Drugsexpert Bob Van Den Berghe: 'Drugs komen niet alleen via Antwerpen Brussel binnen'

Gelet op de actualiteit, en meer bepaald de discussie over de hoeveelheden drugs die al dan niet via Antwerpen worden verscheept, is het belangrijk om het bredere internationale perspectief te belichten en de situatie in haar juiste context te plaatsen.
Hierbij kan worden verwezen naar het United Nations Office on Drugs and Crime Passenger and Cargo Control Programme, een mondiaal programma dat actief is in meer dan 90 landen en meer dan 200 gespecialiseerde Port Control Units (PCU's) en Air Cargo Control Units ondersteunt in zeehavens en op luchthavens. In de regio Latijns-Amerika zijn 24 landen betrokken, waaronder de belangrijkste cocaïneproducerende landen en voornaamste exportlanden.
De inbeslagnames die door de door UNODC opgeleide PCU's in de regio werden gerapporteerd, bedroegen 180 ton in 2025, tegenover 240 ton in 2024. Die daling betekent niet noodzakelijk dat er minder cocaïne wordt verhandeld, maar weerspiegelt ook de voortdurende aanpassing van smokkelmethoden en routes door criminele netwerken.
In 2026 bedraagt de hoeveelheid cocaïne die door de PCU's in de bronlanden werd gerapporteerd momenteel 55,8 ton, waarvan 34,2 ton bestemd was voor Europa. Hiervan waren 27 zendingen met een totaalgewicht van 6.480 kg bestemd voor Antwerpen.
Die daling is niet alleen merkbaar in België, maar eveneens in andere Europese (buur)havens. Zo werden in 2026 onder meer negen zendingen (4.007 kg cocaïne) onderschept die bestemd waren voor Duitsland, vier zendingen (1.610 kg) voor Italië, tien zendingen (3.406 kg) voor Nederland, veertien zendingen (5.235 kg) voor Spanje en tien zendingen (12.793 kg) voor het Verenigd Koninkrijk.
Op basis van deze cijfers kan geen eenduidige conclusie worden getrokken over de oorzaak van de algemene daling van de cocaïne-inbeslagnames. Wel dienen verschillende factoren in rekening te worden gebracht.
Wat we wel kunnen vaststellen, is dat criminele organisaties in het algemeen kleinere hoeveelheden cocaïne per zending smokkelen om de impact van een eventuele onderschepping te beperken.
Wat de trafiekroutes betreft, zien we een verdere diversificatie. Naast de traditionele routes naar Europa winnen ook West-Afrika, Scandinavië, Zuid-Azië en Zuidoost-Azië aan belang als transit- of bestemmingsregio's.
Drugshonden
Criminele netwerken maken bovendien steeds vaker gebruik van kleinere havens, zowel in bron-, transit- als bestemmingslanden, waar de controlecapaciteit vaak beperkter is.
Daarnaast evolueren ook de smokkelmethoden. Er wordt steeds vaker gebruikgemaakt van cocaïne die in goederen wordt geïmpregneerd of wordt vermengd met andere stoffen, waardoor traditionele detectiemiddelen zoals scanners en drugshonden minder doeltreffend zijn. Dit benadrukt het belang van een informatie- en inlichtingengestuurde aanpak. Andere vastgestelde modi operandi zijn onder meer drop-on/drop-offoperaties waardoor havens soms een minder belangrijke rol spelen.
Bij drop-on/drop-offoperaties worden de drugs overboord gegooid voor een haven wordt binnengevaren. Dan worden de verdovende middelen opgepikt door kleinere vaartuigen, zoals pleziervaartuigen of vissersboten, die de drugs aan land brengen via kleinere jachthavens, afgelegen aanlegplaatsen of stranden.
Ook het luchtvrachtverkeer wint aan belang. Hoewel het doorgaans om kleinere hoeveelheden gaat, worden vaak gelijkaardige smokkelmethoden toegepast en blijft de inzet van corrupte insiders een belangrijke succesfactor voor criminele organisaties. Een recente zaak in Liberia illustreert dat, waarbij de Liberiaanse autoriteiten 237,6 kg cocaïne onderschepten die via een Brussels Airlines-vlucht vanuit Monrovia naar Europa, via België, zou worden vervoerd.
Het is dan ook logisch te stellen dat drugs niet uitsluitend via de haven van Antwerpen hun weg naar Europa en België vinden. Het verleden heeft al aangetoond dat verschillende Belgische internationale luchthavens met verbindingen naar Latijns-Amerika eveneens kwetsbaar zijn gebleken voor de invoer van cocaïne.
Daarnaast is vastgesteld dat cocaïne regelmatig via Zuid-Europese havens wordt ingevoerd en vervolgens via wegtransport verder wordt verspreid naar bestemmingen in West-Europa, waaronder België.
Het is dus belangrijk dat België, inclusief zijn havens, grensposten en luchthavens, blijft investeren in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit in bron- en transitlanden. Wanneer drugs al in de bronlanden worden onderschept, komen zij niet op de markt terecht. Hierdoor vermindert de nood aan controles in de bestemmingslanden, waaronder België, en worden aanzienlijke kosten vermeden voor de inbeslagname, opslag en vernietiging van drugs.
Tot slot, en mogelijk als positieve noot om af te sluiten, kan de huidige stijging van de groothandelsprijzen van cocaïne in België een indicatie vormen dat de strijd tegen de cocaïnehandel enigszins haar vruchten begint af te werpen. Ook dit positieve signaal verdient het om in de algemene beoordeling te worden meegenomen. “Verschillende Belgische internationale luchthavens met verbindingen naar Latijns-Amerika zijn kwetsbaar gebleken voor de invoer van cocaïne”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.