Scheiding tussen renner en trainer bij Picnic-PostNL: 'Menselijke maat vergeten door data'


Bij Picnic-PostNL bleef de relatie tussen sporter en coach zoveel mogelijk gescheiden. Dat bleek uit onderzoek van NOS Sport en wielerplatform In De Waaier naar een angstcultuur bij de Nederlandse wielerploeg.
Verschillende bronnen stellen dat het management van Picnic-PostNL een top-downstructuur creëerden, waarin de renner fungeerde als "een marionet van de ploeg". Volgens oud-trainer Adriaan Helmantel zei ploegbaas Iwan Spekenbrink tegen hem: "'Jij moet wereldkampioen trainen worden en de renner krijgt alle info van jullie. De renner moet alleen maar trappen'."
Topcoaches Louis Delahaye en Jeroen Otter zien dat de laatste jaren de mens achter de sporter is vergeten. Dat heeft alles te maken met ontwikkelingen op het gebied van data.
"Plotseling, rond de eeuwwisseling, was alles meetbaar", stelt Otter, coach van de coaches binnen de Nederlandse sportkoepel NOC*NSF. "Maar het grote gevaar van data verzamelen, is dat je de menselijke maat vergeet."
"Trainers zijn al die objectieve metingen als een soort heilige graal gaan zien en zijn eigenlijk weggedraaid van de sporter. Maar de sporter moet het doen, daar draait het om, met behulp van de trainer. Het is niet andersom."
Het totale pakket aan data zegt niet alles, voegt ook Delahaye toe, die jaren als trainer in het wielrennen werkte. Hij noemt als voorbeeld een renner die twee uur gefietst heeft. "Of je die training bij tien of dertig graden doet, dat maakt een verschil. Of je dat op Papendal doet of ergens op een berg... of je goed of slecht gegeten hebt... de omstandigheden maken veel uit."
De rol van de coach is dan cruciaal, zegt Otter. "De data moeten geïnterpreteerd worden. Zijn er twijfels? Dan moet er gesproken worden tussen coach en sporter, op basis van vertrouwen."
Maar dan moet er wel open gesproken kunnen worden tussen coach en renner. Volgens een ex-staflid was feedback bij Picnic-PostNL een aanval op de filosofie. Zo durfde Martijn Tusveld zich niet meer uit te spreken, nadat hij eens kritiek had geuit op de ploegtactiek. De oud-renner kreeg te maken met depressieve klachten.
Otter: "Waar het om draait is dat het vertrouwen tussen een sporter en zijn staf geoptimaliseerd is. Als het vertrouwen goed zit, dan kun je nog eens een verschil van mening hebben, dan kun je ergens over praten, maar dan weet je altijd uit vertrouwen: we doen dat voor het algemene doel dat we gesteld hebben."
"Als dat vertrouwen er niet is, of dat gesprek er nooit is, of de sporter en coach een probleem hebben, een conflict... ja, dan maken ze nooit die stappen naar elkaar toe dat ze een verantwoordelijkheid naar elkaar voelen. Prestaties ontstaan juist uit de symbiose van de coach, van de stafleden en de sporter. Dat vertrouwen is per definitie de basis van alles."
Delahaye stelt dat coaches de sporters vooral moeten leren om zelfstandig beslissingen te laten nemen. "Ik vind dat sporters heel autonoom moeten zijn. De sporter die de beste beslissingen neemt - zeker in de wedstrijd, want dan loop ik er niet naast - dat zijn vaak de succesvolste sporters. En dat kan ik ze alleen maar leren door ze actief mee te laten denken."
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.