Mee met vrijwilligers die daklozen tellen: ‘Vroeger zag ik ze in het centrum. Nu overal'
_Kevin_Van_den_Panhuyzen-BRUZZ.jpg?style=W3sianBlZyI6eyJxdWFsaXR5Ijo3NX19LHsicmVzaXplIjp7ImZpdCI6ImNvdmVyIiwid2lkdGgiOjM2MCwiaGVpZ2h0IjoyNzAsImdyYXZpdHkiOiJjZW50ZXIiLCJ3aXRob3V0RW5sYXJnZW1lbnQiOnRydWV9fV0=&sign=d12fc2d9ed768df8a58087a8be4a513288e60947bdd9e13c95a9688f7b97f8e1)
De lessen zijn al lang voorbij, maar toch stroomt campus Brussel van hogeschool Odisee donderdagavond om 21 uur aardig vol. Bruss’Help, de gewestelijke instantie die de daklozenhulp coördineert, heeft vrijwilligers opgeroepen om deel te nemen aan de daklozentelling en daar is massaal gehoor aan gegeven. “Jullie zijn met meer dan vierhonderd, nog meer dan de vorige keer”, spreekt Bruss’Help-onderzoekster Adèle Pierre de mensenmassa toe. “Jammer genoeg vrees ik dat we ook meer mensen zullen moeten tellen.”
Om de twee jaar organiseert Bruss’Help zo’n daklozentelling. Bij de vorige editie in 2024 telde de organisatie bijna 10.000 dak- en thuislozen, toen een stijging van 25 procent in vergelijking met de editie daarvoor. Aan een schatting waagt Pierre zich op voorhand niet, maar de kans is groot dat het aantal dak- en thuislozen opnieuw is gestegen.
“We zien bij elke editie een stijging en de sector trekt al langer aan de alarmbel. Zo neemt het aantal mensen dat door plaatsgebrek wordt geweigerd in de noodopvangcentra toe”, zegt de onderzoekster, die ook verwijst naar de Brussels Deal. Dat is de federale financiering van 2.000 noodopvangplaatsen, maar daar is in geknipt. “Daardoor zijn er 1.000 opvangplaatsen minder, dus 1.000 mensen meer op straat.”
De vorige Brusselse edities van de daklozentelling vonden telkens plaats in november, maar omdat er in de nacht van 15 op 16 oktober ook in Vlaamse en Waalse steden wordt geteld, heeft Bruss’Help deze negende editie daar op afgestemd. Dat zou wel eens invloed kunnen hebben op de resultaten, want het kwik zakt deze nacht niet onder 14 à 15 graden.
“Er zullen wel verschillen zijn. We zullen nog zien of de weersomstandigheden een impact hebben op het aantal mensen dat we deze nacht in de openbare ruimte zien”, aldus Pierre. “Maar daarnaast is het verbod op uithuiszettingen in deze periode nog niet van kracht.”
‘Overal’
Nadat alle deelnemers gebrieft zijn – het tellen gebeurt enkel tussen 23 uur en middernacht om dubbele tellingen te voorkomen – worden ze in kleine groepjes uitgestuurd naar meer dan 150 afgebakende zones in het hele gewest. Wij volgen vier vrijwilligers die het stuk van de Europese Wijk tussen pakweg de Belliard- en de Wetstraat mogen verkennen. “Ik weet niet of we er hier veel gaan aantreffen, misschien voor de inkomhal van de vele kantoorgebouwen. Er is ook een klein parkje waar we zeker een kijkje zullen nemen”, vertelt Frank Meys wanneer we aan ons vertrekpunt ter hoogte van Kunst-Wet staan.
Veel vrijwilligers zijn beroepshalve actief in de sector van de daklozenhulp, maar Meys is docent sociaal werk aan hogeschool Odisee. Voor hem is het de eerste daklozentelling. “Ik merk samen met onze studenten dat het aantal dak- en thuislozen jaar na jaar toeneemt”, verklaart de Anderlechtenaar. “Ik zie dat vooral in de metrostations. Ik neem elke ochtend de metro in Veeweyde en daar zie ik altijd mensen slapen. Twee jaar was dat nog niet het geval. Toen zag ik ze vooral in het centrum, maar nu zie je ze eigenlijk overal.”
De groep van vier wordt in twee gesplitst om zoveel mogelijk straten af te gaan op een uur tijd. De ene helft volgt de kant van de Belliardstraat, terwijl wij de Wetstraat en haar aftakkingen volgen in de richting van Schuman. Na een halfuur zien we een eerste persoon in een slaapzak liggen, tegen de muur van het gebouw van de HR-afdeling van de Europese Commissie. Vrijwilliger Juliet Delvigne haalt haar gsm boven om de waarneming in te geven in een online formulier van Bruss'Help.
“Het is duidelijk dat we de laatste tijd meer armoede in de stad zien en dat is heel confronterend”, vertelt Delvigne. “Ik zie ook dat de groep daklozen diverser wordt, met veel vrouwen, gezinnen met kinderen, jongeren en ouderen.”
‘Niet toevallig’
Terwijl politiewagens voorbij scheuren en een helikopter boven ons hoofd vliegt – er is een Europese top aan de gang – zien we enkele meters verder een tweede man op de grond zitten, die zich ondanks het constante kabaal klaarmaakt om te gaan slapen. Niet veel later zien we een man naast zijn rolstoel liggen in een voetgangerstunnel aan metrostation Maalbeek. “Ik had niet gedacht dat er hier in deze wijk daklozen zouden zijn, maar anderzijds zijn hier ook een aantal instellingen gevestigd die onder meer voor migranten belangrijk zijn”, zegt Delvigne. “Helemaal verrast ben ik niet.”
Voor de inkom van het registratiecentrum voor asielzoekers in de Belliardstraat zien we een vierde persoon liggen en even later treffen we een dakloze man aan in het parkje aan de Frère-Orbansquare. Zo komt de teller uiteindelijk op vijf te staan. Delvigne hoopt dat de daklozentelling bijdraagt tot een beter beleid, al maakt ze zich grote zorgen. “De sector is ondergefinancierd en er worden opvangplaatsen geschrapt, terwijl de winter binnen enkele maanden begint. Als burger voel ik me machteloos.”
Ook docent Frank Meys verwijst naar het tekort aan opvangplaatsen, al denkt hij dat ook de economische toestand er iets mee te maken heeft. “Voor veel mensen is er een financiële crisis aan de gang. Ze zitten in zeer ellendige situaties en weten niet meer waar ze moeten kruipen.”
“Het beleid faalt compleet”, aldus Meys. “Mensen zijn niet toevallig dak- of thuisloos, het is niet omdat mensen graag op straat zijn. Er zijn gewoon veel te weinig opvangmogelijkheden. Alleenstaande mannen worden aan hun lot overgelaten en dat is niet menselijk. Het stoort me enorm dat er een beleid is dat mensen op straat gooit.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.