BNP Paribas ziet nettowinst in derde kwartaal met 13,5 procent stijgen tot 3,5 miljard euro

- BNP Paribas zag de kwartaalwinst met 13,5 procent stijgen tot 3,5 miljard euro.
- In november start een nieuw aandeleninkoopprogramma ter waarde van 1,3 miljard euro.
- Volgens de prognoses zal de jaarlijkse winstgroei tot en met 2028 meer dan 10 procent bedragen.
BNP Paribas heeft sterke financiële resultaten over het derde kwartaal bekendgemaakt, waarbij de nettowinst van de groep met 13,5 procent steeg tot 3,5 miljard euro.
Deze groei werd ondersteund door een stijging van 9,5 procent in de totale omzet, die uitkwam op 13,8 miljard euro. Met goedkeuring van de Europese Centrale Bank wil de bank vanaf november een aandeleninkoopprogramma ter waarde van 1,3 miljard euro starten.
Winstgroei
De winstgevendheid van de bank liet op verschillende indicatoren een aanzienlijke stijging zien. De winst vóór belastingen steeg met 18,1 procent tot 5,1 miljard euro, tegenover 4,3 miljard euro in dezelfde periode vorig jaar. Ook het bedrijfsresultaat nam toe, met 17,7 procent tot 4,8 miljard euro, tegenover 4 miljard euro een jaar eerder.
Prestaties per bedrijfssegment
Verschillende bedrijfssegmenten droegen bij aan de totale omzetgroei. De divisie Corporate & Institutional Banking boekte een stijging van 16,6 procent en behaalde een omzet van 5,2 miljard euro. Investment & Protection Services groeide met 5,3 procent tot 1,99 miljard euro. Commercial, Personal Banking & Services noteerde een stijging van 3,6 procent tot 6,9 miljard euro.
Vooruitzichten
De bank rapporteerde eind september een rendement op het tastbare eigen vermogen van 13,2 procent. Voor de toekomst verwacht BNP Paribas een aanhoudend groeitraject en schat de bank dat de nettowinst van de groep tussen 2025 en 2028 met gemiddeld meer dan 10 procent per jaar zal stijgen. (lv)
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.