Een Italiaans graf pik je er zo uit: ‘Vaak een revanche op het leven'

©
Saskia Vanderstichele
| Anne Morelli op de begraafplaats van Laken. Bijna alle bont versierde graven blijken er Italiaans.
Een laatste rustplaats met een gegraveerde Ferrari, een fluorescerend plaatsnaambord van het geboortedorp of gewoon bijzonder veel bloemen. Graven van Italiaanse migranten pik je er vaak zo uit. Anne Morelli (ULB) wijdde er een boek aan en nam BRUZZ mee naar de begraafplaats van Laken. “Zo'n grafkapel bewijst dat je iets bereikt hebt in het leven.”
Kijk, dit is een mooi exemplaar.” Anne Morelli wijst naar een van de oude grafkapellen die de begraafplaats van Laken typeren. Wie dichterbij komt, ziet dat er iets bijzonders aan de hand is met het sierlijke kapelletje van rond de eeuwwisseling: boven op de oorspronkelijke familienaam in blauwe steen is een marmeren naambordje geplaatst met een Italiaanse naam. Hetzelfde marmer komt terug als muurbekleding voor de binnenwanden en vloer van de kapel, die ook een achttal synthetische boeketten telt. En op de plek waar ooit een klassiek glasraam zat, prijkt vandaag een gloednieuw exemplaar met een wat naïef uitgevoerde Jezusfiguur.
“De Christusfiguur op het glasraam kijkt een beetje scheel en de uitvoering oogt nogal kitscherig”, merkt Morelli op, “maar het geheel is wel een prima voorbeeld van een fenomeen dat je geregeld ziet: Italiaanse migranten nemen bestaande, maar verwaarloosde grafmonumenten over. Vervolgens veritaliaansen ze die, doorgaans met veel marmer boven op de Belgische blauwe steen.”
©
Saskia Vanderstichele
| Anne Morelli tussen twee kapellen die overgenomen zijn door Italiaanse families op de begraafplaats van Laken.
Morelli doet de rondleiding samen met Pierre Blanche, die al vijftig jaar gidst op de begraafplaats van Laken. Aanleiding voor het bezoek is het jongste boek van de emeritus professor: Le dernier voyage des Italiens, dat ze samen met sociologe Nathalie Mignano realiseerde. Het rijk geïllustreerde werk toont een overzicht van hoe de Italiaanse gemeenschap van België haar laatste rustoord inrichtte. Doordat dat met een zekere uitbundigheid gebeurde, bieden die graven en het boek meteen ook een inkijk in het leven van mensen die hier een nieuw bestaan opbouwden.
Grafkapel met bel
Op de begraafplaats van Laken is het vooral de recyclage van oude kapelgraven die in het oog springt. Gids Pierre Blanche schat dat de Italianen goed zijn voor 80 procent van de hergebruikte graven. “In Italië is een grafkapel nog altijd in trek”, weet Morelli. “Het is het tastbare bewijs dat mensen sociale status hebben verworven in het leven. Ook mijn familie in Napels heeft er een, over twee verdiepingen en met binnenverlichting die elke avond automatisch aangaat. Er is zelfs een bel aan de kapel. Toen ik aan mijn nicht vroeg waarom, had ze een waterdicht antwoord. 'Stel dat ik boven aan het poetsen ben en er komt bezoek, dan wil ik dat toch weten?'”
De Italiaanse graven zijn het talrijkst in de industriebekkens waar de Italiaanse arbeiders zich na WO II vestigden. Dat onder meer Laken en Elsene sprekende voorbeelden tellen, heeft te maken met een tweede migratiegolf, binnen België. Tal van Italianen begaven zich na de sluiting van de mijnen immers naar de steden, waar ze bijvoorbeeld een leven als ijsverkoper of stukadoor begonnen. In Brussel vestigde die gemeenschap zich aanvankelijk vaak in het Brusselse Klein Italië, de wijk tussen de Kruidtuin, de Koninklijke Sint-Mariakerk en het Noordstation. Vandaag is die Italiaanse geschiedenis er amper nog zichtbaar.
"Sommige mensen gaan zelfs een lening aan om het monument te betalen. Dat engagement weerspiegelt het belang dat 'familie' speelde in hun leven"
historica en professor emeritus (ULB)
“Waarom ik dat boek wou schrijven? Omdat ik zo ongeveer al alles verteld had over het leven van de Italianen in mijn vorige boeken (Morelli is historica en was professor aan de ULB, red.). Alleen het levenseinde ontbrak zowat nog (glimlachje). In de loop der tijd ben ik via mijn man, die uit Henegouwen komt, regelmatig op intrigerende Italiaanse graven gestoten. Vroeg of laat moest dat een boek worden.”
Een stukje verder op de begraafplaats ligt een perceel met vrij recente graven “Welke zijn volgens u Italiaans?” vraagt de professor aan het begin van een rij grafstenen. Tussen het twintigtal graven springen er een vijftal uit, door hun overdadige versiering met echte én synthetische bloemen, maar ook door de toevoeging van heiligenbeelden. Hier en daar verrijst op de weelderig gedecoreerde graven een soort tempelstructuur, met kolommen onder een fronton. En jawel, stuk voor stuk blijken die graven Italiaans.
Pinten voor de engelen
“Een graf is voor veel Italianen een belangrijke aangelegenheid”, legt Morelli uit. “Sommige mensen gaan zelfs een lening aan om het monument te betalen. Dat engagement weerspiegelt het belang dat 'familie' speelde in hun leven. Ik zie dat ook bij mezelf. Elke zondagmiddag zijn we met een man of tien voor de familiemaaltijd bij mij thuis. (Met een uitgestreken gezicht) Het moment dat de familie niet meer komt, onterf ik ze.”
De rijke decoratie van de graven verraadt tegelijk een verschil in temperament, analyseert Morelli. “Italianen zijn nu eenmaal extraverter. En dan zijn de graven op dit kerkhof nog een pak soberder dan die in de Waalse industriestreken. Zeker op het vlak van opschriften en illustraties ging de familie daar nog een stuk verder dan in Brussel, waar de migranten toch meer in het Belgische stedelijke leven waren geïntegreerd. In Wallonië vertelt een graf vaak veel meer over het leven van de overledene.”
Een blik in Le dernier voyage des Italiens maakt duidelijk wat Morelli bedoelt. Zo wemelt het op Waalse graven van verwijzingen naar beroepen, een traditie die in Italië al op de oude Romeinen teruggaat. De vermeldingen gaan van een subtiele schaar voor een kapster over een ijshoorntje voor een ijsventer tot standbeelden van metselaars en gravures van een graafmachine. Café-uitbater Antonio komt dan weer in beeld op een gegraveerde foto van de man achter de tapkraan. Zijn nabestaanden weten het zeker, schrijven ze: in de hemel zal Antonio pinten tappen voor de engelen.
Het beroep dat nog het meest in beeld komt, is dat waarvoor de Italiaanse massamigratie op gang kwam: de mijnwerker komt in beeld als standbeeld, via het symbool van zijn mijnlamp, of als werktafereel onder de grond. Hoe penibel het beroep was, blijkt uit tal van opschriften. “Rust nu, vrees niet meer dat de lamp uitgaat”, staat er te lezen. Of nog: “De mijn heeft ons werk, toekomst, trots gegeven. Vandaag betalen we dat veel te vroeg met onze levens.”
Barbecueën op je graf
Andere families kiezen voor de hobby van de overledene. Een parachute, speelkaarten, een racefiets, een lottofiche met bijschrift 'Ah les beaux moments' of zelfs een gravure van de betreurde die aan het barbecueën is, het kan allemaal. De manier waarop die hobby's in beeld gebracht worden, lokt al eens een glimlach uit. “Voor mijn echtgenoot”, staat op een marmeren rouwtafel voor Nicolino. De afbeelding toont niet de betreurde overledene, maar zijn Fiat. Auto's en motoren – van de Fiat 500 tot de luxueuze Ferrari en van de Vespa tot racemotoren – ze blijken sowieso een geliefd motief.
“Zeker in Wallonië zie je dat veel families zich laten gaan op de graven”, vertelt de auteur. “De Italiaanse bevolking behoorde er vooral tot een arbeidersklasse die het niet breed had. Die graven optuigen zie ik als een revanche op het leven dat ze hebben moeten leiden. 'Je had het niet makkelijk, maar op zijn minst krijg je een mooi graf', zoiets.”
'Aan onze papa', met een foto van een Fiat 500
Een plaatsnaambord in het graf verwerkt
Ode aan een ijsverkoper
Padre Pio neemt al eens een prominente plek in op Italiaanse graven
Ferrari's en Fiats, een terugkerend motief
Vooral bij migranten van de eerste generatie vallen de frequente verwijzingen op naar de streek van geboorte, waar veel migranten zich hun leven lang mee verbonden blijven voelen. Dat kan in de vorm van een symbool – de gondel voor Venetië, de bergen voor de Dolomieten – maar evengoed een panoramische foto die een groot deel van de grafsteen inneemt.
In een enkel geval verwerkte de familie zelfs een reflecterend naambord van het geboortedorp in het graf. “Kitsch is nooit veraf”, glimlacht Morelli. “Die band met de streek van herkomst is vaak zo sterk dat veel Italianen zich er lieten begraven. Alleen blijkt nadien vaak dat die graven daar amper bezocht of onderhouden worden, waardoor sommige families de overblijfselen toch terug naar België hebben gehaald.”
Als één kenmerk van de Italiaanse graven nog een vermelding verdient, is het wel religie en politiek. Zowel de communistische partij en antifascisten als de katholieke kerk waren bijzonder aanwezig in delen van de Italiaanse gemeenschap. Die verankering komt terug op tal van graven, waar vooral de mysticus Padre Pio alomtegenwoordig is. Ook dan is onvrijwillige humor al eens op het appel, zoals bij het graf waar de foto van de heilige doodleuk naast die van een overleden echtpaar hangt, alsof ze het graf met zijn drieën delen.
Morelli zelf is ondertussen 78. Of ze na al die aandacht voor andermans graf al eens nadenkt over haar eigen laatste rustplaats? “O ja. Mijn grootouders, die als antifascisten in België zijn beland, en mijn ouders liggen nu al op het kerkhof van Everberg, ik weet al waar ik zal liggen. Voor mijn graf heb ik al een standbeeld laten maken. Het toont mijn man en ik naast elkaar, hoofd tegen hoofd.”
'Le dernier voyage des Italiens' van Anne Morelli en Nathalie Mignano, te bestellen via de uitgever www.couleurlivres.org.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.