Psychologe over mobiele geestelijke gezondheidszorg: 'Wij gaan naar jongeren toe'

Deze week staat Brussel in het teken van de Week van de Geestelijke Gezondheid. Ook de Open Geestdagen dit weekend zetten Brusselse organisaties en zorgverleners in de kijker. Een van die organisaties is Bru-Stars, een netwerk voor geestelijke gezondheidszorg met onder meer vijf mobiele psychiatrische teams.
Czarnocki werkt in het Nederlandstalige, tweetalige team. Dat betekent dat psychologen niet wachten tot jongeren zelf naar de hulpverlening komen, maar naar hen toe gaan. “Mensen kunnen niet altijd naar de zorg omdat ze te angstig, te depressief zijn of om verschillende andere redenen. Wij gaan naar hen toe, naar scholen, naar crèches en naar hun thuis.”
De werking richt zich op kinderen en jongeren tot 18 jaar, en in sommige gevallen tot 23 jaar. Aanmeldingen gebeuren doorgaans via professionals, zoals een CLB, school of andere hulpverlener. “Bijvoorbeeld wanneer een jongere helemaal afhaakt van school en thuis blijft.”
Ook volwassenen
De psychologen werken bovendien niet alleen met de jongere, maar ook met ouders en het gezin. Dat is belangrijk wanneer een kind of tiener zelf geen hulp wil.
“Vaak zeggen ouders: mijn kind heeft een probleem, kun je dat alsjeblieft oplossen?”, vertelt Czarnocki. “Maar jullie zijn hier samen in een huis. Als je kind niet naar school wil gaan, hoe ga je om met grenzen, met aanmoediging? Dat gaat allemaal samen. Ik vind het belangrijk dat de ouders ook aan het werk komen.”
Volgens Czarnocki is psychologische hulp minder taboe dan vroeger, maar blijft de daadwerkelijke stap naar een psycholoog groot. “We spreken wel veel over naar een psycholoog gaan, maar om het dan echt te doen, is toch een grote stap.”
Tijd voor complexe situaties
Czarnocki ziet het voordeel van de mobiele werking vooral in de tijd die ze kan nemen. Zelf werkte ze eerder als zelfstandige psycholoog, waarbij patiënten naar haar praktijk kwamen. “Je ziet dan acht mensen op een dag, met een kwartier ertussen. Hier heb ik telkens een halfuur of een uur tussen twee afspraken door.”
Die ruimte is volgens haar noodzakelijk wanneer situaties complex zijn. “Als een jongere mij zegt dat hij vandaag dood wil, wat ga ik daarmee doen? Ik ga daarover spreken met mijn collega en met de ouders. Ik heb tijd nodig om te zeggen dat we even moeten bellen naar de ouders of naar de school, omdat dit gevaarlijk is.”
De psychologen werken bovendien steeds in team. Tijdens de wekelijkse teamvergadering bespreken ze hun dossiers met collega's en een psychiater. “We voelen ons echt gesteund door onze psychiater en ons team om te zeggen: ik maak me echt zorgen over die jongere.”
Een deel van haar werk bestaat ook uit supervisie en tijd nemen om stil te staan bij wat de situaties met haarzelf doen. Tussen de afspraken fietst Czarnocki door Brussel. “Ik vind dat de max.”
Geen sprookjesachtige eindes
Een van de situaties die haar het meest is bijgebleven, gaat over een meisje dat intussen achttien is. Ze kampte met zware zelfmoordgedachten en had verschillende psychiatrische opnames achter de rug. Ook met haar ouders was het moeilijk om over haar problemen te praten, onder meer door hun eigen achtergrond en ervaringen.
“Het was een lang proces”, vertelt Czarnocki. Intussen verblijft het meisje in een internaat en gaat het geleidelijk beter. Dat betekent niet dat alle problemen verdwenen zijn. “Ik zeg niet dat alles goed gaat. Maar wanneer het slecht gaat, probeer je oplossingen te bieden, erover te spreken. Dat vind ik belangrijk.”
Voor Czarnocki is dat misschien wel een van de belangrijkste resultaten van haar werk: niet dat alle problemen verdwijnen, maar dat jongeren en hun omgeving leren hoe ze ermee kunnen omgaan.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.