Vrijwilligers tellen de daklozen in Brussel: ‘Vroeger zag ik ze in het centrum, nu overal'

Meer dan 400 vrijwilligers hebben donderdagnacht door de straten van Brussel gestapt. Ze zochten naar mensen die geen woning hebben en op straat slapen. Vrijwilligers zijn mensen die werk doen waarvoor ze geen loon krijgen. Ze helpen omdat ze het werk belangrijk vinden, of leuk.
Hulporganisatie Bruss’Help heeft de telling voor de 9e keer georganiseerd. Deze organisatie regelt een deel van de hulp voor dak- en thuislozen in Brussel.
De 400 vrijwilligers kregen eerst uitleg van onderzoekster Adèle Pierre. “Jullie zijn met nog meer vrijwillgers dan bij de vorige telling”, zei ze. “Helaas vrees ik dat we ook meer mensen zonder woning zullen vinden.”
10.000 mensen op straat
Bij de vorige telling, in 2024, telde de organisatie bijna 10.000 dak- en thuislozen in de stad. Dat waren er 25 procent meer dan bij de telling in 2022. De resultaten van dit jaar, maakt de organisatie in maart bekend.
Adèle Pierre verwachtte donderdag dat het aantal dit jaar opnieuw hoger ligt. “We zien bij elke telling dat het aantal stijgt. Organisaties die hulp bieden, waarschuwen al langer dat de situatie in Brussel moeilijker wordt”, vertelde ze.
In Brussel moeten steeds meer mensen buiten slapen omdat er geen plaats meer is in de centra voor opvang. Dat zijn plekken waar mensen zonder thuis een bed krijgen voor de nacht. De groep mensen zonder woning is ook veranderd. Meer verschillende soorten mensen leven op straat: vrouwen, gezinnen met kinderen, jongeren en ouderen.
Pierre vertelde ook over de Brussels Deal. Dat is een akkoord waarbij de federale overheid geld betaalt aan de Brusselse regionale overheid voor noodopvang. Eerst kreeg Brussel geld voor 2.000 plaatsen. Maar de federale regering heeft het bedrag deze zomer met de helft verminderd. Daardoor zijn er nu 1.000 plaatsen minder.
Telling in oktober
Dit jaar was de telling een beetje anders. Eerder gebeurde die in november, nu een maand vroeger. Het was donderdagnacht dan ook warm: de temperatuur daalde niet onder 14 graden. Dat kan een invloed hebben op de resultaten. Bij koud weer zoeken mensen vaak andere plaatsen om te slapen. Daardoor kunnen vrijwilligers hen moeilijker vinden.
Pierre noemde nog een verschil: in oktober mogen Brusselse huisbazen mensen uit hun woning zetten. Bijvoorbeeld omdat bewoners de huur niet betalen. Dat is in november verboden.
Nadat de vrijwilligers de uitleg hadden gekregen, vertrokken ze in kleine groepen. Ze gingen naar meer dan 150 zones in heel het Brussels Gewest. De telling gebeurde alleen tussen 23 uur en middernacht. Zo was de organisatie zeker dat dezelfde persoon niet 2 keer wordt geteld.
BRUZZ-journalist Kevin volgde 4 vrijwilligers in de Europese wijk. Ze zochten naar mensen die buiten slapen, in de buurt van de Belliardstraat en de Wetstraat.
Frank Meys was een van de tellers. Hij is docent sociaal werk aan de hogeschool Odisee. Het was de eerste keer dat hij aan de telling meedoet. Samen met zijn studenten ziet hij dat er meer en meer mensen zonder woning zijn in Brussel.
“Ik zie dat vooral in de metrostations”, vertelde hij. “Elke ochtend neem ik de metro in Veeweide. Daar zie ik altijd mensen slapen. 2 jaar geleden was dat nog niet zo. Toen zag ik daklozen vooral in het centrum. Nu zie je ze overal.”
De 4 vrijwilligers verdeelden zich om 23.00 uur in twee groepjes. Zo konden ze in 1 uur meer straten controleren. De ene groep ging naar de Belliardstraat. BRUZZ volgde het duo in de Wetstraat in de richting van Schuman.
Slaapzak
Na een halfuur zag het groepje de eerste persoon. Die lag in een slaapzak tegen de muur van een gebouw van de Europese Commissie.
Vrijwilliger Juliet Delvigne nam haar telefoon en noteerde het in een online document van Bruss’Help. “We merken de laatste tijd meer armoede in de stad op. Dat is moeilijk om te zien”, zei ze.
Even later zag de groep een 2de man op de grond zitten. Daarna vonden de vrijwilligers een man naast zijn rolstoel in een tunnel bij metrostation Maalbeek. “Ik had niet verwacht dat we in deze wijk daklozen zouden vinden”, zei Delvigne. “Maar hier in de buurt heb je organisaties die belangrijk zijn voor migranten. Daarom ben ik niet helemaal verrast.”
Voor het registratiepunt voor asielzoekers in de Belliardstraat vonden ze nog iemand. Even later zagen ze een dakloze man aan in een klein park aan het Frère-Orbanplein. In totaal vonden de vrijwilligers in hun zone vijf mensen.
Machteloos gevoel
Juliet Delvigne hoopt dat de telling ervoor zorgt dat de overheid betere beslissingen neemt. Ze is toch erg bezorgd. “Er is te weinig geld voor de hulp en er verdwijnen plaatsen in de opvang. Binnen enkele maanden begint de winter. Als burger voel ik me machteloos.”
Ook Frank Meys vindt het tekort aan plaatsen in de opvang een groot probleem. Volgens hem geeft ook de moeilijke economische situatie problemen. “Veel mensen hebben financiële problemen. Ze leven in heel lastige omstandigheden en weten niet meer waar ze hulp kunnen krijgen”, vertelt hij.
“Het politieke beleid is volledig mislukt. Mensen worden niet zomaar dak- of thuisloos. Ze kiezen er niet voor om op straat te leven. Er zijn veel te weinig plaatsen voor opvang of hulp.”
Volgens de docent krijgen mannen die alleen zijn vaak helemaal geen hulp. “Dat is niet menselijk. Ik vind het vreselijk dat de politiek maakt dat mensen op straat moeten slapen.”
We schrijven het nieuws in makkelijke taal. Voor dit project werken we met het Huis van het Nederlands. Meer informatie over het project Eenvoudig Nederlands vind je hier. De bronnen voor dit artikel vind je hier.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.