Influencer Dean Raey: 'Ik droom van een Brusselse sitcom in de stijl van FC De Kampioenen'

©
Emiel Viellefon
| Dean Raey presenteert een nieuwe reeks op Play over een Brusselse frituuruitbater
In Chez Dean, een nieuwe reeks shorts op Play, speelt de Brusselse influencer en duvel-doet-al Dean Raey een door en door Brusselse friturist die concurrentie te duchten krijgt van twee neven met Turkse roots die aan de overkant van de straat een snackbar beginnen. Brusselser kan een intrige niet worden, en Brusselser dan Dean Raey klinkt geen enkele dertiger van vandaag.
Bio
- Dean Raey (31) aka Den Brusseleir werd geboren als Dean Raeymaekers
- Acteur, comedian, onlinecreator en ondernemer
- Groeide op in Sint-Agatha-Berchem en de Rand
- Als 'Den Brusseleir' maakt hij humoristische video's in het Brussels dialect
- Maakt met 'Chez Dean' een reeks komische shorts op Play
- Oprichter van Dr. Ginger, een merk van gemberdranken
Wie lang genoeg in Brussel rondloopt, roert als vanzelf weleens een smakelijke putain, ket of fieu door zijn taalgebruik, maar durf dat geen Brussels te noemen. Toch zeker niet waar Dean Raey het kan horen. De jonge influencer, comedian en ondernemer houdt in zuiver Brussels een pleidooi voor het authentieke dialect, vandaag in de reeks shorts Chez Dean. Binnenkort maakt hij ook zijn opwachting in De slimste mens ter wereld, op Play.
“Brussels is de taal die mijn hele familie sprak en nog steeds spreekt”, steekt Dean Raey van wal, wanneer BRUZZ hem spreekt in Les Brasseurs, hartje Brussel. “Alleen mijn madam, die van buiten de stad komt, spreekt Schoon Vlaams. Ik heb ook in het Volkstejoêter gespeeld. We bestaan al 25 jaar en spreken alleen maar Brussels, Brussels, Brussels.”
Hoor je het nog vaak spreken in de stad?
Dean Raey: In mijn omgeving wel, maar het staat onder druk. Als dertiger denk ik dat ik bij de laatste generatie behoor die zijn ouders thuis nog Brussels heeft horen spreken. De vergrijzing, de internationalisering, het speelt allemaal een rol. Mensen met een migratieachtergrond zullen eerder Frans spreken. De sprekers van het oude Brussel vind je eerder aan de randen van het gewest, in het centrum veel minder.
Toch maak je er een punt van om het consequent te spreken.
Dean Raey: Het perfecte Brussels bestaat niet: het is per definitie een melange van verschillende elementen, Nederlands, Frans, noem maar op. Ne schuune mix, quoi. Misschien maak je daardoor sneller een 'fout' tegen het Brussels dan tegen sommige andere dialecten, mais on s'en fout.
Kun je het nog ergens leren?
Dean Raey: Vroeger gaf Robert De Lathouwer Brusselse les, maar vandaag? Surtout: zouden mensen erin geïnteresseerd zijn? Het is toch niet zo eenvoudig om het onder de knie te krijgen: als je bijvoorbeeld het Frans al niet zo goed machtig bent, dan gaat het scherp zijn, hoor.
En in vergelijking met het Algemeen Beschaafd Antwerps en de alomtegenwoordige West-Vlaamse dialecten hoor je het amper op de televisie of radio.
Dean Raey: Ja, dat moet van de tijd van Raymond Goethals geleden zijn, hé. Nie zievere, speile! Aan Franstalige zijde: François Damiens, de Brusselse cultfilm Dikkenek … De clash tussen de talen in België heeft er ook voor gezorgd dat de flamands niet per se de grootste fans zijn van het Brussels. Tijdens mijn schooljaren in Vlaanderen heb ik vaak mogen merken dat mijn Brusselse uitspraak niet geapprecieerd werd. “Klap maar gewoon Schoon Vlaams!” was het motto. Aan Franstalige zijde leeft dat ook, hoor.
Andere dialecten hebben vaak nog een grotere community van sprekers. Het Brusselse dialect is de taal van een oudere generatie. De Brusselse jongeren- en straattaal van vandaag is anders. Die heeft zeker ook zijn charme, maar dat neemt niet weg dat ik het spijtig zou vinden als het Brussels zou verdwijnen.
Met wie spreek jij het nog? Waar leeft het nog?
Dean Raey: (Wijst om zich heen) Hier, in Les Brasseurs, bijvoorbeeld. Onder vrienden. En in Chez Dean, natuurlijk. Toen ik vroeger in de schrijnwerkerij of in de bouw werkte, spraken de copains onder elkaar ook altijd Brussels. De acteurs in de serie komen uit het Brussels Volkstejoêter en spreken ook allemaal Brussels. Het is een volkse taal, een volks dialect. Op de boekhoudafdeling van een sjieke boîte ga je het veel minder horen. En surtout bij een oudere generatie.
Vooral blanke Brusselaars, ook?
Dean Raey: Vooral de blanken. Dat is eigen aan de historie van een dialect als het Brussels, denk ik. Stel je ook eens even in de plaats van een migrant die in Brussel arriveert. Dan focus je wellicht toch op een goede beheersing van de reguliere taal. Het lokale dialect is dan bijzaak. Als je hier geboren bent, is de stap misschien kleiner.
©
Emiel Viellefon
| Dean Raey: "Als dertiger denk ik dat ik bij de laatste generatie behoor die zijn ouders thuis nog Brussels heeft horen spreken"
Is het Brussels met uitsterven bedreigd, of loopt het zo'n vaart niet?
Dean Raey: Toch wel he. De ouderen spreken het niet vaak meer, je hoort het niet dikwijls meer, de jeunesse interesseert zich er niet voor. Een taal die je hóórt, die wil je veel sneller leren. Daarom hoop ik dat Chez Dean de interesse voor het Brussels kan aanwakkeren, net als mijn video's op Instagram.
Wat staat de kijker in Chez Dean te wachten?
Dean Raey: Ik speel een op en top Brusselse friturist die plots de snackbar van twee Turkse neven ziet opduiken als concurrenten, pal tegenover zijn zaak. Natuurlijk verkopen die mannen ook frieten, en nog een euro goedkoper ook! Daarnaast krijgt onze frituurbaas ook af te rekenen met opdringerige verkopers, klanten die zijn vrouw willen binnendoen, enfin, alle mogelijke verwikkelingen die je in een frituur kunt meemaken. En af en toe duiken er ook bekende Belgen op in zijn frituur.
Is er volgens jou één Brussels dialect? Of spreken ze in Sint-Agatha-Berchem toch een ander Brussels dan in Molenbeek?
Dean Raey: Zo uitgesproken zijn de verschillen niet. Het gaat er meer over of je Frans Brussels spreekt of Vloms Brussels, zoals ik. Misschien waren de verschillen vroeger groter, maar een taal evolueert nu eenmaal, net als de stad eromheen. Ik ben vandaag al blij als ik een keer een Brusseleir hoor klappen.
Over populariteit hebben je Brusselse Instagram-filmpjes alvast niet te klagen.
Dean Raey: Met veelal positieve reacties. De negatieve reacties komen vooral van mensen die, in tegenstelling tot mezelf, niet voor Anderlecht supporteren. Maar de jonge kijkers zijn precies blij verrast dat ze Brussels horen. Ik krijg ook wel de vraag om het hun te leren. Maar hoe zou ik dat moeten organiseren? Ik zou zeggen: je leert het al horende, door bijvoorbeeld eens een theatervoorstelling in het Brussels mee te pikken. Maar als je het écht wil leren, dat gaat tijd kosten, hoor. Eigenlijk zou er een Duolingo moeten bestaan voor het Brussels.
Chez Dean is door zijn korte format ook toegesneden op de kijkgewoonten van de hedendaagse jongeren. Maar ik droom van een volkse sitcom in de traditie van Lili en Marleen of FC De Kampioenen.
Is die focus op het humoristische potentieel van het Brussels, de Brusselse 'zwanze', niet ook een zwakte? Het wordt moeilijk om het serieus te nemen, zo?
Dean Raey: Ik snap wat je bedoelt, maar nemen de Brusselaars zichzelf zo serieus, dan? Da's het hele verschil tussen een Brusseleir en, bijvoorbeeld, een Antwerpenaar, zie je. Ik hou ook wel van het underdoggevoel dat uit die typisch Brusselse humor spreekt. Ik ben graag de underdog, dat je zo'n beetje naar mij kijkt van “oei, oei, wat smijten ze hier binnen”. Liever dat dan opgeschroefde verwachtingen.
Toch ben je een ambitieuze mens. Als ondernemer met Dr. Ginger bijvoorbeeld.
Dean Raey: Tja, ik kan niet stilzitten. D'office heb ik ADHD. Ik moét wat om handen hebben, of ik krijg de zenuwen. Iets opbouwen, een project doen slagen. We zijn niet op de wereld gezet om een hele dag aan onze flosj te liggen trekken of tv te kijken hé. Natuurlijk moet je van het leven kunnen profiteren. Dat is ook een van de redenen waarom ik ben gestopt met stand-upcomedy. Enorm respect voor wie het doet, maar na een werkshift het halve land doorkruisen om ergens te gaan optreden voor een zak chips en een pintje, dat kan ik niet meer opbrengen. Goed materiaal schrijven kost ook veel tijd en energie.
Ik ben trots op mijn realisaties als ondernemer. Dr. Ginger is typisch voor mijn manier van werken: ik vond nergens in de winkel gembersap naar mijn goesting, dus ben ik het zelf beginnen te maken. Op een bepaald moment boomde dat echt. Dat komt ook omdat ik het nooit opgegeven heb. Er zijn periodes geweest, ket … Ik zat in Aalst in een kelder met een centrifuge die ik uit China had laten overkomen, me af te vragen wat ik in godsnaam moest aanvangen. De rekeningen in het rood, dat ook nog. Het begon op slavenarbeid te lijken, ja.
En toch was er altijd dat stemmetje dat zei: niet stoppen, niet opgeven. Ook als het tegenzit. Kijk, hoeveel vergeefse audities heb ik niet achter de rug als acteur? “Jongen, oeioei, die Brusselse r van jou, wat gaan we daarmee doen?” En nu hebben ze niet liever.
"Ik kan niet stilzitten. Een mens is niet op de wereld gezet om een hele dag aan zijn flosj te liggen trekken of tv te kijken"
Hoe kijk je als Brusselaar naar de actualiteit in de stad?
Dean Raey: Je moet niet blind zijn voor wat er gebeurt. Ik heb het een beetje gehad met mensen van buitenaf die vinden dat de ellende op de straat zo zou bijdragen aan de grootsteedse sfeer. Niet bullshitten he, astemblieft. Brussel is een magnifieke stad. Maar het is ook een grootstad, met de problemen die daarbij horen. Tegenwoordig gaat het er wel echt over.
Wat mij derangeert, is het gebrek aan respect. Het vuilnis op de straat, de ravage van sluikstort in de Rue de Brabant, onvoorstelbaar. Veel te veel kennissen zijn beroofd, lastiggevallen, in elkaar geslagen, voor niks. Daar mag strenger tegen worden opgetreden, ja. Dat neem ik de beleidsmakers kwalijk. Doen alsof álles goed gaat, is nergens goed voor. Ik bén van hier, ik weet hoe het hier een paar jaar geleden was en hoe nu. Ik hoef niets te verbloemen.
Was het vroeger beter dan?
Dean Raey: Zo oud ben ik nu ook weer niet. Maar ik heb het idee dat men het soms opgeeft: waarom de moeite doen om iemand van de straat te plukken als je hem toch weer moet laten gaan? Da's de politie vierkant uitlachen, dat was enkele jaren geleden toch ni waar geweest.
Wat zijn je favoriete Brusselse plekjes?
Dean Raey: De Sablon. Koekelberg, waar mijn grootmoeder woonde, de omgeving van de Basiliek. Roi Baudoin, het park van Laken, de stameneis rond het autovrije Beursplein … Ik kan blijven opnoemen, hoor.
Heb je een favoriet Brussels woord?
Dean Raey: Tisj, tisjke. Mijn moeder noemt me vaak zo. Ook in het bijzijn van vrouwen (lacht). Tisj kan van alles betekenen. Uwen tisj, dat is uw fluit. Maar tegen een copain kun je ook tisj zeggen. Of tegen je schatje: tisjke.
Je hebt een dochtertje. Spreekt zij Brussels?
Dean Raey: Die is net twee en een half jaar oud, dus die zegt tout court nog niet veel. Maar het woord moustache kent ze al. Papa, moustache!
Toekomst verzekerd!
Dean Raey: Jawel. En ik ga een keer nadenken over die app.
Chez Dean is binnenkort te zien via play.tv/playshorts
De Slimste Mens ter wereld, met Dean Raey als een van de kandidaten, loopt vanaf 5 oktober op Play
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.