Jonge Belgische werknemers grijpen vaker naar krediet om einde van de maand te halen – Interview

- Jonge Belgische werknemers grijpen opvallend vaak naar krediet om het einde van de maand te halen, maar volgens Deel ligt niet alleen de koopkracht onder druk. Ook de klassieke maandelijkse looncyclus speelt een rol.
- ‘Koop nu, betaal later’ lijkt voor veel jongeren een oplossing, maar kan zelf nieuwe financiële zorgen creëren. Deel schuift daarom een andere manier naar voren om de periode tot de betaaldag te overbruggen.
- Flexibel loon klinkt aantrekkelijk, maar bewijst voorlopig niet dat het financiële stress of kredietgebruik vermindert. De vraag is dus of werkgevers hiermee een probleem oplossen of vooral het moment waarop het zich manifesteert veranderen.
Bijna zeven op de tien Belgische werknemers tussen 18 en 34 jaar gebruiken minstens enkele keren per jaar een kredietkaart of gaan in het rood om de laatste week voor hun loonbetaling te overbruggen. Tegelijk zegt 57 procent dat het soms naar ‘koop nu, betaal later’-diensten grijpt omdat het loon niet volstaat om de maand rond te krijgen. Volgens payrollbedrijf Deel is niet alleen de koopkracht, maar ook de klassieke maandelijkse looncyclus een deel van het probleem.
Financiële druk gaat verder dan het einde van de maand
De cijfers komen uit een onderzoek van Deel bij meer dan 1.000 maandelijks betaalde werknemers in België. Bij de volledige Belgische beroepsbevolking gebruikt 56 procent minstens enkele keren per jaar een kredietkaart of rekening-courant om de periode tot de volgende loonbetaling te overbruggen. Bij werknemers tussen 18 en 34 jaar loopt dat op tot 69 procent.
De financiële druk is breder dan alleen de laatste week van de maand. Zeven op de tien jonge werknemers zeggen hun spaargeld vroeger dan gepland aan te spreken. 66 procent doet weleens een aankoop waarvoor het eigenlijk zou moeten wachten tot het volgende loon. Bij 63 procent leidde een laattijdige betaling al eens tot extra kosten of een boete.
Niet alleen een kwestie van koopkracht
De cijfers roepen de vraag op of jonge werknemers simpelweg te weinig verdienen, of dat ook de manier waarop lonen worden uitbetaald een rol speelt. Volgens Deel is het een combinatie van beide.
Stijgende prijzen voor voeding en energie, onverwachte uitgaven en beperkte spaarbuffers zetten de koopkracht onder druk. Bij 97 procent van de 18- tot 34-jarigen is er minstens één financiële bezorgdheid. Tegelijk komen inkomsten doorgaans één keer per maand binnen, terwijl uitgaven zich doorheen de maand opstapelen en vaak minder voorspelbaar zijn. Uit eerder Belgisch onderzoek van Deel bleek bovendien dat 69 procent van de jonge werknemers vindt dat een maandelijkse loonbetaling niet meer volledig aansluit bij de manier waarop ze hun dagelijks leven organiseren.
Dat onderscheid is belangrijk. Een flexibelere toegang tot loon kan volgens Deel een timingprobleem aanpakken, maar verhoogt op zichzelf de koopkracht niet. Wie structureel te weinig verdient om de vaste kosten te betalen, wordt met een andere betaalfrequentie niet plots financieel sterker.
‘Koop nu, betaal later’ als tijdelijke oplossing
Een deel van de werknemers zoekt vandaag al naar zo’n tijdelijke oplossing. 57 procent van de jonge werknemers maakt gebruik van ‘koop nu, betaal later’-diensten omdat het loon soms niet volstaat om het einde van de maand te halen. Bij alle werknemers samen bedraagt dat 42 procent. Tegelijk zegt 22 procent van de jongeren zich zorgen te maken over aankopen die via dergelijke diensten zijn betaald.
Deel schuift daarom een alternatief naar voren: tussentijdse toegang tot al verdiend loon. Met het Anytime Pay-model kunnen werknemers een deel van hun opgebouwde loon opnemen vóór de officiële betaaldag. Het opgenomen bedrag wordt vervolgens automatisch geregistreerd en bij de volgende reguliere loonbetaling verrekend. Volgens Deel moet zo’n systeem vermijden dat werknemers voor een tijdelijk tekort moeten terugvallen op krediet, een rekening in het rood of ‘koop nu, betaal later’.
Het gaat volgens Deel dus niet om een lening of een klassiek loonvoorschot, maar om eerder toegang krijgen tot loon dat de werknemer op dat moment al heeft verdiend. Hoeveel iemand kan opnemen en welke voorwaarden gelden, hangt af van de concrete inrichting van het systeem.
Werkgevers moeten ook rekening houden met cashplanning
De vraag is of werkgevers daarop zitten te wachten. Bij tussentijdse loonbetalingen moeten ze ook rekening houden met hun cashplanning en loonadministratie. Dat speelt des te meer in een context van hogere kosten. Volgens Deel hangt het draagvlak daarom sterk af van de manier waarop zo’n systeem wordt ingevoerd. Wanneer de berekening en verrekening automatisch in de loonverwerking gebeuren, hoeft het volgens het bedrijf geen tweede loonadministratie te creëren.
De belangstelling bij werknemers lijkt er alvast te zijn. 62 procent van de 18- tot 34-jarigen zegt liever eerder toegang te hebben tot geld dat al verdiend is, in plaats van te wachten op de officiële betaaldag. Bij alle werknemers samen bedraagt dat 52 procent.
Geen wondermiddel
De oplossing brengt tegelijk een voor de hand liggende kritiek met zich mee: lost vroegere toegang tot loon het financiële probleem wel op, of verschuift ze het alleen?
Deel erkent dat tussentijdse loonopname geen oplossing is voor een te laag loon, structureel hoge levenskosten of een grote schuldenlast. Werkgevers moeten volgens het bedrijf in de eerste plaats zorgen voor een eerlijke en competitieve verloning en werknemers duidelijk informeren over de totale waarde van hun loon en voordelen.
Het argument voor flexibele loonbetaling ligt volgens Deel elders. Als een werknemer het geld al heeft verdiend maar vóór de betaaldag toch in het rood moet gaan of een kredietkaart moet gebruiken, kan vroegere toegang vermijden dat daar rente, kosten of boetes tegenover staan.
Daarmee verschuift de discussie van de hoogte van het loon naar de timing ervan. De vraag is vervolgens hoe ver werkgevers daarin moeten gaan.
Kan flexibele verloning sparen ondermijnen?
Een mogelijk neveneffect is dat werknemers hun loon steeds vroeger opnemen en daardoor minder financiële reserves opbouwen. Deel ziet dat risico wel degelijk, maar stelt dat het vooral afhangt van hoe het systeem wordt ontworpen.
Werknemers moeten volgens het bedrijf kunnen zien hoeveel loon ze al hebben opgebouwd, hoeveel ze hebben opgenomen en welk bedrag op de officiële betaaldag nog resteert. Opnamelimieten, meldingen en hulpmiddelen rond budgetteren en sparen kunnen voorkomen dat iemand structureel een groot deel van zijn loon naar voren haalt.
De achterliggende redenering is dat flexibel loon niet bedoeld zou moeten zijn om elke maand het volledige salaris vroeger uit te keren. Het moet vooral een buffer vormen voor uitgaven die toevallig vóór de betaaldag vallen.
Opvallend is dat 22 procent van de werknemers in eerder onderzoek van Deel verwachtte dat flexibele loonbetaling hen zou kunnen helpen om sneller te sparen of te beleggen.
Bewijs voor minder financiële stress ontbreekt voorlopig
Of die systemen daadwerkelijk leiden tot minder financiële stress en minder kredietgebruik, is voorlopig minder duidelijk. Deel beschikt wel over cijfers over de behoefte en de verwachtingen van werknemers, maar erkent dat die nog geen causaal bewijs vormen.
Zo verwacht 24 procent dat flexibele loonbetaling kan helpen bij onverwachte uitgaven, terwijl 19 procent denkt daardoor minder snel in het rood te gaan. 22 procent verwacht dat het kan helpen om sneller te sparen of te beleggen.
Deel benadrukt daarom dat de huidige resultaten vooral wijzen op een verband tussen de timing van loonbetaling, financiële stress en kredietgebruik. Ze bewijzen nog niet dat flexibele loonbetaling die problemen daadwerkelijk vermindert.
Het bedrijf zegt momenteel de effecten bij werkgevers die het systeem gebruiken verder te onderzoeken. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het gebruik van kredietfaciliteiten en loonvoorschotten, zorgen over laattijdige betalingen, financieel welzijn, ziekteverzuim en personeelsbehoud.
Financiële stress gaat verder dan de laatste week
Dat onderzoek komt op een moment waarop de financiële druk bij jonge werknemers duidelijk verder reikt dan het einde van de maand. Stijgende voedingsprijzen en onverwachte grote uitgaven worden elk door 38 procent genoemd als bron van financiële zorgen. 36 procent wijst naar de energieprijzen. Bijna een derde vreest onvoldoende spaargeld te hebben en 21 procent maakt zich zorgen over de afbetaling van schulden of leningen, waaronder studieleningen.
Slechts 3 procent van de jonge werknemers zegt helemaal geen financiële stress te ervaren.
Voor werkgevers betekent dat volgens Deel dat flexibele loonbetaling hoogstens één onderdeel kan zijn van een bredere aanpak. Naast de timing van de loonbetaling blijven loonhoogte, voordelen, financiële vorming en ondersteuning bij sparen en budgetteren bepalend.
De discussie gaat daarmee uiteindelijk over meer dan de vraag wanneer het loon op de rekening verschijnt. Voor een werknemer die op vrijdag zijn salaris ontvangt, maar op dinsdag een onverwachte factuur moet betalen, kan timing een concreet financieel probleem zijn. Voor wie elke maand structureel tekort komt, ligt de oorzaak elders. Flexibele loonbetaling kan dus een tijdelijke financiële kloof dichten, maar neemt de bredere druk op het huishoudbudget niet weg.
Volg Business AM ook op Google Nieuws
Wil je toegang tot alle artikelen, geniet tijdelijk van onze promo en abonneer je hier!
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.