Glorietijden Tadic nog ver weg in Arena waar chagrijn overheerst: 'Spelen te afwachtend'

"Tadic on Fire!", schreeuwt de harde kern van Ajax in de Johan Cruijff Arena. De Ajax-fans hebben voor de wedstrijd tegen NEC een enorm spandoek uitgerold ter ere van oud-Ajacied Dusan Tadic, nu in dienst van de tegenstander uit Nijmegen. In het Engels staat er: "Eens onze aanvoerder, altijd één van ons."
Zo krijgt de Serviër, inmiddels 37 jaar, zaterdagavond een warm onthaal bij de Amsterdamse club waar hij zijn grootste successen uit zijn carrière beleefde. Maar ondanks de festiviteiten, ook vanwege het 50-jarig bestaan van harde kern, overheerst vooral chagrijn bij Ajax nadat het duel met NEC in 1-1 is geëindigd.
Ondanks alle ervaren krachten die technisch directeur Jordi Cruijff deze zomer naar Amsterdam heeft gelokt, maakt Ajax een pas op de plaats in de strijd om de landstitel. De harde cijfers: met negen verliespunten na acht wedstrijden blijft Ajax de nummer vijf van de eredivisie. Koploper Feyenoord is vijf punten los.
En dus blijven de fans nog altijd terugverlangen naar de ploeg van 2019, toen de club de halve finales van de Champions League bereikte en de dubbel won, met Tadic als absolute leider en topscorer.
Tadic is in zekere zin de belichaming van die nostalgische gevoelens. Als laatste speler van dat elftal vertrok hij in 2023, als aanvoerder, en met hem ook 105 goals en 112 assists in 241 duels. Het betekende het einde van een tijdperk, waarna Ajax in ernstig verval raakte.
Zeker, bij vlagen zijn de contouren van een nieuw Ajax te zien. Dankzij de passjes van Julian Brandt, de machtige kopballen van Tolu Arokodare, de duelkracht van Sofyan Amrabat, het loopvermogen van Jorthy Mokio, de branie van Abdellah Ouazane.
Ajax speelt aanvallender dan vorig jaar en creëert ook veel meer kansen, maar weet die maar moeilijk te verzilveren, zo blijkt eens te meer tegen NEC. Het nieuwe elan biedt geen garantie op succes.
Bekijk hieronder de reactie van trainer Michel en de samenvatting van Ajax-NEC:
Ajax-coach Míchel Sánchez: 'Frustrerend, normaal win je deze wedstrijd'
Bekijk de samenvatting van Ajax - NEC
Slide 1 van 2
Ajax is een ploeg in opbouw, die stroperig oogt bovendien, ook door alle nieuwe gezichten die zich pas laat bij de club aansloten: Viktor Tsyhankov, Amrabat, Thilo Kehrer, Simon Adringa, Yves Bissouma. Ja, de lijst is lang.
"Het ontbrak ons aan vlotheid, aan vloeiend spel", aldus coach Míchel Sánchez na afloop. "Het is frustrerend. We speelden veel te afwachtend. We hadden 61 procent balbezit, maar we hebben veel te weinig beweging laten zien op het veld."
Ajax lijkt tijd nodig te hebben, maar de Spanjaard weet als geen ander dat 'tijd' niet bestaat in het voetbal. "Alles draait om resultaten. Een ploeg als Ajax is verplicht om te winnen."
Het zouden zo de kritische teksten kunnen zijn van Tadic. Maar de Serviër lijkt zaterdagavond met zijn hoofd ergens anders. Eigenlijk speelt hij een vrij onzichtbare wedstrijd. Het oogt een paar keer zelfs alsof hij niet wíl schieten als hij de ruimte krijgt, alsof hij zijn oude liefde geen pijn wil doen. Wat dan volgt is een passje breed op een teamgenoot.
Na de wedstrijd slaakt hij voor de camera een diepe zucht. "Het was een heel emotionele avond, een hele vreemde wedstrijd. Ajax is my love. En dat zal altijd zo blijven. NEC is de club waar ik voor speel, als professioneel voetballer. Ik moet het beste doen voor NEC. Ja, het was heel lastig voor mij."

De vele liefdesverklaringen voor Ajax, ook tijdens zijn presentatie deze zomer bij NEC, worden hem niet door iedereen in Nijmegen in dank afgenomen. Zo hing in het uitvak in de Arena een spandoek met daarop "Tadic, rot op!"
In aanloop naar deze wedstrijd zei Tadic nog maar eens tegen de krant De Gelderlander. "Ik hoop dat Ajax kampioen wordt."
Het antwoord van Ajax-aanvoerder Youri Baas op de vraag of zijn ploeg nog wel een titelkandidaat is, spreekt boekdelen. "Dat weet ik niet." En dus zijn de glorietijden, zoals in 2019 onder leiding van Tadic, voorlopig ver weg.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.