Schuldenberg stijgt met drie miljard euro: ‘Brussel is kwetsbaarder dan Griekenland'

Een begroting in evenwicht in 2029 zonder de Brusselaar pijn te doen. Het is het adagium van deze Brusselse regering, die afgelopen weekend een nieuwe stap heeft gezet in het financieel gezond maken van de hoofdstad. Er wordt volgend jaar 238 miljoen euro bespaard. In 2029 moet dat leiden tot een begroting in evenwicht.
Maar achter het goede nieuws, schuilt een dikke adder onder het gras. Een miljard aan uitgaven wordt buiten de begroting gehouden. Het gaat om grote investeringen. Dat mag volgens de Europese begrotingsregels, door het gebruik van code 8, maar dan wel onder voorwaarden.
Groen licht
In februari is binnen de Brusselse regering afgesproken om zo vijf investeringen buiten de begroting te houden: een kapitaalparticipatie in de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij voor 400 miljoen euro, een versterking van de financiële structuur van Vivaqua voor 180 miljoen euro, een participatie van 150 miljoen euro in Neo voor een nieuw congrescentrum, 60 miljoen euro om de bouw van het museum Kanal af te werken en 198 miljoen om de energieleningen aan nul procent mogelijk te maken.
Dat is samen ongeveer een miljard euro dat niet mee wordt meegerekend in de inkomsten- en uitgavenbegroting.
De Brusselse regering mag dat niet zomaar. Ze moet hiervoor groen licht krijgen van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) en uiteindelijk ook van de Europese Commissie. Zo moet de Brusselse regering via een businessplan aantonen dat het wel degelijk om structurele investeringen gaan, die ook later kunnen renderen.
Oneigenlijk gebruik?
Voor een investering als NEO valt dat misschien nog te verdedigen – congressen brengen geld in het laatje, maar voor het geld voor de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij is dat al wat moeilijker. Er is wel een plan om de huurgelden op te trekken voor sommige categorieën sociale huurders, maar of dat zal volstaan om de EU te overtuigen is nog maar de vraag.
Wie ook vragen heeft bij het gebruik van code 8 voor de investeringen is econoom Etienne de Callataÿ (Orcadia). “Ik ben sowieso een koele minaar van het gebruik ervan”, zegt hij. “Het strooit zand in de ogen van de mensen. Je doet uitschijnen dat het goed gaat met de begroting, maar eigenlijk klopt het niet.”
De Callataÿ verwijst onder meer naar de investering in Kanal. Zonder zich te willen uitspreken over de politieke opportuniteit van investeringen in cultuur, ziet hij niet hoe dit kan renderen. “Dit zou ik dan niet meteen een goede investering noemen. Als Brussel dit zou verkopen, dan tekent ze een verlies op.”
Professor overheidsfinanciën Herman Matthijs (VUB/Ugent) wijst op het oneigenlijk gebruik van de code 8. “Het is bedoeld voor grote infrastructuurprojecten. Die zie ik hier niet.”
Sancties
Of Brussel ermee wegkomt, hangt dan in grote mate af van hoe het Instituut voor de Nationale Rekeningen de investeringen beoordeelt.
Voor de Callataÿ zal daar gekeken worden naar wat andere landen zoal buiten de begroting plaatsen. “Dat soort politieke afwegingen wordt zeker gemaakt.” Volgens Matthijs kan het ook zijn dat de federale regering uiteindelijk het Brussels Gewest terugfluit. “Het kan bijvoorbeeld sancties opleggen”, zegt hij. “Die mogelijkheden zijn er wel hier en daar.
Griekenland
Maar daarmee is niet alles gezegd. Code 8 is een interessant instrument om de uitgaven ogenschijnlijk te verlagen, maar tegelijk komen die investeringen wel bij de schuld terecht.
De Brusselse regering torst vandaag al een enorme hoge schuld van 13,4 miljard euro (in 2025). De schuldgraad (de verhouding tussen de schuld en de inkomsten) zal tegen 2028 oplopen tot 280 procent.
Door een begroting in evenwicht te brengen, gaat Brussel ongetwijfeld de goede weg op. Toch rekent de Brusselse regering door het jaarlijks begrotingstekort deze legislatuur op een toename van de schuld met maar liefst twee miljard euro. En daar moet dus ook dat 1 miljard aan worden toegevoegd dat buiten de begroting wordt gehouden.
Onschuldig is dat niet. Die stijging van de schuld met drie miljard euro kan wel degelijk verder druk zetten op de Brusselse begroting, zeker nu de langetermijnrente in ons land de laatste tijd fors is gestegen. Want als de rente stijgt, dan stijgt ook de jaarlijkse rentelast. Dat is het bedrag dat jaarlijks moet worden afgelost.
Dit jaar bedraagt die maar liefst 505 miljoen euro, al kon begrotingsminister Dirk De Smedt vorige week in het parlement aankondigen dat rentelast op het eind van het jaar met 20 miljoen euro gedaald zal zijn.
Toch mag Brussel zich wel degelijk zorgen maken, vindt de Callataÿ, zeker als de rentes blijven stijgen. “Het Brussels Gewest is kwetsbaarder dan Griekenland tijdens de financiële crisis, of dan Frankrijk vandaag”, zegt hij. “Omdat Griekenland en Frankrijk lid zijn van de Europese Centrale Bank. Er geldt een zekere solidariteit onder de EU-lidstaten, die niet geldt voor de regio's.”
Maar is België, als lidstaat, dan niet de eindverantwoordelijke ten aanzien van de EU, ook voor de Brusselse schuldenberg? De Callataÿ: “Klopt, maar er zijn in Europa al lokale besturen failliet gegaan omdat ze hun schulden niet konden betalen.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.