Brusselse begroting: regering lijkt uit de grote trukendoos te putten

Wat in de federale regering niet lijkt te lukken, krijgt Brussel wel voor elkaar: links en rechts verzoenen om een begroting voor 2027 in elkaar te timmeren. Daarbij wordt niet afgeweken van het afgesproken pad dat moet leiden naar een begroting in evenwicht in 2029.
De regeringspartijen doen daarmee niet meer of niet minder dan wat ze moeten doen: hun verantwoordelijkheid opnemen ten aanzien van de kiezer.
Iedereen doet water in de wijn, al lijken toch vooral PS en de liberalen er het meest bij te winnen. Minister Ahmed Laaouej kon extra geld verzilveren voor het woonbeleid, de lokale besturen en de ziekenhuizen. De liberalen kunnen zich op de borst kloppen dat de overheid afslankt en de belastingen niet stijgen. Er zitten zelfs enkele fiscale cadeautjes in voor de middenklasse, zoals de verdubbeling van de Be Home-premie.
Het is in die zin een klassieke begroting: tit for tat, iedereen krijgt zijn deel. Belgischer kan niet.
Toch vallen er enkele flinke kanttekeningen te maken. De regering lijkt weer volop uit de grote trukendoos der begrotingen te putten. Ook dat is heel Belgisch.
Om het budget sluitend te maken, worden kleinere en grote bedragen buiten de begroting geplaatst. Economen wijzen er al langer op dat je de kiezer daarmee een rad voor de ogen draait: het geld wordt wel uitgegeven, maar wordt in zekere zin onzichtbaar gemaakt.
Daarnaast zijn er de onderbenuttingen. Dat wil zeggen: we begroten het geld, maar gaan ervan uit dat het toch niet wordt gebruikt. Nieuw in deze begroting, tot slot, zijn de terugverdieneffecten. Door een aanzwengelende economie en een aantrekkende arbeidsmarkt verwacht de regering een return van veertig miljoen euro. Zelfs als de economie aantrekt, zijn die terugverdieneffecten toch meer iets voor de lange termijn.
Tweede kanttekening: de afslanking van de administratie gaat wel erg hard. Elk jaar wordt er 70 miljoen euro aan personeel weggesneden om in 2029 af te klokken op een besparing van 233 miljoen euro. Dat is gerekend zonder de dalende werkingsmiddelen. De vraag is of op een bepaald moment de bodem niet is bereikt.
Tekenend daarbij zijn de investeringen in mobiliteit. Dat gaat over het onderhoud van tunnels en wegen, de heraanleg van nieuwe pleinen of fietspaden. Daar wordt vandaag een kleine 200 miljoen euro per jaar voor uitgetrokken. Vanaf 2029 zakt dat tot 32 miljoen euro. Dat is een onrealistisch laag bedrag. Het riskeert de volgende regering op te zadelen met serieuze desinvesteringen.
En de derde kanttekening: de schuldenberg blijft huizenhoog. De rentelasten bedragen meer dan een half miljard euro. Dat is niet zonder risico’s.
Dit alles doet ook opnieuw de vraag rijzen of Brussel wel juist gefinancierd is binnen het Belgische staatsbestel. En, twee, of er geen winst valt te maken door gemeenten en Gewest samen te voegen.
Dat soort hervormingen is echter verre toekomstmuziek. Intussen is deze strakke begroting the way to go. De Brusselse regering kan geen andere kant uit dan traag maar gestaag werken aan de afbouw van het overheidstekort. Dat ze dat doet, verdient alle lof. En kloppen de rekeningen niet op het einde van de rit? Of loopt de dienstverlening aan de burger volledig spaak? Dan staat ze opnieuw oog in oog met de kiezer.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.