David Leisterh (MR) stopte 1 jaar geleden als formateur: ‘Mijn gezin houdt mij in België'

Mocht zijn vrouw er geen stokje voor gestoken hebben, dan was David Leisterh (MR) nu Guinness-pinten aan het tappen in een pub in het zuiden van Engeland.
“Ik heb mijn hart verloren aan Kent, mijn gezin en ik komen er bijna elke maand. Ooit gaan we er wonen, dat staat vast. Maar mijn vrouw vond het wat te vroeg. Mijn gezin en mijn gemeente houden mij hier.”
Het kan verkeren. Een jaar geleden ontwaakte de aimabele Leisterh nog als de onverzettelijke formateur die de helse opdracht om een Brusselse regering te vormen dag en nacht met zich meezeulde. Tot het niet meer ging. Een zoveelste poging was op een dood spoor beland. Leisterh trok zich op 28 oktober 2025 terug uit de Brusselse gewestpolitiek en knoopte zijn burgemeesterssjerp in het gemeentehuis van Watermaal-Bosvoorde wat strakker.
“Ik volg de regionale Brusselse politiek niet meer. Af en toe word ik natuurlijk met de neus op de feiten gedrukt, want ik kom als burgemeester vaak in contact met het Gewest”, vertelt Leisterh, in het Nederlands. “Dat is niet altijd even comfortabel. Ik kan de breuk met het Gewest niet volledig maken.”
Jackie
Hij omschrijft de formatie als een trauma. “Ik heb bijna twintig jaar gewerkt aan twee doelen: van de Brusselse MR de grootste partij maken en dan eventueel ministerpresident worden. Dat tweede is niet gelukt. Dat is oké. Ik ben niet verbitterd. Ik voel me ontspannen.”
“Ik heb tijd voor mijn dochtertje Jackie (die in mei 2025 geboren werd, red.) en ik merk dat de regering wel draait, maar dat het allesbehalve evident is. Dat ligt niet aan de personen, dat ligt aan het Brusselse systeem. Er zitten te veel partijen in die regering. Persoonlijke wrok koester ik niet. Ik ben bijvoorbeeld nog iets gaan eten met Ahmed Laaouej (PS). Straks ga ik lunchen met Boris Dilliès (MR).”
Drie maanden na de exit van Leisterh kwam de formatie plots in een stroomversnelling, met Dilliès als verrassende minister-president. “Ik wist dat mijn vertrek een katalysator zou zijn. Waarom? Dat zal ik later wel uitleggen.”
De liberaal, die twee decennia geleden als vertaler afstudeerde, werkt immers aan een boek.
“Het gaat over mijn leven, maar de focus ligt op de laatste twee jaar. Het moeilijkste hoofdstuk komt aan het einde: de laatste zes maanden van mijn formateurschap. In die periode lukte niets. Ik ben bezig aan een eerste revisie van mijn boek en ik ben nu al bang voor dat laatste hoofdstuk. Ik moet bepaalde situaties herbeleven die ik eigenlijk begraven had.” Zijn ex-collega’s krijgen in het boek wel een pseudoniem. “Ik wil niemand kwetsen.”
Het is typerend voor Leisterh, die tijdens de regeringsvorming ook vaak te horen kreeg dat hij te soft is. “Ik heb nooit ruzie gemaakt.” Zijn stijl staat in schril contrast met die van MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, die na het ontslag van Leisterh de formatie overnam.
“Georges-Louis en ik hebben veel minder contact, gewoon omdat we niet meer samenwerken. Hij blijft familie voor mij. Ik ben peter van zijn kindje, hij van Jackie. We deelden dezelfde passie voor de politiek, maar nu niet meer. Het is zoals twee vrienden die elk weekend naar hun favoriete voetbalclub gaan kijken, tot de ene plots niet meer meegaat. Het is anders, maar we blijven vrienden.”
Marathon
In de afgelopen twaalf maanden werd het leven van Leisterh grondig door elkaar geschud – ook op privévlak.
“Mijn leven draaide rond politiek. Toen ik vader werd, besefte ik dat ik afwezig was. Ook als ik bij mijn dochtertje was. Dat is ook de belangrijkste reden waarom ik nee heb gezegd tegen Bouchez toen hij vroeg of ik toch nog minister-president wou worden.”
Het telefoontje kwam in de nacht van donderdag 12 op vrijdag 13 februari 2026. De meerderheidspartijen hadden eindelijk een akkoord bereikt. Bouchez schotelde zijn voormalige formateur alsnog het minister-presidentschap voor. Leisterh weigerde.
“Brussel had iemand nodig die voor 200 procent met Brussel bezig is. Ik was niet die persoon. Het is zoals iemand die nog ziek is en weer de marathon wil lopen. Dat lukt niet.” Kort na zijn vertrek als formateur verloor Leisterh zijn moeder. “Ik heb haar laatste maanden niet van dichtbij meegemaakt. Net nadat ik de handdoek in de ring had gegooid als formateur, is ze overleden. Misschien omdat ik meer ontspannen was. Ze zag dat ze kon vertrekken omdat ik van die stress verlost was.”
Aan terugkeren denkt hij niet. “Van mijn vrienden mag ik dat niet zeggen, maar er zijn genoeg Brusselse leiders binnen de MR.” Over de regering-Dilliès wil hij niets kwijt. “Ze doen hun best in een ploeg waarin de meerderheid de liberale drang om hervormingen door te voeren niet deelt. Ik blijf hen steunen, maar ze hebben mij niet nodig.”
Ondertussen runt Leisterh in een coalitie met liberalen en groenen én met een flinke portie enthousiasme “de schoonste gemeente ter wereld”.
“Ook hier kampen we met de moeilijke begrotingscontext. Ik benijd het tijdperk van twintig jaar geleden, waarin er de ene week een zwembad en de andere week een cultureel centrum van de grond kwam. Ik draag vandaag de gevolgen van die dolle jaren: vorig jaar heb ik een school moeten sluiten omdat er onvoldoende leerlingen waren.”
Bioscoop
Toch loopt Leisterh over van de plannen. Het gemeentehuis wordt binnenkort in een nieuw jasje gestoken en als het van de liberaal afhangt, transformeert een pand aan de Vorstlaan straks in een cinema.
“Dat is mijn droom, een wijkbioscoop. Twee zaaltjes met honderd zetels. Zoals aan Stockel in Sint-Pieters-Woluwe. Dat creëert een gemeenschapsgevoel in een wijk als deze, waar er toch vooral horeca is”, zegt Leisterh aan het Antoine Gilsonplein, terwijl hij de ene na de andere voorbijganger met bonjour begroet vlak voor het gemeentehuis.
“Burgemeester zijn, het is elke dag geconfronteerd worden met kleine problemen. Deze ochtend kreeg ik om zes uur al telefoon van mensen die hoorden dat er een boom gekapt zou worden in een nabijgelegen park. Een uur later belde een handelaar me over een geblokkeerde parking door werken van distributienetbeheerder Sibelga. De traagheid van het systeem maakt het altijd heel moeilijk.”
Het gaat in gezwinde pas de Delleurlaan op, richting de Hippodroom. “Het is Kent-achtig, hè”, lacht hij tussen het groen. Hij houdt halt aan de leegstaande Sint-Hubertuskerk, die binnenkort plaats moet bieden aan een dertigtal appartementen. “Mijn doel is een croissant fertile, een groeisikkel in het zuiden van Brussel”, legt Leisterh uit.
“Met plaats voor groen. Bij het station van Bosvoorde zijn we bezig aan een nieuw park. Normaal gezien gaan de werken volgend jaar van start. Ik ben er elke week mee bezig, bijvoorbeeld met de keuze van de soort bomen. We gaan er een nieuw ecosysteem creëren, er komt een guinguette, een speeltuin en het station zelf wordt ook opgefrist. Het wordt majestueus.”
Ook in het ronde Glaverbel-gebouw is er van alles op til, weet Leisterh. “Naast de kantoren komen er bijvoorbeeld meer en meer sportactiviteiten. De gemeente leeft. Ik heb twee prioriteiten deze legislatuur: een nog properdere gemeente en Watermaal-Bosvoorde dynamischer maken. Het mag niet enkel een gemeente zijn waar mensen komen slapen”, knipoogt de burgemeester naar het populaire Mix-hotel in het voormalige Royale Belge-gebouw.
Aan plannen geen gebrek. Maar of Leisterh ook na 2030 aan het roer van de gemeente blijft staan, is een open vraag. “Ik weet niet wat mijn toekomst in de politiek is. Of ik mezelf in 2030 wil opvolgen als burgemeester? Ik weet het niet. Dan is het politieke hoofdstuk in mijn leven voorbij, denk ik.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.