Twee linkerhanden? Steeds meer Brusselaars zoeken hulp via klusapps

Nog nooit een boormachine vastgehad en geen idee waar je schroevendraaiers zich bevinden? Je bent niet de enige. Voor veel Brusselaars is het tegenwoordig prutsen en vloeken om een fotokader recht te hangen, een lamp te vervangen of een fietsband te plakken.
“Jonge mensen zijn minder handig dan hun ouders", verklaarde de topman van de Nederlandse werkmateriaalketen Gamma twee jaar terug met enige droefheid. VUB-socioloog Ignace Glorieux is het met die vaststelling roerend eens. “Veel toestellen zijn ingewikkelder geworden, maar er zijn ook gewoon veel praktische vaardigheden verloren gegaan."
Al een paar generaties ligt de focus in het onderwijs heel erg op intellectuele ontwikkeling, ziet Glorieux. "De samenleving schrijft ASO hoger aan dan TSO en BSO, maar daardoor doet de jeugd veel minder technische kennis op.”
Ook thuis krijgen jongeren minder mee, zegt de socioloog. "In de jaren zeventig zagen kinderen hun ouders nog sleutelen aan de auto of in de tuin werken. Vandaag de dag zijn er veel meer tweeverdieners en wordt vaker een tuinman, poetshulp of vakman ingeschakeld. Als je dat soort werk nooit door je ouders ziet gebeuren, begin je er later zelf ook minder snel aan. Mensen zijn bovendien minder bereid om zich aan zo'n karwei te zetten: ze plannen hun vrije tijd vol met andere dingen."
En dan heeft er nog een belangrijke economische verschuiving plaatsgevonden: nieuwe producten werden relatief goedkoper, terwijl arbeid duurder werd. Daardoor begonnen mensen vaker hun oude spullen te vervangen en minder te herstellen.
De Nederlandse econome Annegreet van Bergen illustreert dat helder in het tijdschrift Quest. “Toen mijn ouders zich in 1947 verloofden, kochten ze een wekker. Die kostte tien gulden en daar moest mijn vader meer dan een dag voor werken. Dan loont het om zo’n toestel te herstellen. Tegenwoordig koop je ook voor een tientje een wekker, maar daar hoef je echt geen dag voor te werken: vandaag is tijd meer waard dan geld.”
Van Ring Twice tot Fiksit
Het groeiende aanbod aan home-improvementvideo’s illustreert hoe groot de vraag naar praktische hulp inmiddels is. In het kielzog van de klusgekte tijdens corona lanceerden ketens als Gamma en Brico hun eigen instructiefilmpjes. Beide YouTube-kanalen tellen inmiddels meer dan 30.000 abonnees. YouTube zelf publiceerde vorig jaar nog een artikel over de groeiende populariteit van klusvideo’s. Ter illustratie: filmpjes over deurreparaties blijken samen al ruim 34 miljoen keer bekeken.
Toch klussen we volgens internationaal onderzoek almaar minder zelf. Uit een Nederlandse studie blijkt dat meer dan de helft van de ‘klussers’ tot 55 jaar zijn karweitjes het liefst uitbesteedt. Doe-het-zelf wordt dus almaar vaker doe-het-voor-mij. Ook in België is die trend zichtbaar: apps om handige Harry’s te vinden die je tuin willen omspitten of je gordijnrail monteren, zitten fors in de lift.
Zo is er keuze uit onder meer Ring Twice, Helpper, PWIIC en de Franse apps Yoojo en NeedHelp. Gebruikers kunnen er met een paar clicks een zoekertje plaatsen en worden via offertes gekoppeld aan een klusser (een particulier of bedrijf).
Ring Twice, een van de bekendste spelers in België, telt inmiddels 160.000 gebruikers (klanten en dienstverleners met minstens één dienstaanvraag) in Brussel. Dat aantal verviervoudigde de afgelopen vijf jaar.
“Sinds de start van ons platform in 2013 werden er alleen al in de hoofdstad 108.000 jobs uitgevoerd”, vertelt medeoprichter Christophe Kalbfleisch. “De helft daarvan zijn 'traditionele’ klusjes zoals elektriciteitswerken of loodgieterij, maar je kan ook bijvoorbeeld huishoudhulp of verhuizers zoeken. Mensen zijn het gewoon geworden om online hulp te zoeken: vergelijk het met het succes van e-commerce.”
De concurrentie zit intussen niet stil: in het najaar komt er nog een nieuwe speler op de markt. Fiksit start in het Brussels gewest, maar wil gestaag uitbreiden naar heel het land. “De bestaande apps zijn nog te ingewikkeld met veel tussenstappen”, zegt Sam Knaepen, die het platform met zijn broer Mats oprichtte. “Wij willen onze app even gebruiksvriendelijk maken als Uber of Airbnb.”
De Vlaams-Brabantse broers wachten nog op hun deeleconomie-statuut om te beginnen, maar hopen dit jaar toch al vierhonderd klusjes te faciliteren. “Volgend jaar mikken we op een veelvoud daarvan”, klinkt het ambitieus. "Onze doelgroep bestaat vooral uit drukke tweeverdieners die wat tijd willen terugwinnen."
Vrije bijdrage
Klusapps hebben dus de wind in de zeilen. Tegelijk zoeken ook steeds meer Brusselaars elders hulp voor hun karweitjes: bij de talloze repaircafés. Dat zijn plekken waar wekelijks of maandelijks bijeenkomsten plaatsvinden om spullen te laten herstellen door vrijwilligers. Je kunt er terecht voor je kapotte radio, maar evengoed met een gescheurde broek of kaduke kerstverlichting.
Repaircafés hebben bovendien een belangrijke troef: ze zijn veel goedkoper dan een professionele herstelling of een app. Vrijwilligers werken er met een vrije bijdrage, terwijl klusapps servicekosten aanrekenen. Bij Ring Twice bedraagt die bijvoorbeeld 20 procent, tenzij de gebruiker een jaarabonnement neemt voor 100 euro. De tarieven op klusplatformen liggen vaak wel lager dan die van professionele vakmannen.
Het concept van de repaircafés waaide over uit Nederland en heeft niet alleen een economische, maar ook een ecologische en sociale insteek. Vrijwilligers herstellen er kapotte spullen, maar geven tegelijk ook hun kennis en vakmanschap door aan bezoekers. Sinds het eerste Belgische café opende in Elsene, groeide hun aantal gestaag tot 38 in Brussel: goed voor zo’n 11.000 binnengebrachte spullen per jaar.
'Koffiemachines zijn het moeilijkste'
In het Repair Café Jette, vlak bij het Spiegelplein, zijn op een zomerse zondag al een 25-tal voorwerpen de revue gepasseerd: van een buggy tot een koptelefoon en een gescheurde slaapzak. De onthaalverantwoordelijke toont trots haar lijst: de succesvolle reparaties zijn met een groen kruisje aangeduid. “Gemiddeld gaat het om zo’n 50 à 60 procent”, klinkt het.
“Koffiemachines zijn het moeilijkste”, vertelt vrijwilliger Karel Trachet. “Vaak zijn die erg goedkoop aangekocht. Je kan er dan soms uren aan sleutelen om uiteindelijk te concluderen dat je gewoon een nieuw onderdeel moet bestellen.”
Trachet zit aan een lange tafel en kuist met een oorstokje geduldig een onderdeel van een oude radio. Links van hem zit een man te solderen, terwijl verderop een vrouw een naaimachine bedient. Regelmatig hoor je het driftige getik van haar naald op de stof.
Trachet is inmiddels twee jaar vrijwilliger in het Jetse repaircafé. “Uit plichtsbesef”, zegt hij daar zelf over. “Mensen gooien gewoon te veel weg, terwijl er erg vaak maar een kabeltje loszit. Je soldeert dat en het apparaat werkt weer prima.”
Tegelijk nuanceert hij: “Veel mensen lopen ook vast op het benodigde gereedschap. Toen ik in Jette begon, kende ik enkel een kruisschroevendraaier en een platte kop, maar heel wat fabrikanten produceren nu hun eigen schroeven.”
Hij toont een bakje met wel honderd afzonderlijke kopjes. “Als je die niet thuis hebt liggen, kan je vaak niet eens beginnen aan een reparatie. Daar rekenen de fabrikanten op: zo maken ze hun winst.”
Spelplezier
Het is een klacht die Florine Paquay wel vaker hoort. Zij werkt voor de ngo Repair Together, die het Belgische netwerk van repaircafés ondersteunt. “Zeker: mensen kunnen minder goed klussen, maar de voorbije jaren horen we ook steeds meer berichten over apparaten die je niet meer kan openen zonder ze stuk te maken of die als een bunker zijn dichtgelijmd."
Een bekend voorbeeld zijn de AirPods van Apple die zelfs een vakman niet kan openen zonder ze compleet naar de vernieling te helpen. Dichter bij huis kwam ook Cowboy onder vuur te liggen. De Brusselse fietsfabrikant, inmiddels overgenomen door het Franse Rebirth, kreeg jarenlang klachten over lange wachttijden voor herstellingen en reserveonderdelen. Door het gebruik van merkgebonden onderdelen waren eigenaars voor veel reparaties volledig afhankelijk van Cowboy.
"Er zit ook meer en meer elektronica in toestellen waar dit niet per se nodig is", aldus Paquay. Op Bol.com krijg je inmiddels meerdere tabbladen voorgeschoteld als je zoekt naar 'slimme' tandenborstels, stofzuigers of deurbellen. "Met al die sensoren, chips en printplaten is het echter veel lastiger om iets te repareren."
“The right to repair (Europese wetgeving die het makkelijker moet maken om spullen te herstellen, red.) is een gevecht in volle gang”, beaamt vrijwilliger Trachet. "Je moet opletten met wat je zegt, maar sommige apparaten zijn er echt wel op gebouwd: de dag dat de garantie is verlopen, beginnen ze mankementen te vertonen.”
Voor veel spullen riskeer je bovendien je garantie te verliezen als je ze nog maar openvijst. Trachet hekelt dan ook dat je vandaag actief wordt ontmoedigd om te klussen. “Daarom is mijn vrijwilligerswerk deels activistisch: dit is mijn apparaat en ik heb het recht eraan te sleutelen.”
Of hij zelf dan nooit een apparaat door de kamer smijt na een vijftiende mislukte herstelpoging? “Natuurlijk wel. Soms denk ik ook dat iets gewoon te moeilijk is en dan koop ik een nieuw toestel. Maar bij klussen kan erg veel spelplezier komen kijken en dat wil ik hier tonen. Vergelijk het met een puzzel: het geeft ongelofelijk veel voldoening als een moeilijke reparatie lukt. Voor mezelf is het een constante strijd tussen pragmatisme en nieuwsgierigheid.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.