Antonelli kan in voetsporen treden van Ascari, die als Italiaan triomfeerde met Ferrari

Weinig landen hebben zo'n rijke geschiedenis in de autosport als Italië. Wat dat betreft is het opmerkelijk dat Kimi Antonelli, als hij de wereldtitel grijpt, pas de derde Italiaanse wereldkampioen Formule 1 is. Alleen Nino Farina (1950) en Alberto Ascari (1952 en 1953) gingen hem voor.
Ascari was erbij toen de Formule 1 werd opgericht in 1950 en met de nationale trots Scuderia Ferrari veroverde hij twee wereldtitels. Zijn carrière had nog succesvoller kunnen zijn, ware het niet dat hij stierf in het harnas op het circuit van Monza in 1955.
Dat gebeurde slechts een paar dagen nadat hij met de schik was vrijgekomen bij een ongeluk in de haven van Monaco.
Hoe geliefd Ascari was in eigen land bleek op de dag van zijn begrafenis. Op 30 mei 1955 kwamen naar schatting een miljoen mensen samen in Milaan om de onfortuinlijke coureur te eren en te herdenken. Dat gebeurde met een stoet door de stad waarbij de kist met het lichaam van Ascari werd vervoerd per koets.
Alberto Ascari werd begraven naast zijn vader Antonio, die ook naam had gemaakt als coureur door meerdere grote wedstrijden te winnen. Vader en zoon waren op het moment van overlijden allebei 36 jaar oud, crashten beiden in een snelle linkerbocht en lieten ieder een vrouw en twee kinderen achter.
Tweevoudig wereldkampioen Formule 1
Tot op de dag van vandaag is Ascari een belangrijk persoon in de geschiedenis van het iconische Ferrari-team. De Milanese coureur werd met de Italiaanse renstal in 1952 voor het eerst wereldkampioen in de Formule 1. Een jaar later prolongeerde hij zijn titel, mede door de Grand Prix van Nederland in Zandvoort te winnen.
Waar Antonelli nog maar 20 jaar is als hij binnenkort zijn eerste wereldtitel verovert, daar was Ascari in 1952 al 34 jaar toen hij de macht greep in de Formule 1.
Dat deed hij op indrukwekkende wijze. Hij won zes van de acht grands prix die destijds in de Formule 1 werden gereden en miste zelfs een race om deel te nemen aan de Indy 500 in de Verenigde Staten, een klassieker die ook nu nog wordt verreden als onderdeel van het IndyCar-kampioenschap.
Overstap naar Scuderia Lancia
Ondanks de successen met Ferrari besloot Ascari in 1954 de overstap te maken naar Scuderia Lancia. Dat werd geen groot succes, want het team bleek de nieuwe auto niet op tijd klaar te hebben voor het nieuwe seizoen.
Uiteindelijk kwam hij tijdens vier grands prix in actie, waarvan hij alleen de slotrace in Spanje in een bolide van Lancia reed. Daarvoor reed hij als invaller twee wedstrijden voor Maserati en één voor zijn oude werkgever Ferrari.
Na een sportief zeer moeizaam verlopen 1954 verscheen Ascari in 1955 met goede moed aan de start van een nieuw seizoen in de Formule 1, niet wetende welk rampscenario hem te wachten stond.
Allereerst ging het voor Ascari mis tijdens de Grand Prix van Monaco. Hij verloor in de haven van het prinsdom de controle over zijn Lancia, waardoor hij met zijn bolide in de Middellandse Zee belandde. De auto zonk, maar Ascari kwam levend bovendrijven. Hij liep bij de crash 'slechts' een gebroken neus en wat kneuzingen op.
Een paar dagen later crashte Ascari opnieuw, dit keer met fatale afloop. Het incident vond plaats op het circuit van Monza. In bocht acht sloeg Ascari over de kop en daarbij liep hij meerdere verwondingen op. Kort daarna zou hij daaraan overlijden.
Als eerbetoon aan Ascari werd de bocht waarin hij verongelukte naar hem vernoemd. Tot op de dag van vandaag rijden de coureurs op het circuit door de Variante Ascari, zo ook Antonelli. In aanloop naar zijn eerste wereldtitel won hij zijn thuisrace op het circuit van Monza na achteraan te zijn gestart.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.