17-jarige Pease pakt wereldtitel op vloer met turnkoningin Biles op tribune

Turner Artoer Davtjan heeft bij de WK in Rotterdam voor de tweede keer de wereldtitel op het onderdeel sprong in de wacht gesleept. De Armeniër kreeg na twee fantastische sprongen een score van 14,850 van de jury en verwees Jake Jarman (14,650) naar het zilver. De Noor Sebastian Sponevik pakte het brons.
Davtjan koos voor twee sprongen met een moeilijkheidsgraad van 5,2 en kreeg voor de uitvoering een 9,5 en een 9,6 met tweemaal een bonus van 0,1 voor een perfecte landing. De 34-jarige wereldkampioen van 2022 won al olympisch zilver (2024) en brons (2021) en pakte vorig jaar WK-zilver. Daarnaast werd hij driemaal Europees kampioen.
Op het onderdeel brug veroverde de Chinees Zou Jingyuan op grootse wijze de wereldtitel. Met een nagenoeg perfecte oefening liet hij de rest kansloos. De Kroaat Illia Kovtun veroverde op 0,833 van de Chinees het zilver en het brons ging naar de Rus Daniel Marinov.
Bij de vrouwen greep Kaylia Nemour na de wereldtitel op brug ook het goud op balk. De Algerijnse verwees Zhang Qingying in de spannende finale naar het zilver. Vorig jaar waren op de WK de rollen nog omgedraaid.

De 28-jarige Zou Jingyuan is al jaren heer en meester op brug. Zo werd hij in 2021 en 2024 olympisch kampioen en veroverde hij ook in 2017, 2018, 2022 en 2025 de wereldtitel. Ditmaal bracht hij de jury, het publiek en de andere finalisten in vervoering met een prachtige oefening, waarin hij de totale controle had.
Zou kwam na een uitvoeringsscore van 9,633 uit op een totaal van 15,733 en bleef daarmee de concurrentie ver voor. De Kroaat Illia Kovtun veroverde op 0,833 van de Chinees het zilver.
De Algerijnse Nemour kwam in de eindstrijd als eerste in actie en kwam na een fraaie oefening tot een score van 14,566. De Chinese Zhang was de laatste deelneemster en evenaarde de score van Nemour, maar die won het goud omdat haar score voor de uitvoering hoger was: 8,266 om 8,066.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.