Guido Belcanto: 'Ik romantiseer de vuile côté van de stad. Maar nu loopt het uit de hand'

Ik ben rock-‘n-roll van kop tot teen”, zegt Guido Belcanto wanneer ik hem toewerp dat hij op de foto’s die Stephan Vanfleteren van hem maakte wat weg heeft van Iggy Pop. “Ik speel dat soort muziek niet, maar het is wel de manier waarop ik leef.” Op het podium durft de 73-jarige zanger net zo goed zijn shirt uit te trekken, zegt hij. “Ik wil ook een lustobject zijn.” Voor hij op zijn knieën viel voor de smartlap, speelde Belcanto zelfs Engelstalige rocksongs. Toen heette hij nog Guido Versmissen en vormde hij met zijn broer Speedy King and his Feetwarmers, waarmee hij in 1978 tot in de finale van Humo’s Rock Rally raakte. “Dat was op dat moment nog in de Beursschouwburg. We moesten één cover brengen en twee eigen nummers. Ik heb toen ontdekt dat ik zelf songs kon schrijven.”
Die rockwereld had Belcanto snel gezien. “Het was enkel fun. Ik vond dat er meer talent in mij zat.” Hij werd straatzanger in Antwerpen, trok naar volkscafés, samen met de accordeonist Jakke de Zeeman. Op een dag zong hij ‘Witte rozen’ van de Zangeres Zonder Naam en een vrouw begon te wenen. “Dat was overweldigend. Toen besefte ik: iets mooiers ga ik nooit kunnen doen.” Hij begon zelf levensliederen te schrijven en debuteerde eind jaren 1980 met het album Op zoek naar romantiek. Sindsdien heeft hij zich ontpopt tot hoeder van het levenslied. “Ik heb geen carrière, ik heb een roeping: die fakkel brandend houden.” Geen eenvoudige taak, want net zoals de volkscafés dooft het genre – noem het onze versie van de country – uit. “Het klinkt pretentieus, maar ik wil als kunstenaar ook wel een leegte nalaten.”
Lang leve het treurspel
Op zijn nieuwe album Het Paviljoen der Menselijke Driften valt “een recordaantal doden”. In ‘Droevig is deze wereld’ springt een wanhopige vrijgezel in het kanaal. ‘Papa hangt in de kelder’ verhaalt over een man die zich ophangt met het springtouw van zijn dochter nadat hij het overspel van zijn vrouw zat is. En dan is er nog ‘Witte rozen’, het wrange lied van Zangeres Zonder Naam over de dood van een moeder en haar pasgeborene. “Zij is de moeder van het levenslied”, zegt Belcanto over de Nederlandse zangeres. “Ik geloofde haar. Als je haar biografie leest, begrijp je de snik in haar stem. Ze heeft een zwaar leven gehad, net zoals André Hazes, die getraumatiseerd was door zijn vader.”
Belcanto voelt een verbondenheid met hen, zegt hij. Als kind is hij seksueel misbruikt. “Ook al was het maar eenmalig, ik sta aan de kant van de slachtoffers. Ik voel mij verwant met die mensen die men losers noemt. Het is een litteken dat ik meedraag.” Het is de reden waarom hij vaak droefenis opzoekt in zijn songs. “Ik heb geen talent voor vrolijkheid. En al zeker niet in de muziek. Een vrolijk liedje gaat vaak het ene oor in en het andere uit, een sad song niet. In het Antwerpse poppentheater Van Campen hing een spreuk boven de poesjenellen: ‘Al is de klucht nog zo schoon, het treurspel spant altijd de kroon.’ Dat vat het goed samen.”
‘Droevig is deze wereld’, is een herwerking van een song die hij meer dan dertig jaar geleden schreef, maar die als een rode draad door zijn oeuvre loopt. Die wereld vangt hij in verhalen van de man in de straat. “Het wereldnieuws is niet aan mij besteed. Wat kan ik als songwriter aanvangen met de oorlog in Oekraïne of Iran? Ik ben geïnteresseerd in de dramatiek van de kleine man. De Duitse filmmaker Rainer Werner Fassbinder vatte dat goed samen: ‘Im kleinen Leben liegt der große Schmerz’.”
Belcanto trok zich twee decennia geleden terug in een chalet in de bossen van het Kempense Wechelderzande, “op een plek waar ik ongestoord gek kan zijn”. In de Pyreneeën bezat hij een al net zo afgelegen pand, maar dat staat nu te koop. “Aristoteles heeft ooit gezegd: ‘Een wijs man heeft genoeg aan zichzelf.’ Voorheen woonde hij dertig jaar in Antwerpen, maar uiteindelijk was het inspirerende effect van de stad uitgewerkt. “Het was mijn grote plezier om incognito in de kroegen te zitten, maar door mijn succes lukte dat niet meer.” De navelstreng is nog niet helemaal doorgeknipt, zegt hij. “Soms vraag ik me in mijn bos af ‘Wat doe ik hier?’”
In Brussel had hij nooit een huis, maar hij spoorde wel vaak naar de stad om zich te laten verrassen. Of om er, zoals nu, te verpozen in L’Espérance, waar hij de animeermeisjes observeerde en de oudere mannen die hen mee naar boven wilden nemen. “Ik heb dat nooit gedaan, maar ik ben wel aan de Nord een paar keer een bordeel binnengestapt. Ik schaam mij daar niet voor.”
Belcanto heeft altijd van de rafelranden van een stad gehouden, maar hij beaamt dat die rafels Brussel nu uit elkaar dreigen te rijten. “Ik ben een romanticus, ik romantiseer de vuile côté van de stad. De achterbuurten. Het gevaarlijke, het verbodene trekt mij enorm aan. Maar nu loopt het hier wel uit de hand. Er valt niet veel meer te romantiseren.”
Marmeren bordeel
Een poos geleden belandde Belcanto op een van zijn dwaaltochten in het Jubelpark, waar hij in het Paviljoen der Menselijke Driften oog in oog kwam te staan met het imposante reliëf van Jef Lambeaux. “Een openbaring”, zegt hij. “De hele thematiek van het leven zit erin, alles wat zo diep in mijn werk zit: liefde, lust, lijden, verlangen, verlies, hel, zonde ...” Verrassend dus, dat hij het “marmeren bordeel”, zoals het controversiële werk ooit werd afgedaan in katholieke middens, nu pas ontdekte. “Tja, zo was de overrompeling nog groter. Wat een compliment, trouwens, voor Lambeaux. Als je zulke reacties krijgt, dan heb je toch het ultieme bereikt?”
Belcanto had meteen een titel voor zijn nieuwe album, en bedacht er een filosofische song bij, waarin hij de wrange humor van zijn andere songs achterwege laat. Dat het leven een barre verschrikking is, zingt hij, en dat lieden als Schopenhauer, Reve en Houellebecq die mening delen. “Wat is er mis met een volkszanger die Schopenhauer leest?” schokschoudert hij over die tweespalt tussen het hoge en het lage. “Ik heb altijd een brug geslagen tussen het gewone volk en de intellectueel. Zowel universiteitsprofessoren als dokwerkers houden van mijn muziek, en dat vind ik fantastisch.”
Het Paviljoen der Menselijke Driften komt uit op 25/9, live in de Ancienne Belgique op 10/10
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.