Kabinetsplannen raken vooral middelgrote boer, voedselzekerheid niet in gevaar


Het kabinetsbeleid voor landbouw, natuur en stikstof heeft grote gevolgen voor boeren. Naar verwachting stopt 10 tot 30 procent van de veehouders op termijn met hun bedrijf, blijkt uit onderzoek van Wageningen Social and Economic Research (WSER) in opdracht van het ministerie.
Volgens hoofdonderzoeker Petra Berkhout kan niet iedere boer de nodige aanpassingen doen of wil niet iedere boer daarin investeren. Ook met financiële steun is dat niet altijd mogelijk.
De stikstofplannen van het kabinet raken vooral de middelgrote veehouders, stellen de onderzoekers. Die boeren moeten beslissen of ze investeren in verduurzaming, hun bedrijf uitbreiden of juist kleiner maken en andere activiteiten gaan doen. De grote boerenbedrijven hebben genoeg geld voor aanpassingen. En de kleinere veehouders zijn sowieso al gewend om ook andere inkomsten uit hun boerderij te halen.
Nederland telt zo'n 130 stikstofgevoelige natuurgebieden die in zeer slechte staat verkeren, zoals de Veluwe en het Fochteloërveen in het noorden van het land. Dat komt grotendeels door te veel stikstof. Je ziet de gebieden in onderstaande afbeelding.
Landbouwminister Jaimi van Essen presenteerde vlak voor het zomerreces zijn stikstofplannen, met daarin onder meer een koeiennorm en zones van 500 en 1.000 meter rondom kwetsbare natuurgebieden. Die plannen moeten helpen de uitstoot van schadelijke stoffen te verlagen en meer ruimte te maken voor natuur en woningbouw. Volgens de onderzoekers kunnen de plannen hierin helpen. Wel worden grote veranderingen en investeringen van boerenbedrijven verwacht.
Gevolgen voor economie blijven beperkt
"Het stikstofpakket is zeer ingrijpend voor de betrokken boerenfamilies", benadrukt hoofdonderzoeker Berkhout. Toch verwachten de onderzoekers dat de schade voor de Nederlandse economie beperkt blijft.
De economische waarde van de hele agrarische sector daalt naar verwachting met maximaal 4 procent. Ook het aantal gewerkte uren in deze sector neemt mogelijk af, met maximaal 5 procent.
Het kabinet heeft ongeveer 20 miljard euro beschikbaar voor subsidies en regelingen. Boeren kunnen dit geld gebruiken om hun bedrijf te veranderen of ermee te stoppen.
Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat boeren snel duidelijkheid krijgen over hun vergunningen. Veel boeren weten op dit moment niet zeker of hun bedrijf aan alle regels voldoet. Ondernemers durven daarom minder snel te investeren in maatregelen om de uitstoot te verlagen.
De plannen hebben volgens WSER geen gevolgen voor de voedselzekerheid. Nederland produceert voor de meeste dierlijke producten veel meer dan het zelf nodig heeft. Alleen rundvlees wordt iets meer geïmporteerd dan geëxporteerd. Voor andere dierlijke producten produceert Nederland 1,5 tot 9 keer zoveel als het zelf verbruikt.
Ook voor de rest van Europa vormt een lagere productie in Nederland geen bedreiging voor de beschikbaarheid van dierlijke producten. De Europese voedselvoorziening is volgens de onderzoekers vooral kwetsbaar door de afhankelijkheid van geïmporteerd veevoer, meststoffen en energie.
De onderzoekers benadrukken dat uit dit onderzoek geen harde conclusies getrokken kunnen worden. Omdat het maatregelpakket groot en complex is, waren sommige onderdelen voor de onderzoekers niet goed te analyseren.
Het onderzoek laat alleen de directe effecten zien, niet de mogelijke interactie tussen maatregelen. Dat maakt dat de onderzoekers spreken van "mogelijke" effecten, niet van "vaststaande" effecten.
Om een vraag te kunnen stellen dien je in te loggen. Log in of maak binnen 1 minuut jouw gratis account aan.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.