Tien jaar na Hirak-protesten in Marokko: de straten zijn stil, de onvrede blijft


De roep om ziekenhuizen, een universiteit, maar vooral ook waardigheid klonk tien jaar geleden luid door de straten van Al Hoceima.
Maandenlang gingen duizenden mensen de straat op om een einde te maken aan de achterstelling van hun regio, in het Rifgebied in het noorden van Marokko. De protestbeweging, bekend als de Hirak, groeide uit tot een van de grootste volksbewegingen in het land in jaren.
In het voorjaar van 2017 werd met harde hand een einde gemaakt aan de protesten. De voornaamste betogers, onder wie Hirak-leider Nasser Zefzafi, verdwenen in de gevangenis.
Een decennium later blijkt dat de eisen van de Hirak-beweging nog altijd springlevend zijn. Ook toen de gen Z-beweging vorig jaar de straat op ging, klonk er de roep om meer goede ziekenhuizen en scholen. Maar ook de aanpak van de overheid bij deze protesten bleek niet te zijn veranderd: er volgde repressie.
De dood van Mohsin Fikri
Het centrale plein in de stad Al Hoceima, dat is vernoemd naar de huidige koning Mohammed VI, is de plek waar de Hirak-beweging begon. Waar het plein er nu verlaten bij ligt omdat het toeristenseizoen is afgelopen, stond het er eind oktober 2016 stampvol met woedende Riffijnen.
De dood van visverkoper Mohsin Fikri was de directe aanleiding. Hij kwam om het leven in de pers van een vuilniswagen toen hij probeerde te voorkomen dat de autoriteiten zijn in beslag genomen partij zwaardvis van 500 kilo zouden vernietigen. Zijn dood leidde tot een golf van woede en verontwaardiging.
De inmiddels 24-jarige Lina kan zich nog goed herinneren dat zij de dag na de dood van Fikri zich met haar klasgenoten aansloot bij het protest op het Mohammed VI-plein. "De dag na de dood van Mohsin Fikri gingen we gewoon naar school. Onze docent zei toen: 'Wat doen jullie hier? Ga naar buiten en eis gerechtigheid.'"
Volgens Zohra Koubia van de mensenrechtenorganisatie AMDH wordt Fikri zeker in het Rifgebied nog altijd gezien als een martelaar. Zolang de autoriteiten geen verantwoording afleggen over zijn dood, blijft de pijn in de Rif voortduren, vertelt Koubia.
Vrijlating gevangenen
Ook pleit ze voor de vrijlating van zes prominente Hirak-leiders die nog altijd in de gevangenis zitten. "Ook al komen zij morgen weer vrij, hun levens zijn compleet verwoest", zegt de activiste. De bekendste van deze gevangenen is Nasser Zefzafi. Hij zit een gevangenisstraf van twintig jaar uit.
Activist Mohamed Jelloul is een van de andere Hirak-leiders in hechtenis. Voor zijn 75-jarige moeder Rhimou Saidi zijn de protesten daardoor nog altijd een open wond. Jelloul was juist vrijgekomen na een celstraf van vijf jaar vanwege activistische praktijken. Amper zes maanden later werd hij voor zijn aandeel in de Hirak-beweging opnieuw veroordeeld, nu tot tien jaar.
"Mijn zoon Mohamed is een echte man", zegt zijn moeder. "Hij was geen nietsnut. Hij wilde dat zijn land vrij zou zijn. Dat we hier betere voorzieningen zouden hebben. Dat we net zoals Europa zouden zijn."
Hogra
Omdat de Hirak-gevangenen de afgelopen jaren regelmatig werden overgeplaatst naar gevangenissen verspreid over het land, heeft Jellouls moeder samen met de ouders van de andere gevangenen vanuit Al Hoceima veel vermoeiende reizen gemaakt om haar zoon te kunnen bezoeken.
Gezien alle ontberingen vat Saidi de situatie samen als 'hogra'. Dit is het woord dat wordt gebruikt voor repressie en vernedering vanuit de staat. "Ik word vooral geteisterd door hogra, net als de Rif in zijn geheel. Maar ik zeg altijd: God is voor mij genoeg en Hij is de beste beschermer."
Magere vooruitgang en snellere repressie
Zohra Koubia van mensenrechtenorganisatie AMDH is pessimistisch over de vooruitgang die er in Al Hoceima is geboekt sinds de Hirak-protesten. "Jonge mensen trekken hier weg. We hebben wel een ziekenhuis gekregen. Maar dan alleen de muren en de machines."
Volgens Koubia is er in de reactie van de overheid op de protestgolven in Marokko van de afgelopen vijftien jaar een verontrustende trend op te merken. "Na de protesten in 2011 tijdens de Arabische Revolutie was er nog optimisme. De eisen van de protestbeweging werden snel ingewilligd. De Hirak-protesten duurden zeven maanden, daarna volgde de repressie. En bij de gen Z-beweging werd er nog veel sneller ingegrepen. Zij kregen niet eens de kans om adem te halen."
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.