Voka over Brusselse begroting: 'Al jaren twijfels over de boekhoudcijfers'

Terwijl de Vlaamse regering met een onwaarschijnlijk schouwspel naar een begrotingsdeal strompelde en de federale begrotingsbesprekingen al volledig vastliepen nog voor ze goed en wel gestart waren, leek de Brusselse regering met sprekend gemak (in eerste instantie toch) haar begroting voor 2027 rond te krijgen. Dat is des te opmerkelijker gezien de al langer ronduit dramatische budgettaire toestand in Brussel. Naar eigen zeggen blijft de Brusselse regering op koers voor een begroting in evenwicht tegen 2029. Dat klinkt te mooi om waar te zijn, en is dat hoogstwaarschijnlijk ook.
Op zich valt de Brusselse begroting moeilijk te evalueren, want er werden tot nog toe geen gedetailleerde cijfers over bekendgemaakt. Volgens betrokkenen werden bij de discussies zelfs geen begrotingstabellen gebruikt (wat op zijn zachtst gezegd zeer ongebruikelijk is). De vraag is trouwens of de toestand beter te evalueren zou zijn met die tabellen. Het Rekenhof, dat instaat voor de externe controle op de begrotingen van de verschillende overheden in ons land, weigert al jaren om zich uit te spreken over de Brusselse begroting wegens een gebrek aan betrouwbare cijfers. Allicht probeert de huidige regering beter te doen, maar dat valt vooralsnog heel moeilijk in te schatten.
De Brusselse regering ging pas acht maanden geleden van start. Het begrotingspad dat toen werd ingezet, moest nu beperkt bijgestuurd worden. Er lijken wel wat stappen gezet in de juiste richting, met onder meer een aanwervingsstop en fusies van administraties. Maar er blijft nog heel veel onduidelijk. Niet heel verrassend blijken de extra uitgaven veel concreter dan de vage besparingsplannen. Daarnaast zijn de afspraken rond Beliris en de Brussel Deal met de federale regering (en de financiering die aan beide gekoppeld is) nog niet rond, blijft het onduidelijk wat de impact zal zijn van de eventuele federale begrotingsbeslissingen op de Brusselse financiën en is er ook nog de impact van de aanhoudende rentestijging.
Voordeel van de twijfel?
Een nieuwe regering zou eigenlijk het voordeel van de twijfel moeten kunnen krijgen. Maar deze Brusselse regering is niet de eerste die tegen het einde van haar legislatuur een begroting in evenwicht belooft (dat deed de vorige Brusselse regering ook). En ondanks die herhaalde beloftes is de budgettaire situatie van Brussel ronduit dramatisch. In een analyse van een maand geleden gaat het Planbureau ervan uit dat het Brusselse tekort wel afneemt, maar toch onhoudbaar hoog blijft (meer dan 10 procent van de beschikbare ontvangsten van het Gewest). Daarnaast houdt Brussel ook belangrijke uitgaven buiten de begroting. Tegen die achtergrond blijft de Brusselse schuld fors oplopen. In verhouding tot de beschikbare ontvangsten gaat die van 154 procent in 2020, over 250 procent in 2025 naar 318 procent in 2030 (ter vergelijking, Vlaanderen gaat naar 115 procent tegen 2030). Volgens het Planbureau is het risico op onhoudbaarheid van de Brusselse schuld in alle scenario's hoog. Dat is een beleefde manier om aan te geven dat de Brusselse overheidsfinanciën niet onder controle zijn.
Gezien de ernst van de budgettaire situatie in Brussel en het feit dat er al jaren twijfels zijn over de Brusselse cijfers, onder meer bij dat Planbureau, de Nationale Bank en het Rekenhof, zou de Brusselse regering extra inspanningen moeten doen om duidelijke, overtuigende en geloofwaardige cijfers voor te leggen. Dat dat ook in deze begrotingsronde niet gebeurt, is een reden voor ongerustheid. De tijd van het voordeel van de twijfel is in Brussel al lang voorbij.
Hoge armoedecijfers
De budgettaire problemen van Brussel gaan niet louter over boekhouding. In belangrijke mate is dit een probleem van te lage economische groei. Brussel groeit al decennialang systematisch trager dan Vlaanderen. In haar juni-vooruitzichten ging het Planbureau uit van een magere 0,8 procent groei per jaar in de periode 2025-2030. Met de recentste ontwikkelingen, onder meer in de energieprijzen, zal dat allicht nog iets minder worden. Die lage economische groei gaat samen met een hele reeks andere problemen: weinig mensen aan het werk, hoge armoedecijfers, onveiligheid … Op elk van die punten scoort Brussel bij de slechtste regio's van Europa.
Deze regering kondigde al wat maatregelen aan om de Brusselse economie te versterken, zoals de versterkte activering van werkzoekenden, extra ruimte voor ondernemen via de economische acceleratiezones, efficiëntere vergunningsprocedures. Die maatregelen gaan in de juiste richting, maar zijn niet meer dan een eerste stap. Gezien de aanslepende ondermaatse prestaties zou de sense of urgency rond de Brusselse economie veel groter moeten zijn. Brussel ligt in een economisch bloeiende regio (denk aan Vlaams- en Waals-Brabant) en heeft extra troeven met onder meer de nabijheid van top-kennisinstellingen en de Europese rol.
Het potentieel om economisch beter te doen, is enorm voor Brussel. Dat zou voor het beleid de absolute prioriteit moeten zijn. Een structureel sterkere economie is de beste garantie voor duurzame overheidsfinanciën op langere termijn. Stoere beloftes en vage cijfers zijn dat niet.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.