Brussel moet plek voorzien voor rondtrekkende Roma: 'Buitenkans voor de politiek'

Na jaren zonder publiek doortrekkersterrein moet het Brussels Gewest opnieuw ruimte voorzien voor woonwagenbewoners. De Franstalige rechtbank van eerste aanleg gaf de Brusselse regering zes maanden om een of meerdere terreinen ter beschikking te stellen waar rondtrekkende groepen in menswaardige omstandigheden kunnen leven, met toegang tot onder meer water en elektriciteit. Als het Gewest het vonnis niet naleeft, dreigen dwangsommen.
Voor Koen Geurts van de Brusselse vzw Foyer die zich inzet voor sociale inclusie, biedt de uitspraak een kans om een oud probleem aan te pakken. “Zes maanden is wel extreem kort, als je ziet dat we na twintig jaar nog altijd moeilijkheden hebben om een terrein te installeren”, zegt hij. “Maar dit is ook een grote opportuniteit voor de politiek. De uitspraak geeft haar een argument tegenover bewoners en gemeenten die zo'n terrein liever niet in hun buurt willen.”
Niet iedereen trekt voortdurend rond
Het beeld van woonwagenbewoners als nomaden die voortdurend onderweg zijn, klopt volgens Geurts niet. Een minderheid trekt nog regelmatig rond, maar de meeste woonwagenbewoners in België, en zeker in Brussel, willen vooral een vaste woonplek.
“Ze willen een residentieel terrein waar ze het grootste deel van het jaar zeker kunnen blijven. In de zomer kunnen ze dan eventueel met hun caravan naar andere plekken trekken.”
Een vaste plek is volgens Geurts steeds moeilijker te vinden. Daardoor hebben woonwagenbewoners nood aan terreinen waar ze niet telkens opnieuw moeten vertrekken en waar ze hun leven op langere termijn kunnen organiseren.
Doortrekkersterrein in Haren
Brussel beschikte vroeger over een publiek doortrekkersterrein in de Waterranonkelstraat in Haren. Dat sloot in juni 2018 definitief. Sindsdien is er geen duurzame oplossing gevonden voor rondtrekkende gemeenschappen in het Gewest. Eerdere pogingen om terreinen in te richten, liepen vast.
Een terrein voor rondtrekkende groepen beheren, is volgens Geurts een complexe opdracht. Er komen mensen met verschillende achtergronden en uiteenlopende noden samen. Daarom moet er voldoende overleg zijn met de bewoners en is een sterk beheer noodzakelijk.
“Je moet luisteren naar de woonwagenbewoners, naar wat ze te vertellen hebben en wat hun noden zijn. Het beheer moet goed georganiseerd zijn. In Haren is dat niet altijd gelukt.”
Een residentieel terrein is volgens Geurts gemakkelijker te beheren. Bewoners kunnen er meer verantwoordelijkheid opnemen voor hun eigen plek en mee instaan voor het onderhoud.
Liever meerdere kleine terreinen
Een terrein voorzien, vraagt meer dan alleen ruimte. De infrastructuur moet geschikt zijn voor woonwagens en er moeten voorzieningen zijn zoals stromend water, elektriciteit en afvalophaling. Ook de bereikbaarheid en de mogelijkheid tot aansluiting op de riolering spelen een rol. Die voorwaarden zijn ook opgenomen in het vonnis van de rechtbank.
Volgens Geurts is het daarom niet vanzelfsprekend om één groot terrein te realiseren. “We moeten niet meteen denken aan één groot terrein, want dat zal bijzonder moeilijk zijn. De woonwagenbewoners zelf geloven daar ook niet in. Het zal eerder gaan om meerdere kleinere terreinen die beter beheersbaar zijn en minder overlast voor de omgeving veroorzaken.”
De uitspraak van de rechtbank kan de politieke besluitvorming volgens Geurts vooruithelpen. Vaak stuiten plannen voor nieuwe terreinen op verzet van omwonenden. De verplichting van de rechter kan de regering en de gemeenten een argument geven om toch stappen te zetten.
De Brusselse staatssecretaris voor Huisvesting Karine Lalieux (PS) liet eerder weten dat ze het vonnis eerst laat analyseren en nog bekijkt of ze in beroep gaat. Ook de bevoegdheid voor ruimtelijke ordening, van staatssecretaris Audrey Henry (MR), speelt een rol bij het zoeken naar geschikte locaties.
Geurts hoopt dat de uitspraak deze keer tot een concrete oplossing leidt. “Iedereen heeft er baat bij dat er een vaste plek komt voor deze mensen.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.