Ultrakorte column: 'Mijn gesprek met een bankovervaller'

Ik sta in Sint-Gillis, op de plek waar de vorige avond een twintigtal kogels zijn afgevuurd met een kalasjnikov. Donkere inkepingen in het asfalt zijn de stille getuigen van een salvo voor een vol terras. Dat hij zich op de grond heeft gegooid, vertelt de pizzaiola. Dat het zo anders klonk dan in actiefilms, merkt de tuinierende buurman op. Dat ze wil verhuizen, hoor ik van een alleenstaande moeder, die naar haar tienjarige zoon kijkt.
Een buurman die er is komen bijstaan vertelt hoezeer hij geschrokken is. “Een kalasjnikov, dat is luid hé.” Of hij dan ervaring heeft met het automatische geweer? “Ik ben bankrover geweest.” Ik laat de mededeling even bezinken. Of hij dan veel banken heeft beroofd? “Dat kan ik natuurlijk niet zeggen.”
Mijn gesprekspartner diept een gevouwen en gekreukte fotokopie op, die hij blijkbaar altijd bij zich draagt. Een krantenartikel met de foto van een wapenarsenaal. Het zijne. Dat hij drie boeken heeft geschreven over zijn leven, hoor ik nog. En dat hij ooit een politieman doodschoot en 30 jaar van zijn leven achter tralies doorbracht. Die avond zoek ik zijn naam op, zijn verhaal lijkt te kloppen. “Maar nu zou ik graag verhuizen, met al dat geweld.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.