De grootste verspilling zit niet in onze vuilnisbak, maar ligt gewoon in een schuif

Duurzaamheid en circulariteit staan in Europa al jaren hoog op de agenda, maar toch liggen in zowat alle huishoudens elektronische toestellen stof te vergaren. Smartphones die perfect werken, oude tablets die niet meer gebruikt worden en laders waarvan niemand nog precies weet waar ze voor dienen. We beschouwen dit als vergeten rommel, terwijl deze toestellen nog waarde hebben en iemand anders er misschien jaren mee verder kan.
Fundamentele tekortkoming
Onderzoek van UNITAR en leden van het WEEE Forum toont hoe groot die verspilling is: het gemiddelde Europese gezin in zes Europese landen bezit 74 elektronische producten, waarvan er 13 ongebruikt blijven. Negen daarvan werken nog perfect. Dat is meer dan een huishoudelijk opruimprobleem. Het legt een fundamentele tekortkoming bloot in de manier waarop we met technologie omgaan: we denken te snel aan vervangen en te weinig aan hergebruiken.
Waarom blijven die producten liggen? Uit een eigen internationale rondvraag blijkt dat ruim een kwart (27 procent) nog nooit een elektronisch apparaat heeft verkocht of ingeruild. Gevraagd waarom ze hun oude toestel bijhouden, zegt eveneens 27 procent dat ze het als back-up bewaren. Daarnaast besefte 13 procent niet dat hun toestel nog waarde had, wist 12 procent niet waar ze het konden verkopen en maakte nog eens 12 procent zich zorgen over de veiligheid van de gegevens op het toestel.
Tijd maakt het nog erger: smartphone-eigenaars die wel verkochten, hebben daar gemiddeld zo’n vijftien en een halve maand mee gewacht sinds ze gestopt zijn het toestel te gebruiken. 17 procent heeft er zelfs meer dan drie jaar over gedaan. Van de respondenten die in de voorbije vijf jaar een toestel hebben verkocht, gelooft 58 procent dat ze geld hebben laten schieten door te wachten. Iedere maand dat een goed werkend apparaat in een schuif doorbrengt, is een maand waarin het niet gebruikt wordt door iemand anders. Die schuif is dan ook een goed vertrekpunt om eens na te denken over een uitdaging die veel groter is dan één huishouden.
62 miljoen ton e-waste
De cijfers zien er niet goed uit. De wereld produceerde in 2022 een recordhoeveelheid van 62 miljoen ton e-waste, 82 procent meer dan in 2010. De VN verwacht dat dit zal oplopen tot 82 miljoen ton in 2030.
Recyclage is belangrijk, maar het is eigenlijk de laatste stap in de keten, en zeker niet de eerste. Het meest groene apparaat is het toestel dat al bestaat. De grootste klimaatimpact gebeurt voor het bij de eerste eigenaar terechtkomt. De Franse agentschappen ADEME en Arcep schatten dat de keuze voor een refurbished smartphone in plaats van een nieuw toestel de voetafdruk op het milieu met ongeveer 87 procent vermindert. Het European Environmental Bureau heeft berekend dat het verlengen van de levensduur van Europese smartphones, laptops, wasmachines en stofzuigers met slechts één jaar evenveel CO2 zou besparen als jaarlijks twee miljoen wagens van de weg verwijderen.
Waarom is refurbished dan nog altijd niet de norm?
Hier komt het antwoord neer op één woord: vertrouwen. Mensen maken zich zorgen over verborgen gebreken, batterijduur, hun data en wat er gebeurt als het misgaat. Die zorgen zijn terecht en de sector moet er een duidelijk antwoord op geven. Dit betekent eerlijke scores, grondige testprocessen, echte garanties en discipline om toestellen te weigeren die niet aan de normen voldoen. Refurbishment kan pas een geloofwaardig antwoord bieden voor e-waste als klanten er evenveel op kunnen vertrouwen als op een nieuw toestel.
Technologie biedt hulp. Consistente kwaliteit in grote volumes is moeilijk te bereiken als je alleen handmatig werkt. In onze centra in Tallinn en Leipzig zorgen geautomatiseerde lijnen de klok rond voor dataverwijdering, opkuis en diagnostisering. In 2024 heeft dit geholpen om onze capaciteit te verdubbelen. Het is bemoedigend om te zien dat automatisatie in refurbishment doorheen de sector meer aandacht krijgt. Hoe meer aanbieders van refurbishment investeren in nauwkeurige, herhaalbare en transparante tests, des te sterker het argument dat een toestel ook in een tweede leven even betrouwbaar is als een nieuw alternatief.
Vooruitgang vergt inspanning van meer dan één sector
De sector moet refurbishment ook eenvoudig en toegankelijk maken. Dezelfde survey toont immers aan dat mensen hun oude toestel wellicht sneller zouden verkopen als het proces snel en gemakkelijk is (28 procent), als de prijs gegarandeerd is (27 procent), en als ze zouden kunnen inschatten wat hun toestel waard is (25 procent). Toch zal vooruitgang een inspanning van meer dan één sector vergen.
Consumenten kunnen zelf beginnen door ongebruikte toestellen te verkopen, te doneren, te herstellen of te recycleren, voordat ze verder aan waarde verliezen. Fabrikanten kunnen bijdragen door producten te ontwerpen die langer meegaan en reserveonderdelen en herstelinformatie toegankelijk te maken. Ook beleidsvoerders spelen een belangrijke rol: zij moeten refurbishment erkennen als een volwaardige economische activiteit en zorgen voor passende, evenredige wetgeving die Europese bedrijven ondersteunt, toestellen langer in gebruik houdt, geschoolde jobs creëert en de circulaire economie versterkt.
Fast Tech hoeft geen wegwerptechnologie te zijn. Maar daarvoor moeten we anders leren kijken naar de toestellen die we niet meer gebruiken: niet als spullen die hun waarde verloren hebben, maar als producten die nog een tweede leven verdienen.
De echte vooruitgang meten we niet alleen aan hoeveel elektronisch afval we recycleren, maar ook aan hoeveel toestellen we uit de afvalstroom kunnen houden. Een circulaire economie begint niet wanneer we iets weggooien. Ze begint wanneer we beslissen dat het nog niet afgeschreven is.
Jussi Lystimäki, CEO van Swappie
Wil je meer technieuws ontvangen? Schrijf je in op onze wekelijkse Tech Insider-nieuwsbrief
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.