De jongerenrellen verklaard: 'Dit is een sociale opstand'

Jonge betogers lieten het afgelopen weekend in Brussel opnieuw een spoor van vernieling na. Tegelijk kwamen in Frankrijk 800.000 mensen – soms gewelddadig – op straat. Ook in de Italiaanse steden Milaan, Turijn en Bologna ontaardde protest in verwoestingen en in plunderingen, en het Spaanse protest tegen de hoge huurprijzen bereikte intussen al het Portugese Lissabon. Zelfs tot Zuid-Amerika en Azië dondert het: van Chili en Argentinië tot Colombia en Indonesië komen jongeren op straat tegen hervormingen.
Elk protest heeft zijn eigen aanleiding. Toch bestempelen internationale zenders zoals CNN ze gezamenlijk als ‘cost of living protests’: koopkrachtprotest. En dat is volgens filosoof en historicus Thomas Decreus (Tilburg University) ook de achterliggende drijfveer van de manifestanten.
“De voorbije decennia kregen mensen bezuinigingsgolf na bezuinigingsgolf te verwerken. Dat heeft een effect op het leven van de mensen: ze krijgen het steeds moeilijker, en ze denken: ‘Dit kan zo niet verder.’ Op een bepaald moment komt dat tot uiting. Niet de vermogensbeheerder of de bankier loopt mee in de betogingen, maar wel de lage middenklasse."
Dat gebeurt via vreedzame marsen en betogingen, maar er zijn ook rellen, brandstichtingen en plunderingen. Politici zoals Ahmed Laaouej (PS) en Bernard Quintin (MR), politicologen zoals Frederik Dhondt (VUB), en ook Logan Verhoeven van de Franstalige scholierenkoepel maken daarbij een onderscheid tussen de vreedzame manifestanten, die via betogingen hun bezorgdheid uiten, en de casseurs die winkels van handelaars vernielen en de confrontatie met de politie aangaan.
Typisch patroon
Voor Decreus is dat onderscheid minder scherp en werkbaar. “Zeker in Frankrijk heeft het protest veel weg van een sociale opstand”, zegt hij. “En bij een opstand heb je nu eenmaal een moment waarop dat sociale protest de limiet van het gekanaliseerde protest overschrijdt en meer baldadig wordt. Met typische gedragingen zoals rellen, confrontaties met de politie, barricades, plunderingen en brandstichtingen. Al sinds de achttiende eeuw keert dat patroon terug bij sociale protesten. Geweld maakt daar nu eenmaal deel van uit. Dat zeg ik zonder moreel oordeel, maar vanuit een sociaal-historisch perspectief.”
Ook voor Jean Faniel, directeur van het politiek onderzoekscentrum CRISP, zijn het geweld en het vreedzame protest twee zijden van dezelfde medaille. “Die vernielingen komen niet uit de lucht vallen”, zegt hij. “Ze tonen een opgestapelde woede en rancune over de vele besparingen, die op elkaar gestapeld serieus in het vlees snijden. Die woede botst bovendien op een steeds hardere politieke en politionele repressie. Voor onderhandelingen is er weinig marge, bewegingen voelen zich niet gehoord. Door te plunderen en te vernielen laten ze zich op een andere manier horen.” Het is iets wat ook de betogers zelf aan BRUZZ vertelden afgelopen zaterdag: “Zonder rellen luisteren politici niet. Het is door de minachting van de regering dat mensen dit doen”, aldus een scholier.
Wat ook meespeelt: “De symbolische waarde van sommige vernielingen”, aldus Faniel. “Er zijn zeker opportunisten die puur voor het eigen ‘plezier’ plunderen en vernielen. Maar als men protesteert tegen hogere abonnementsgelden of de bezuinigingen in het onderwijs, is het niet toevallig dat men zich op een bushokje of een school wreekt – wat het nog niet vergoelijkt, natuurlijk. En als het stadhuis van Limoges of de ambtswoning van de prefect in Bordeaux in brand worden gestoken en vernield, dan zijn dat symbolen van de openbare orde die worden vernield. Net zoals tijdens andere revoluties."
Lees verder onder de foto's.
Revolutie
Het hoge woord is eruit: is dit een revolutie in de dop? Op sociale media denken politiek analisten zoals Safir Boukhalfa alvast van wel. Ook in De Morgen wordt de link gelegd naar het studentenprotest van mei ‘68. Faniel is eerder voorzichtig: “Pas nadien valt dat uit te maken.”
Volgens Decreus zijn er zeker gelijkenissen. Bijvoorbeeld de onverwachte samensmelting van groepen, die de situatie explosief maakt. “Toen waren dat studenten en arbeiders, nu zijn dat scholieren en gele hesjes”, klinkt het. “Anderzijds: in mei ‘68 was er nog een sterke economische groei en kon de staat veel herverdelen. Dat is anders nu. Er is een steeds strenger wordend soberheidsbeleid.”
Dat laatste heeft niet alleen een economische, maar ook een psychologische dimensie. “Er wordt de jongeren erg weinig perspectief geboden. De regering zegt de hele tijd: het zal pijn doen, het zal erger worden. Dat stemt niet bepaald vrolijk. Bovendien blijven regeringen toondoof voor de verzuchtingen van de manifestanten. Meer zelfs: Theo Francken (N-VA) stelt nu zelfs een rijkswacht 2.0 voor, om op dat ‘zootje ongeregeld’ te kloppen.”
Die tegenstelling is niet alleen kenmerkend voor Frankrijk en België. Heel wat andere landen, zoals Spanje, Portugal, Chili of Colombia, zitten in dezelfde besparingslogica, met hetzelfde donkere toekomstperspectief. “De regering weet daarbij zelf vaak geen raad”, zegt Decreus. Maar die mondiale schaal is opnieuw niet uitzonderlijk. “Een sociale strijdbeweging gaat ook altijd in cycli, en is internationaal van karakter. Landen steken elkaar aan. Dat was met de jaren 1960, de andersglobalisten, Occupy Wall Street en de gele hesjes ook al zo."
De oplossing ligt er volgens Decreus in om de sociale ondergrens bij hervormingen te respecteren. “Onze naoorlogse samenleving is een sociaal compromis, met relatieve sociale vrede, maar dat wordt al sinds de jaren 1980-1990 uitgekleed. Voorbij die ondergrens is sociale vrede onmogelijk. Dus ja: een begroting moet gezond zijn, maar ook sociale investeringen zijn nodig. Anders krijg je scherpe sociale tegenstellingen met scherpe sociale conflicten. En een verdere escalatie van sociale protesten.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.