Graffiti op een gevel in Sint-Gillis: 'Hadden ze niets mooier kunnen tekenen?'

“Wees eerlijk: vind jij dat nu mooi?” vraagt Bruno Jacky (57) retorisch over de graffiti op zijn gevel. Op het rolluik staan drie dikke blauwe letters die wit omlijnd zijn. Ze zijn over twee kleinere tags gespoten. “Ik vind het affreux. Als ik de persoon die dat heeft gedaan te pakken krijg ...”
Hij haast zich om te zeggen dat hij niet gewelddadig is. Bruno heeft zijn geblokte figuur te danken aan zijn militaire carrière en speelt zijn energie kwijt door te zwemmen, te kickboksen en te parachutespringen. Die laatste hobby houdt hij over aan zijn tijd bij de speciale eenheden in Frankrijk. “Ik had nood aan adrenaline. Maar zeventien jaar geleden had mijn lichaam er genoeg van, en ben ik op pensioen gegaan.”
Daarna maakte Bruno een grote omslag in zijn leven, en begon hij woningen te decoreren. “Met mijn ervaring kan ik je zeggen dat deze graffiti geen stijl heeft. Ik heb niets tegen die mensen, maar hadden ze tenminste niets moois kunnen maken? Waar is hun verbeelding?”
Al vijftien jaar woont Bruno aan de Bareel in Sint-Gillis op de eerste verdieping van de woning in de Théodore Verhaegenstraat. Op de benedenverdieping was tot enkele jaren geleden een snackbar. Tegenwoordig staat het handelspand leeg, maar het naambordje van 'Au Bercail' hangt nog uit. De naam is een knipoog naar het Franse spreekwoord 'rentrer au Bercail' (terugkeren naar de schapenstal, of: terugkeren naar huis, red.). Bruno is niet rouwig om de sluiting: “Zelf eet ik niet in dat soort etablissementen. En de geur die tot in mijn appartement binnendrong, was ook niet bepaald aangenaam.”
Bruno vermoedt dat de graffitispuiters “hun slag slaan” als hij van huis is. Regelmatig gaat hij naar zijn moeder in La Louvière. “Ik ben een echt mama's-kindje. Mijn vader is vertrokken naar Puerto Rico. Ik ben de oudste van vijf kinderen, dus voelde ik me verantwoordelijk om voor mijn vier broers en zussen te zorgen.”
De vuilnisbak Sint-Gillis
De ouders van Bruno zijn Sicilianen die zich in Lyon vestigden. Zijn vader had een Italiaanse achternaam die bij de migratie verfranst werd naar 'Jacky'. Toen Bruno vijf jaar was, verhuisde het gezin naar Brussel. “In al die jaren heb ik Brussel, en zeker Sint-Gillis, een vuilnisbak zien worden. Mensen gooien hun sigarettenpeuken en papiertjes zomaar op straat. Soms stopt er voor mijn deur een vrachtwagen om 2 uur 's nachts om zijn vuilnis te droppen en daarna weg te rijden.”
“Als ik vrouwen in de misère zie, breekt mijn hart. De miserie en de drugsproblemen zijn hier sterk toegenomen. Ik doe mijn best om iets voor hen te betekenen, maar je kunt niet iedereen helpen. Ik observeer liever dan dat ik me moei met andermans zaken. Als mensen me nodig hebben, ben ik er. Als ze me niet nodig hebben, verstop ik me liever. Pour vivre heureux, vivons cachés.”
Bruno woont alleen in zijn appartement. “Ik ben gewoon geraakt aan de eenzaamheid. Wie teleurgesteld wordt in de liefde, houdt ermee op.” Hij is nooit getrouwd geweest. “Ik heb twee aanzoeken gedaan, maar op het laatste moment zijn beide huwelijken afgelast. Ik heb te veel gegeven. Mijn moeder zegt vaak dat ik 'trop bon, trop con' ben.” Ook in zijn vrienden is Bruno al vaak teleurgesteld geweest. “Ik zag ze vooral toen ze in de problemen zaten, begrijp je wat ik wil zeggen? Ik zie niet veel mensen meer, mijn lot is om dicht bij mijn familie te blijven. De mentaliteit van de mensen van tegenwoordig ben ik beu.”
Bruno praat stil, en hij wordt meermaals overstemd door een bus die vlak voor zijn deur stopt. De Théodore Verhaegenstraat is luid, druk en vuil. “Op de huizen hiernaast is er ook graffiti. Op de gemeente moeten we niet rekenen om het weg te halen. Zij hebben wel belangrijkere dingen te doen. Bovendien zou het toch niets uithalen: de volgende dag zou er weer iemand graffiti op het rolluik spuiten. Soms schaam ik me om hier te wonen. Die graffiti degraderen de wijk. Ze doen dat om te tonen dat ze bestaan, maar daarvoor zijn toch andere manieren?”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.