Columnist Jeroen Maris: 'Ik wil een helm van de oproerpolitie'

Ik stap het metrostel in en hoop vurig dat het me lukt om de schildpad te zijn. Het zijn niet de korte pootjes die ik ambieer, nee, het is het pantser dat ik wil, dat schild van bot en hoorn waarop alle geluid roemloos zal sterven. Zo zit het: ik ben jaloers op de schildpad omdat ze zich kan terugtrekken in een burcht gevormd door de eigen ruggengraat en ribben.
De metro's in deze stad, en de bussen en de trams, zijn gemaakt voor rumoer, niet voor obese decibels. Ze kunnen zich heus wel rond het praten vouwen, rond het gekeuvel en het geagiteerde mortiervuur, het mijmeren en het zingen, het schuurpapier en het fluweel. Maar niet rond het gillen van de telefoon, niet óók nog rond die eindeloze luidruchtige file van filmpjes en muziek en moderne sermoenen.
Mensen zijn concerten geworden. En het is nu een daad van grote rebellie in deze stad, zwijgen, alleen stilte voortbrengen, het is niet verboden maar niemand waagt zich er nog aan. Beduusd sta ik elke keer weer te kijken – nee, te luisteren – naar het zelfvertrouwen waarmee de ruimte wordt volgestort. Velen lijken te geloven dat je je eigen positie moet bevechten op de stad. Wie zich hoorbaar maakt, bestaat. Wie dat niet doet, wordt opgeslokt. Soms ben ik bang dat het echt zo is, dat zwijgen krimpen is, en dat ik, als ik niet snel het gerucht maken onder de knie krijg, zal verdwijnen. Straks het opsporingsbericht: man, 41, voor het laatst niet gezien in een metrostel op lijn 6.
Het lukt me ook vandaag niet om de schildpad te zijn. Het geluid beukt op me in, dringt naar binnen, raast daar verder in het almaar verhittende hoofd. Mijn slapen bonken, op mijn voorhoofd beeft de koorts. Diep in me sterft iets. Wat had ik ook gedacht? Man, 41 is een mens. Man, 41 kan geen schildpad zijn.
Ik denk dat het imploderen nu nabij is, ik ben bezet gebied, ik besta alleen nog uit het geluid van anderen. Dan weet ik plots wat ik nodig heb als ik dan toch geen schildpad kan zijn. Op de beelden van de ruwe betogingen die de afgelopen weken door de stad trokken, kleefden mijn ogen zich als vanzelf vast aan de helmen van de oproerpolitie. Het smetteloze wit, de gepolijste ronding. En vooral: de belofte dat je je, gewoon door die bol over je hoofd te trekken, aan de stad kunt onttrekken zonder ze werkelijk te verlaten. Misschien vergis ik me, misschien is zo'n helm een kleine gevangenis die vooral benauwt. Maar ik meen de ontsnapping te zien.
Ik wil een helm van de oproerpolitie. Ik wil leven in Brussel en ervan gescheiden zijn.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.