Kinderen in Gaza stoppen met groeien doordat noodhulp uitblijft


Kinderen in Gaza groeien niet meer en blijven vermageren, vertellen ouders aan hulporganisaties. Waar Israël levensreddende noodhulp tegenhoudt, liggen commerciële markten vol voedsel. "Maar die producten kan niemand betalen."
Via haar telefoonscherm ziet Bushra Khalidi haar familie in Gaza vermageren. Khalidi is Palestijns en internationaal hoofd humanitaire hulp bij Oxfam Novib. "Ik zie mijn neefjes steeds verder afvallen. Ze rennen met lege potten naar de gaarkeuken voor een handjevol linzen." Het is voor hen de enige maaltijd van de dag. Datzelfde geldt voor ongeveer andere 400.000 mensen in Gaza.
Veel gezinnen eten soms dagen helemaal niets. Hoe haar familie op de been blijft, snapt Khalidi ook niet. Maar voor kinderen "zou het niet zo zwaar moeten zijn om aan eten te komen".
Het is het gevolg van de noodhulp die amper binnenkomt. In juli en augustus kwamen in totaal 687 VN-vrachtwagens met hulpgoederen de Gazastrook in via de grensovergang in Kerem Shalom. Dat is het aantal dat Israël per dag had beloofd, zeggen hulporganisaties. "Maar Israël houdt een groot deel van de noodhulp tegen."
Israël geeft daarvoor geen specifieke reden. "Soms zouden er niet de juiste papieren zijn en soms worden goederen afgekeurd omdat het dual use items zouden zijn", legt een woordvoerder van het Rode Kruis uit. Dat zijn goederen zoals tentstokken, waterpompen en medische apparatuur die volgens Israël ook als wapen zouden kunnen worden gebruikt.
Producten op markten 800 procent duurder
Maar de Israëlische tegenstand betekent niet dat er geen goederen Gaza binnenkomen. Commerciële markten liggen vol fruit, telefoons, chocolade, chips en frisdrank, ziet Khalidi. Dat blijkt ook uit berichten op X van het door Israël gecoördineerde COGAT. "Gaza wordt overspoeld door voedsel", schrijft de organisatie.
Maar op die markten - waar ook hulporganisaties inkopen doen omdat er te weinig voedsel binnenkomt - is alles "peperduur", zegt Juliette Verhoeven van Save the Children. "Er is een inflatie van 800 procent."
COGAT creëert het beeld dat er genoeg beschikbaar is in Gaza. Maar dat geeft niet de volledige realiteit weer, vertelt Ahmed*, die in Gaza woont. "Er is een belangrijk verschil tussen de beschikbaarheid en de betaalbaarheid van goederen." De prijzen zijn volgens hem "extreem hoog", waardoor basisbehoeften voor de meeste Palestijnen "onbereikbaar zijn".
Niet alleen onderdak, maar ook waardigheid nodig
Terwijl de schappen op de markt enigszins gevuld zijn, hebben ondervoede kinderen geen uitzicht meer. Mensen zeggen tegen medewerkers van Save the Children dat ze hun kinderen zien vermageren. "Mijn kind groeit niet meer", zeggen wanhopige ouders.
Naast dringende voedselhulp heeft 94 procent van de bevolking hulp nodig voor onderdak, terwijl de toegang tot water en voedsel verder verdwijnt door stijgende brandstofprijzen. Een liter benzine kostte vorige week 700 dollar (zo'n 602 euro), vertelt Verhoeven. "Dat kan niemand betalen."
Eerder werd al bekend dat de hoge olieprijzen de kosten van noodhulp flink opstuwen. Daardoor komt onder meer in Gaza minder levensreddende voeding binnen. Maar het tekort aan noodhulp gaat volgens Khalidi verder dan voeding.
"Mensen hebben ook waardigheid nodig." Ze vertelt over een meisje dat voor het eerst ongesteld wordt in een overvolle tent met niet meer dan een gat in de grond als toilet. "Wat bieden we haar? Mensen moeten kunnen leven, niet alleen in leven gehouden worden."
Geldvouchers en contant bedrag werken
Om daar iets in te kunnen betekenen, herstelt Oxfam Novib onder meer waterleidingen en riolering. Ook delen ze geldvouchers uit en heeft Save the Children een programma opgezet waarbij mensen een vrij te besteden bedrag contant krijgen. "Mensen die dat nodig hebben krijgen geld, zodat ze zelf eten en andere benodigdheden kunnen aanschaffen op de markt", legt Verhoeven uit.
Dat werkt volgens haar, maar door het tekort aan financiering en de extreem hoge prijzen is het onmogelijk alle hulpbehoevenden geld te geven. Er is dus een tekort aan alles, zeggen de Palestijnen die NU.nl heeft gesproken.
"Er is fruit beschikbaar, maar wie kan dat betalen?", zegt Ibrahim*, die ook in Gaza woont. Volgens hem kan niet meer dan 20 procent van de Palestijnen zich iets op de markt veroorloven. "Commerciële markten willen geld. Maar we hebben hier geen geld."
* Op verzoek van de geïnterviewden zijn gefingeerde namen gebruikt. De echte namen zijn bekend bij de redactie.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.