InquirerMMDA: Light to moderate traffic Friday morning ahead of Undas breakCNN TürkTestlerde Ne Kadar Başarılı?PunchI remain dominant APC figure in Imo — OkorochaInquirer Entertainment‘Star Trek,’ ‘X-Men’ star Patrick Stewart dead at 86The Jerusalem PostBus driver killed, dozens wounded in collision with tractor near Netivot한겨레정부, ‘국민 배우’ 고 최불암에 최고 등급 금관문화훈장 추서ZDF heuteAktuelle Pressemitteilungen des ZDFCapital FMOver 300 households displaced by floods in Tana RiverComplete SportsNeville Rips Glazer Family, INEOS Over 14 Years Of Failure At Man UnitedThe Sydney Morning HeraldInside the cyber bootcamp helping stop the radicalisation of boysWirtualna PolskaKto będzie prezesem CPK? Trump grzmi przed wyborami. Tragedia w Kapadocji [SKRÓT PORANKA]The South AfricanWhy Kaizer Chiefs will beat Pirates in Saturday’s Soweto Derby
The Daily Newsstand · Free, Always
Friday, October 30, 2026

Julie Mabilde schreef ode aan de rijwoning: 'Woontype staat onder druk in Brussel'

Translate

Julie Mabilde, projectverantwoordelijke bij de Vlaamse Bouwmeester en Jettenaar, publiceerde een Ode aan de rijwoning, sinds deze week te koop in de boekhandel. Voor BRUZZ schreef ze een essay over haar fascinatie voor dat type woning. “In Brussel zijn de woningprijzen dermate hoog dat het aantal rijwoningen wellicht nog verder achteruit zal gaan.”

Een aantal jaren geleden kochten mijn man en ik een rijwoning in Jette, door sommige inwoners nog als dorp omschreven. Het huis ligt achter het station, langs een eenrichtingsstraat met uit de kluiten gewassen kastanjebomen die ons in de zomermaanden beschutten tegen de hitte.

Onze gevel past in een rijtje van vier bijna identieke bescheiden huizen, gebouwd aan het eind van de negentiende eeuw: rode baksteen met witstenen boorden rond de ramen, een smeedijzeren balkonbalustrade op de eerste verdieping, en onder de dakgoot een fries in keramiektegels en leeuwenkoppen waarachter de gaten van de bouwsteigers verborgen zitten.

Drie treden leiden naar de inkomdeur: vanuit de leefruimte aan de straatzijde hebben we, over de hoofden van voorbijgangers en auto's heen, zicht op de perrons en de aankomende en vertrekkende treinen. Aan de achterkant ligt een klein, voorlopig nog betegeld tuintje, dat uitkijkt op een park, en dat van de buurtuinen is afgescheiden door lage muurtjes. Op dit lapje grond van amper vijf op twintig meter passen ons huis én onze tuin.

Het verhuizen naar deze plek heeft mijn fascinatie voor de eeuwenoude, bijna banale typologie van de rijwoning, decennialang en door meerdere generaties bewoond en naar hun hand gezet, aangewakkerd, en maakte me nieuwsgierig naar wat de toekomst en het lot van de rijwoning is, in Brussel en daarbuiten. Want in oorsprong is Brussel een stad van rijwoningen.

In Arm Brussel schetst Geert Van Istendael bijvoorbeeld een beeld van de Brusselse woonbuurten, met de “rijen en rijen onopvallende, wat morsige, vaak bouwvallige, nederige huizen. Al sinds de middeleeuwen is Brussel een stad van smalle, hoge huizen, vaak met achtertuinen en zelfs boomgaarden. Er zijn nog achter­tuinen, de boomgaarden zijn dichtgebouwd. […] Het vijf tot zeven meter brede perceel, een deur met daarnaast een of twee ramen, beheerst al eeuwen de woonstraten van de stad, zover we kunnen teruggaan in de tijd.”

De oorspronkelijke versie van Arm Brussel dateert uit 1992, een tijd waarin veel van die huizen in de historische wijken plaatsmaakten voor nieuwe kantoortorens: Arm Brussel is ook een lange aanklacht tegen de vernielzuchtige afbraakdrift van die jaren.

Particuliere bouwheren

De particuliere rijwoning of burgerwoning hangt heel erg samen met de vorm van onze historische Belgische steden. Parijs associëren we met Haussmanniaanse appartementen, Berlijn met de Mietskasernen. In België daarentegen domineren kleinschalige rijwoningen, in kleinschalige bouwblokken, de stadscentra en negentiende­-eeuwse uitbreidingen, zowel in de grote als in de kleinere steden.

Rijwoningen verschenen aan de randen van gesloten bouwblokken, op smalle en langgerekte percelen van gemiddeld zes meter breed, meestal op initiatief van particuliere bouwheren. De grote diversiteit in ons stadsbeeld hebben we te danken aan het typisch Belgische fenomeen om steden uit te breiden door kavels te verkopen aan particulieren, waarop zij zelf hun eigen woning mochten bouwen.

Wanneer men in de negentiende eeuw in Brussel toch experimenteert met andere types gebouwen, zoals de Haussmanniaanse blokken op de Anspachlaan, dan clashen die vaak met de kleinschaligere woningen aan de andere zijde van het te kleine bouwblok.

BRZ 20261028 1997 Rijwoningen Deprelaan

©

Saskia Vanderstichele

| Julie Mabilde: "Een ode aan de rijwoning lijkt een anomalie in tijden waar gestapeld wonen en collectiviteit in architectuurmiddens bovenaan de agenda staan"

Tegenwoordig hebben heel wat rijhuizen plaats moeten ruimen voor appartementsgebouwen of voor de door Van Istendael zo verfoeide kantoortorens. Van de rijwoningen die er vandaag wel nog staan, in Brussel en andere Belgische steden, dateren vele uit de negentiende of begin twintigste eeuw, de bloeiperiode van de Belgische rijwoning. Het is dan ook vooral die negentiende-eeuwse rijwoning die zich het makkelijkst weet te plooien naar steeds veranderende woonwensen. Dat heeft ze te danken aan haar basisplattegrond: tussen de gemene muren liggen twee of drie achter elkaar gelegen ruimtes op elke verdieping netjes boven elkaar gestapeld, met daarlangs een gang en traphal. Dankzij dat circulatieprincipe met van elkaar gescheiden kamers, de eenvoudige draagconstructie en de overmaat aan ruimte – hoge plafonds, bruikbare kelder- en zolderruimtes – bezit de rijwoning de flexibiliteit om zich te vormen naar veranderende gezinssituaties en nieuwe woonculturen. Je kunt de kamers naar wens gescheiden houden of openbreken tot grotere open leefruimtes; woningen zijn makkelijk op te delen – bijvoorbeeld voor een aparte praktijkruimte of een studentenkamer – en weer samen te voegen.

Rijwoningen zijn ook doorzonwoningen, met licht en zicht langs twee zijden, iets waar veel nieuwe woonvormen vandaag niet over beschikken.

Anonieme inkomhallen

De rijwoning heeft niet enkel troeven voor de woning zelf, maar ook voor de stad en de publieke ruimte. Ze draagt bij tot dat kleinschalige stadslandschap waar het veel leuker is om door te wandelen dan door straten met blinde gevels, anonieme inkomhallen, of langs garagepoorten.

Ik wandel vaak door Brusselse wijken, op ontdekking in eigen stad zonder vooraf bepaalde bestemming, zonder routeplanner. Elke straathoek stelt je voor een nieuwe keuze, welke weg in te slaan. Het zijn de straten met een gevarieerd straatbeeld, de straten met hun diversiteit aan rijwoningen, die me op dat moment het meest kunnen bekoren. De detaillering van gevels en baksteenpatronen, uitkragende balkons, luifeltjes, inspringende inkomportalen of winkelpuien: het zijn dat soort details die het straatbeeld diepte en ritme geven, met meer gradatie en afwisseling dan in een vlakke straatwand, die stadswandelingen boeiend maken, en die bijdragen tot een interessanter buurt- en straatleven.

In onze eigen straat zie ik hoe die interactie tussen woning en straat, tussen binnen en buiten werkt. Elk huis heeft zijn eigen voordeur, waardoor je je dat stukje stoep voor de deur ook een beetje toe-eigent, en er zorg voor draagt. Tegen onze gevel groeit, wortelend in een paar uitgebroken stoeptegels, een druivelaar, op de vensterbank staan bloembakken, en veel van de huizen in onze straat hebben een gevelbankje, waarop mensen bij zonnig weer buiten zitten. Of je kunt ook gewoon op het trapje naar de voordeur zitten, je koffie drinken in de ochtendzon, bijpraten met de buren.

Omdat onze leefruimte aan de straatzijde ligt, een paar treden hoger dan de straat, zorgt die voor een levendige gelijkvloerse verdieping. Ik zie vaak mensen naar binnen kijken, door dat kleine niveauverschil kunnen ze niet alles zien, enkel onze boeken en onze planten: je krijgt een idee van wie daar woont. Die blik naar binnen is moeilijk te weerstaan. Het werkt ook omgekeerd: door die bewoonde benedenverdieping is er ook sociale controle op straat: publiciste Jane Jacobs spreekt over “eyes on the street”.

De achterkant van de rijwoning is veel privater en intiemer, daar zijn de verschillende tuinen van elkaar gescheiden door tuinmuren. In onze tuin zijn die niet veel hoger dan een balustrade, laag genoeg om even hallo te zeggen tegen de directe buren, hoog genoeg om van het tuintje een ruimte voor jou alleen te maken. Het is een ongeschreven regel dat je elkaar aan die achterzijde wat meer met rust laat, daar bevind je je in privaat gebied. Het toont dat aan de rijwoning ook een aantal afspraken vasthangen, rond het delen van gemene muren bijvoorbeeld, die zorgen dat dat samenwonen in de stad goed verloopt, want je woont natuurlijk nog steeds dicht bij elkaar.

Stijgend aandeel appartementen

Mijn ode schrijf ik niet enkel wegens de vele kwaliteiten van dit woningtype, maar ook vanuit de constatering dat dit woningtype erop achteruitgaat, in Vlaanderen, Brussel én Wallonië. De cijfers van de woningevolutie in België, van 1995 tot 2026, laten zien dat het aantal appartementen erg gestegen is, net zoals de vrijstaande woningen en halfopen bebouwingen. Die groei gaat ten koste van de rijwoning. Het stijgend aandeel appartementen heeft te maken met het kleiner worden van gezinnen, die ook geen tijd of zin meer hebben om zelf te verbouwen, en met de betaalbaarheid van wonen. Maar het is wel opvallend dat het vooral de rijwoningen zijn die plaatsmaken voor appartementen, en niet de meer ruimteverslindende woningtypes.

Tegenwoordig hebben heel wat rijhuizen plaats moeten ruimen voor appartementsgebouwen of anonieme woonblokken

Auteur en architect

Brussel is in die Belgische context natuurlijk een bijzonder geval. De stad moet haar demografische groei zien op te vangen binnen de beperking van de gewestgrenzen. Brussel heeft historisch gezien, als stads­gewest, ook een veel groter aandeel rijwoningen, gaande van kleine arbeiderswoningen tot heuse burger- en herenwoningen. Maar ook in Brussel gaat het aandeel rijwoningen, zij het minder uitgesproken dan in Vlaanderen, erop achteruit, en ruimen ze plaats voor appartementen.

Een gezonde stad heeft een mix aan inkomens- en huishoudensgroepen, en hiervoor is ook een diversiteit aan woningtypes nodig. De rijwoning spreekt gezinnen met kinderen aan en kan een motivatie zijn om in de stad te blijven. Als Gent bijvoorbeeld zo aantrekkelijk is voor gezinnen met kinderen, is dat ook te danken aan het grote aanbod aan rijwoningen. En ik maak me geen illusies: in Brussel zijn de woningprijzen dermate hoog dat het aantal rijwoningen wellicht nog verder achteruit zal gaan.

Jonge gezinnen

Een ode aan de rijwoning lijkt een anomalie in tijden waar gestapeld wonen en collectiviteit in architectuurmiddens bovenaan de agenda staan, en het is ook niet mijn opzet om de rijwoning als enig mogelijke of 'beste' woontypologie naar voren te schuiven: er is nood aan diversiteit. Het gaat erom dat we kunnen leren uit wat goed werkt in die rijwoningen: de connectie met de straat, de details die ze toevoegen aan het straatbeeld, de kwaliteiten van doorzonwoningen en zicht aan twee zijden, de aanpasbaarheid.

Mijn ode is vooral een pleidooi om met een andere blik naar dat oude patrimonium te kijken. Van alle rijwoningen die er vandaag in Brussel nog staan, dateert driekwart van voor 1945. Alle nieuwe woonvormen ten spijt zijn het vaak die oudere panden, die er al zo lang staan, die door hun degelijke bouwwijze en met dank aan de overmaat in de plannen, en door de beeldwaarde die ze toevoegen aan onze stad, het meest versatiel blijken te zijn, en die telkens nieuwe generaties bewoners tot de hunne willen maken. Dat heel wat jonge gezinnen in Brussel vandaag het initiatief nemen om samen een (te) grote burgerwoning te kopen, en om te bouwen tot twee kleinere, maar volwaardige gezinswoningen, toont net hoe robuust die woningen zijn. Die eeuwenoude woonvorm heeft nog een mooie toekomst in de stad, als we hem weten te koesteren.

BRZ 20261028 1997 ode aan de rijwoning


Het boek 'Ode aan de rijwoning' is een uitgave van Public Space, en is verkrijgbaar bij Passaporta Bookshop en Standaard Boekhandel

View the original on Bruzz →

KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.