350 schapen naderen Brussel: herders vragen aandacht voor hun bedreigde beroep

Een kudde van 350 Limburgse schapen is op dit moment op weg naar Brussel. Tegen de tijd dat ze het Ter Kamerenbos bereiken, hun eindbestemming, zullen ze 160 kilometer in de poten hebben.
Eerder vertrokken schaapherders met hun herkauwers helemaal uit Berlijn en het Nederlandse waddeneiland Texel. In een estafettetocht lossen verschillende kuddes elkaar af. Sommige schapen lopen maar één dag mee. Andere, zoals de kudde van de Limburgse boeren Toon en Johan Schouteden, trekken zestien dagen aan een stuk door. “Voor ons is dit vakantie”, jubelt vader Johan.
Net na hun vertrek in Hamont-Achel wandelt BRUZZ twee halve dagen achter de kudde aan. Of eerder: hollen, want schapen zijn opmerkelijk snel. “Aan het begin van een tocht halen schapen 6 kilometer per uur”, zegt Toon Schouteden. “Zodra ze doorhebben dat ze een langere tocht voor de boeg gaan, gaan ze weer langzamer.”
Het doet deugd om even niks anders te moeten dan een schaap te achtervolgen. Dat vindt ook de Limburgse kleuterleidster Jeanne, die het uitje cadeau kreeg voor haar pensioen. “Mijn collega's kennen me”, glundert ze terwijl ze blauwe besjes uitdeelt. “Wandelen is mijn hobby.”
Dagelijks trekt de kudde er tien tot twaalf kilometer op uit. Dat kunnen ze makkelijk aan. Alleen het asfalt speelt hen soms parten. Als ze enkel op zachte wegen zouden lopen, zouden ze nog verder kunnen. 's Middags neemt de kudde minstens twee uur pauze. Die tijd hebben ze nodig om te herkauwen. “Dat moet wel, ze eten amper onderweg”, merkt Loupa Pius op. Pius is een herder uit Oeganda en legt de tocht mee af op uitnodiging van de ngo Dierenartsen Zonder Grenzen. Hij verbaast zich over de smalle Vlaamse wegen en het gebrek aan weids uitzicht.
En dan zijn ze nog in Limburg. Brussel is nog lang niet in zicht.
Spaans koor
Voor wie zelf eens wil snelwandelen in het kielzog van een schaap: de herderstocht houdt komend weekend halt in de omgeving van Brussel, en trekt op maandag en dinsdag door de hoofdstad. Een prachtige route, vindt Johan Schouteden het. “We moeten het bos bijna nooit uit.”
Met een tracker kun je nagaan waar de kudde zich wanneer precies bevindt. Op zaterdag 10 oktober trekt de kudde van Huldenberg naar Overijse. Op zondag houdt ze halt in het AfricaMuseum in Tervuren en zijn er publieksactiviteiten. Van Jezus-Eik trekt ze op maandag eindelijk het gewest in: via Oudergem gaan de schapen naar Watermaal-Bosvoorde langs het Zoniënwoud. Op dinsdag 13 oktober, de laatste dag, komt de kudde op de middag aan in Ter Kamerenbos. Herders uit heel Europa tekenen present. Zo komt er een Spaans koor dat alleen maar uit herders bestaat.
Zoveel bekijks zoeken de herders niet voor niks op: ze trekken naar Brussel om politieke aandacht te vragen voor hun beroep. Duits Europarlementslid Norbert Lins, de vicevoorzitter van de landbouwcommissie, wacht hen op in Ter Kamerenbos. Oorspronkelijk was het idee om een deel van de kudde met een aanhangwagen naar het Luxemburgplein te rijden, maar dat plan gaat niet door.
In 2010 ondernam Johan Schouteden al eens een tocht van de Nederlandse grens naar Brussel. Toen belandde hij wél in de Europese wijk. “Eigenlijk mochten we toen ook niet, maar een Griekse Europarlementariër stond erop dat we toch kwamen. De regels waren iets minder streng.” De herder zucht als hij alle toestemmingsformulieren opnoemt die hij dit jaar heeft moeten invullen. “In Brussel mag je niet zomaar komen met levende dieren”, duidt David Dhondt, Brussels stadsherder. Het verbaast hem dat de Limburgers een evenement in Ter Kamerenbos mogen houden.
Tweederangswol
In Ukkel zullen de herders het nut van schapen voor landschapsbeheer benadrukken, maar ook aankaarten dat er te veel regels zijn. Niet enkel om schapen naar Brussel te krijgen, maar vooral: milieuregels en administratie. De ruimte waar schapen mogen grazen is beperkt, de herders worden te weinig ondersteund en de contracten zijn te kort: om het jaar of om de drie jaar herbekijken lokale overheden wie er waar mag grazen. Tot slot is ook het aantal kleinschalige slachthuizen geslonken – in Limburg kun je met je schapen nergens nog terecht – en loert de wolf om de hoek.
Ook het contract van Brussels stadsherder David Dhondt loopt amper vier jaar, maar daar ondervindt hij minder hinder van, zegt hij, omdat hij ook schapen houdt voor het vlees. In Brussel heb je weliswaar het slachthuis van Anderlecht, toch verkiest Dhondt kleinschalig slachten. Daarvoor wijkt hij helemaal uit naar Kluisbergen. “Dat kost mij enorm veel tijd.” Ruimte in Brussel? Die is er natuurlijk niet te over. “Enkel van de wolf hebben wij door de bebouwing geen last”, lacht hij.
De Vlaamse Schapenhouderij, medeorganisator van de Herderstocht, hoopt op meer aandacht en steun voor het voortbestaan van zeldzame schapenrassen. Antwerpse herder Maarten D'hondt werd bij de lancering van de tocht uitgenodigd om over lokale wol te praten. Die wordt doorgaans als tweederangswol weggezet. In Brussel grazen zwartblesschapen, een ras dat weinig voorkomt. Hun wol is nóg minder waard, omdat het gekleurde wol is. Toch zet de stadsherder, samen met de vzw La Lainerie en de Schaarbeekse ontwerpster Pauline Dornat, projecten op om de vezel te herwaarderen.
Eerder dan over het potentieel van de wol te praten in Brussel hopen Toon en Johan Schouteden op een gesprek over de toekomst van herderen. Dat staat wereldwijd onder druk, bevestigt Loupa Pius uit Oeganda. Daarom hebben de Verenigde Naties dit jaar uitgeroepen tot het jaar van herders en graslanden. ‘s Avonds houdt Dierenartsen Zonder Grenzen een symposium daarover in Chalet Robinson op het eiland in Ter Kamerenbos. De schapen zullen er niet bij zijn. “Die mogen diezelfde avond al naar huis, met de vrachtwagen deze keer”, zegt Johan Schouteden. “En daarna zit de vakantie erop.”
Volg de schapen via herderstocht2026.be
Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.