Supersnel internet wint terrein, maar veel huishoudens kunnen met minder toe


Steeds meer huishoudens hebben een internetabonnement met een hoge internetsnelheid, maar veel mensen kunnen prima uit de voeten met een lagere internetsnelheid. Bijna de helft van alle vaste internetabonnementen biedt inmiddels snelheden van ten minste 300 megabit per seconde.
Een kwart van alle internetabonnementen haalt zelfs snelheden van 1 gigabit per seconde (Gbps) of meer. Dit blijkt uit de Telecommonitor over het tweede kwartaal van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).
Dergelijke hoge snelheden zijn lang niet voor iedereen nodig. Uit een eerder onderzoek van de ACM blijkt dat een snelheid van 50 tot 100 Mbps voor veel huishoudens volstaat. Toch kiezen consumenten steeds vaker voor veel snellere internetabonnementen. Vaak zijn die abonnementen ook duurder.
Dit komt volgens de toezichthouder mede door de manier waarop internetaanbieders hun abonnementen verkopen. Zo adviseren providers via online keuzehulpen soms hogere snelheden dan de klant daadwerkelijk nodig heeft. Ook proberen aanbieders consumenten vaak uitgebreidere en duurdere pakketten te verkopen. Dat wordt ook wel upselling genoemd.
Daardoor betalen consumenten mogelijk meer voor hun internetaansluiting dan strikt noodzakelijk is. Overigens blijkt uit het eerdere onderzoek van de ACM dat een abonnement met een lagere snelheid niet altijd goedkoper is. Klanten met oudere contracten voor lagere snelheden betalen soms meer dan klanten met een nieuw internetabonnement met hogere snelheden.
ACM wil dat klanten beter worden geïnformeerd over abonnementen
De ACM adviseert consumenten om aan het einde van de looptijd van het internetcontract opnieuw alle beschikbare aanbieders te vergelijken. Trouwe of 'slapende' klanten betalen namelijk vaak meer per maand dan nieuwe klanten.
Internetaanbieders zijn inmiddels verplicht om hun klanten jaarlijks en bij het einde van de contractduur te informeren over hun internetabonnement. Dat moet voorkomen dat 'slapende' klanten steeds meer gaan betalen, terwijl het verlengen van het abonnement of overstappen naar een andere aanbieder wellicht goedkoper zou zijn.
Glasvezel in de straat is nog geen glasvezel in huis
Nieuw in de Telecommonitor zijn gedetailleerdere cijfers over de aanleg van glasvezelnetwerken. Daaruit blijkt dat de uitrol van glasvezelnetwerken minder ver gevorderd is dan de dekkingscijfers van providers suggereren. Providers laten vaak zien waar een glasvezelaansluiting in theorie mogelijk is. Maar dat wil niet zeggen dat de kabel ook daadwerkelijk tot in de woning is doorgetrokken.
Daarom maakt de toezichthouder nu onderscheid tussen potentiële aansluitingen en aansluitingen die daadwerkelijk in een woning zijn geïnstalleerd. In Nederland zijn er momenteel 9,18 miljoen locaties geregistreerd waar een glasvezelaansluiting mogelijk is. Bij 6,69 miljoen daarvan is de kabel daadwerkelijk tot in de woning aangelegd. Dat is een verschil van bijna 2,5 miljoen aansluitingen.
Dat betekent niet dat nog 2,5 miljoen woningen op een glasvezelaansluiting wachten. In verschillende delen van Nederland zijn op één adres meerdere glasvezelnetwerken aangelegd. Die adressen zijn mogelijk dubbel in de statistieken meegeteld. Op 3,75 miljoen glasvezelaansluitingen is op dit moment een internetabonnement actief.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.