ronde op achterstand. Onder aanvoering van de Spanjaard Felipe Orts reed een groep van acht man vooruit op het parcours met als scherprechter een trap met 99 treden.
Nieuwenhuis zat mee en ook Mees Hendrikx en Ryan Kamp lieten zich zien. Kamp probeerde te ontsnappen, maar kwam niet ver.
Nys wel. Na een vroege fietswissel, uit onvrede over zijn bandenkeuze, sloeg hij een gaatje.
De zoon van tweevoudig wereldkampioen Sven Nys kreeg gezelschap van Joran Wyseure en Kevin Kuhn. De Zwitser Kuhn moest in de zevende ronde, van in totaal negen, lossen. In de slotronde nam Nys een voorsprong met een snelle beklimming van de trap.
Thibau Nys neemt afstand met een sprint op de trap
Joris Nieuwenhuis
Slide 1 van 2
Met de fiets om de schouder stoof hij omhoog. "Ik heb alles op die trap gezet, in de hoop daar twee, drie seconden te pakken", zei Nys na afloop.
Wyseure kreeg dat gaatje niet meer gedicht en zag Nys juichend over de streep komen. Niels Vandeputte klopte Nieuwenhuis in het sprintje om de derde plaats.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.