Brusselse ouders sluiten pact om smartphone bij kinderen te bannen

Kijk rond in het straatbeeld: de kans is groot dat je een jongere met een smartphone in de hand ziet. In de tram naar school zijn het misschien gamende jongens, verwikkeld in een potje Brawl Stars, terwijl in het park meisjes tiktokken. Volgens recente cijfers van het Apenstaartjarenonderzoek bij meer dan zesduizend jongeren heeft 97 procent van de twaalfjarigen een smartphone. Op een gewone schooldag brengt de helft van de Vlaamse en Brusselse jongeren er meer dan drie uur per dag mee door; in het weekend loopt dat aandeel op tot meer dan driekwart.
Smartphones zijn altijd en overal, en dat is niet zonder gevolgen. Steeds vaker komen smartphones – en andere schermpjes – in het nieuws als het gaat om het welzijn van jongeren. Terugvallende PISA-resultaten, eetstoornissen, cyberpesten: elke dag wordt duidelijk voor welke nieuwe uitdagingen die schermpjes onze kinderen en jongeren plaatsen.
Met de komst van de smartphone veranderde ook het ouderschap. Hoeveel schermtijd is te veel? Wanneer geef je een kind een smartphone? En hoe bewaak je de grenzen wanneer sociale media, games en andere apps ontworpen zijn om voortdurend de aandacht vast te houden?
Begin september verscheen Waarom een smartphone kan wachten van Lies Craeynest en Ankatrin Pessemier. Beide auteurs – Craeynest woont in Etterbeek, Pessemier in Meise – zijn de motor achter Kids Unplugged, een ouderbeweging die zich inzet om kinderen te beschermen tegen de schadelijke impact van smartphones en sociale media. Met hun boek willen ze ouders concrete handvatten geven om om te gaan met de aantrekkingskracht van de onlinewereld.
“Kids Unplugged stelt de vraag: kunnen we dit ook anders doen, en hoe?” vertelt Craeynest. “Voor antwoorden zijn we onze mosterd gaan halen bij experten: dokters, neuropsychiaters, neurologen, slaapexperten en ook een oogarts. Want: wat is hier nu eigenlijk aan de hand? Van daaruit hebben we een nieuw kader voorgesteld, met concrete tips en tricks."
Anorexia
Niet bij alle jongeren loopt smartphonegebruik echt mis. Bij een deel wel. “Bij ongeveer tien procent gaat het over écht problematisch gebruik”, stelt Craeynest. Ze noemt enkele verhalen uit haar directe kennissenkring. “Een meisje van dertien dat nadenkt over een neuscorrectie en thuis zware discussies voert omdat ze geen plastische chirurgie mag. Een jongen die meer dan 300 euro verloor omdat hij een onlinescam geloofde: “Get rich quick met een webshop.” Of schooluitval, bijvoorbeeld omdat je voortdurend influencers ziet die zogezegd rijk worden. Waarom zou je dan nog moeite doen op school? En dat terwijl die influencers in werkelijkheid vaak gewoon studio’s huren om een rijke levensstijl te veinzen.”
“Ook anorexia komt vaak voor. Ik ken zeker drie meisjes van wie de ouders ervan overtuigd zijn dat sociale media en het voortdurend aangeboden krijgen van bepaalde content daar een rol in hebben gespeeld. Of dit voorbeeld: een Instagramgroep wordt aangemaakt waarin een hele klas wordt gegooid, een tweede middelbaar. Vervolgens sluit ook een drugsdealer aan, die lean en weed verkoopt.”
Daarnaast wijst Craeynest op effecten die breder bij tieners spelen. “Het gebrek aan focus, de korte beloning en de constante prikkels eisen hun tol. Voor een tiener is het vandaag moeilijk om een tekst van drie of vier pagina’s te lezen. Ook misogynie en
een obsessie met uiterlijk kun je linken aan sociale media.”
Vandaag krijgen kinderen hun eerste smartphone gemiddeld op 9 jaar en 8 maanden, en maken ze hun eerste socialemediaprofiel aan rond hun tien jaar, zo blijkt uit cijfers van MediaNest, een website over mediaopvoeding. Maar volgens Craeynest is de vraag wat ouders precies in handen van hun kind geven. “Je denkt dat je een telefoon geeft, maar is dat wel zo? Alles en iedereen kan bij je kind komen, en omgekeerd. Achter die apps zit een team van honderden gedragspsychologen dat probeert je kind zo lang mogelijk op dat scherm te houden, omdat dat meer inkomsten oplevert. Om die risico’s te beperken, moet je als kind enorm veel zelfbeheersing hebben en als ouder een heel sterke verbinding met je tiener.”
Schermgebruik beperkt zich bovendien niet tot smartphones. Met de start van het schooljaar krijgen veel leerlingen een tablet of laptop mee naar huis. “Zelfs als je zelf langer hebt gewacht met een smartphone, komt daar alles binnen.” Volgens Craeynest is dat een systeemfout. “Eigenlijk kun je het zo bijna niet meer overzien.”
Vandaag worstelen ouders en kinderen in vrijwel elk gezin met de vraag hoe ze met die schermen moeten omgaan. “Iedereen probeert het op zijn eentje uit te zoeken: welke regels gelden bij ons?” zegt Craeynest.
Tips per leeftijd
Met het boek en de bijhorende website wil Kids Unplugged ouders helpen om daar sterker in te staan. “Wij proberen een gids te bieden, die voortkomt uit internationale discussies en samenwerking met andere ouderbewegingen, zoals Smartphone Free Childhood. Ons doel is om ouders opnieuw een soort digitaal kompas te geven: wat is goede, versterkende technologie en wat is dat niet? En vervolgens kijken we per leeftijd wat aangewezen is.”
Daaruit kwamen heel wat concrete adviezen. Zoals: geen schermen tussen nul en drie jaar. “Als je tussen twee en drie jaar samen naar iets kijkt, kan dat leuk en leerrijk zijn. Op die leeftijd raden we vooral aan om individuele tablets te vermijden.” Craeynest maakt een verschil tussen een gedeeld scherm, zoals de televisie, en een geïndividualiseerd privéscherm, zoals een smartphone of tablet. “Een laptop zit daar tussenin: je kunt nog een beetje meekijken en zien wat er gebeurt.”
Voor drie- tot twaalfjarigen geldt het advies: wacht zo lang mogelijk met privéschermen. “Toen mijn dochter na het kijken van YouTubefilmpjes op haar negende zei: ‘Mama, ik heb een make-upritual nodig’, hebben we bij ons thuis de tablet gewoon weggehaald. Die doet nu enkel nog dienst als afstandsbediening voor de muziekspeler”, zegt Craeynest.
Wie zijn kind bijvoorbeeld alleen naar de bakker om de hoek wil laten gaan, kan volgens haar kiezen voor een eenvoudig toestel zonder internet, zoals een oude Nokia. Ook walkietalkies zijn een mogelijkheid. “En vooral: geef kinderen meer vrijheid en vertrouwen offline. Het mag niet voelen alsof je alleen maar iets afpakt. Je moet ook kijken naar wat ze wél kunnen doen.”
Geen sociale media onder 14
Voor jongeren onder de veertien jaar raadt Kids Unplugged een gsm zonder internet of sociale media aan, enkel om te bellen en te sms’en. Tussen veertien en zestien jaar kan volgens het voorgestelde kader een smartphone met een beperkt aantal apps en ouderlijk toezicht. Vanaf zestien jaar is een smartphone met volledige functionaliteit mogelijk, “maar dan best met sociale media en apps die écht veilig zijn voor minderjarigen”, aldus Craeynest.
Een van de tools die Kids Unplugged aanbiedt, is een pact dat ouders kunnen ondertekenen om die eerste smartphone uit te stellen. Een document dat ze thuis bijvoorbeeld aan de koelkast kunnen hangen. “Er horen ook filmpjes bij waarin psychiaters en andere experten uitleggen waarom dat een goed idee is.”
Op de website is zichtbaar hoeveel ouders in elke stad, dorp, school of zelfs klas hebben meegetekend. “Op die manier worden individuele beslissingen zichtbaar.” Vandaag zijn in heel België zo’n drieduizend pacten ondertekend. Brussel telt daarbij het grootste aantal, met zo’n 848 kinderen.
De bezorgdheid over de impact van smartphones en sociale media op kinderen groeit niet alleen bij ouders en experten, maar ook op beleidsniveau. Vorige week stelde de Europese Commissie haar nieuwe EU Kids Act voor. “Jonge Europeanen brengen nu vier tot zes uur per dag op schermen door. Kinderen raken steeds dieper verstrikt in feeds die zo zijn ontworpen dat ze blijven scrollen”, zei Commissievoorzitster Ursula von der Leyen een dag eerder in haar State of the Union.
Met de nieuwe regels kunnen jongeren onder de 15 jaar geen account meer aanmaken op sociale media. Tussen 13 en 15 kan het eventueel via de ouders, maar dan met sterke beperkingen. Craeynest noemt dat een stap vooruit. “Europa erkent eindelijk dat er een probleem is. Al had ik liever zestien jaar gezien als minimumleeftijd.”
Ondersteuning in de buurt
Niet alleen Europa, ook lokale overheden en scholen kunnen volgens Craeynest een belangrijke rol spelen. Ze kunnen informatieavonden organiseren, ouders en leerkrachten sensibiliseren en meer inzetten op preventie. Daarnaast ziet Craeynest een rol voor Kind en Gezin en de eerstelijnszorg. “Je krijgt vandaag wel voedingsrichtlijnen mee, maar geen handleiding voor gezond schermgebruik.”
Ook gemeenten kunnen het thema breder onder de aandacht brengen. Etterbeek organiseerde onlangs een informatieavond, die heel wat geïnteresseerden lokte. “Ouders zijn zo dankbaar dat er een soort tegenwind komt.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.