Friedman wil via beroep ambassadeur Bill White persona non grata laten verklaren

Moshe Friedman verweet Bill White een houding en uitlatingen die een ambassadeur onwaardig zijn. Niet alleen had White hem persoonlijk aangevallen en beledigd, de ambassadeur had ook minachting getoond voor België en had geprobeerd zich te mengen in de interne rechtsorde, klonk het. Friedman kwam in het vizier van de Amerikaanse ambassadeur nadat hij een procedure was opgestart tegen illegale joodse besnijdenissen die in ons land werden uitgevoerd.
Hij verweet de Belgische overheid ook dat die onvoldoende zou optreden tegen de ambassadeur, en op die manier tekortschoot in haar plicht om de eerbiediging van zijn privé- en gezinsleven, persoonlijke integriteit, eer en reputatie, te beschermen. Voor zijn vordering steunde Friedman zich onder meer op het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.
Ongegrond
Volgens de rechter was die eis weliswaar ontvankelijk maar ongegrond. Wat betreft diplomatie en buitenlands beleid geniet de uitvoerende macht immers de meest ruime discretionaire beoordelingsvrijheid, en de rechter kan zich niet in de plaats stellen van de uitvoerende macht, klonk het oordeel.
Ingaan op de eis van Moshe Friedman om ambassadeur White persona non grata te laten verklaren, zou de volledige beslissingsbevoegdheid van de uitvoerende macht op het vlak van buitenlands beleid miskennen, aldus de rechter. "De eiser heeft bijgevolg geen subjectief recht om deze maatregel te vragen, zodat de kortgedingrechter deze ook niet kan opleggen."
Friedman had de ambassadeur een dagvaarding gestuurd om persoonlijk te verschijnen voor de kortgedingrechter, maar aangezien de ambassadeur diplomatieke immuniteit geniet, was die dagvaarding onontvankelijk.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.