Le DevoirSan Diego et Montréal, deux orchestres pour un même Rafael PayareBollywood HungamaEXCLUSIVE: Amit Sadh calls his Pratap character “Mike Tyson of police force”; admits BO success matters to him more than ever: “I am told even Instagram followers’ matter. Toh yeh toh box office hai yaar!”PunchNine dead in small plane crash near Trump’s Florida homeInquirerMMDA: Light traffic on major NCR roads on All Souls’ Day morningCNN TürkKimi Antonelli, Formula 1 tarihinin en genç şampiyonu olduSky TG24Le prime pagine dei quotidiani di oggi 2 novembre: la rassegna stampa한겨레공격농구에 흥미진진, 줄부상에 한숨…‘외국인 선수 두 명 동시 출전’이 뒤흔든 1라운드Screen RantThe Battlestar Galactica Franchise Officially Returns In 2027The Hollywood ReporterTallinn Black Nights Fest Turns 30 With New Artistic Director, a Latin American Streak and a Baltic BoomVanguardSolar Installation in Lagos: See Costs and BenefitsGIGAZINE「ポイ活」「プレイするだけで現金ゲット」をうたうアプリの人気が爆増、しかし実際にゲットするまでにとんでもない労力を費やさないといけないDigital Spy5 Emmerdale spoilers for tonight as Joe Tate makes surprising new decisions
The Daily Newsstand · Free, Always
Monday, November 2, 2026

Ex-gedetineerde Loutfi Chama maakt theaterdebuut: ‘Ik heb nog nooit zoveel gehuild’

Translate

Na een leven getekend door geweld en tien jaar achter de tralies heeft Loutfi Chama de criminaliteit definitief achter zich gelaten. Vandaag is hij niet langer de man achter de overvallen, maar de medeauteur van een boek en het gezicht van een theatervoorstelling in een regie van Fabrice Murgia in het Théâtre National. “Ik weiger als voorbeeld te worden opgevoerd.”

Loutfi Chama is een sportieve veertiger met een kaalgeschoren hoofd. Hij is hartelijk, neemt de tijd en praat opvallend openhartig over zijn leven. Er is maar één onderwerp waar hij liever niet over spreekt: “Ma maman.” Uit respect voor wat ze heeft meegemaakt, uit liefde voor haar, maar ook omdat sommige pijnlijke vragen nu eenmaal onbeantwoord blijven.

Al snel blijkt dat Chama niet van plan is zijn verleden op te poetsen. Hij wil evenmin doorgaan voor de berouwvolle ex-gedetineerde die tegen alle verwachtingen in zijn leven weer op de rails heeft gekregen. Zulke succesverhalen over re-integratie worden graag als voorbeeld aangehaald, alsof wilskracht volstaat om iemand los te weken uit het harde beton van de gevangenis.

“Dat was mijn grootste angst toen we aan de theatervoorstelling begonnen”, vertelt hij. “Dat ze mij zouden recupereren, dat ze mij als voorbeeld zouden opvoeren. Als mijn parcours representatief was voor wat er met mensen zoals ik gebeurt, dan zaten we hier vandaag niet met elkaar te praten. Dan zat ik in mijn cel, was ik dood of verbleef ik in een psychiatrische instelling.”

Het is een ontnuchterende vaststelling, die voortkomt uit jarenlang graven in zijn eigen verleden. Chama heeft een groot deel van zijn leven geprobeerd te begrijpen hoe het zover is kunnen komen. Hoe een jongetje opgroeit tot een man die overvallen pleegt.

Al veertien jaar heeft hij de overvallen en de vluchtpogingen achter zich gelaten. Hij heeft zijn straf volledig uitgezeten, tot de laatste dag met een elektronische enkelband en de laatste uren van zijn werkstraf. Tien jaar gevangenis hebben hem bijna gebroken, maar vandaag staat hij weer buiten. Helemaal afgesloten is dat hoofdstuk daarmee niet. “Als ik hieruit kom, zal ik mijn verhaal vertellen”, had hij zichzelf ooit beloofd.

"Ik zal nooit weten waarom mijn moeder mij niet is komen halen"

Dat verhaal kan hij als geen ander vertellen. Zijn herinneringen zijn tastbaar, vol beelden, kleuren en lichamelijke gewaarwordingen. Hij verbindt de gebeurtenissen met elkaar en plaatst ze in hun context, zonder ze te reduceren tot een persoonlijke ontboezeming. “Zelfs in de gevangenis merkte ik dat mensen naar mij luisterden als ik vertelde”, zegt hij. “Ik herinner me dat ik toen al dacht: als ik spreek, luisteren ze.”

De klap

Hij stelt voor af te spreken op de plek waar hij als kind had kunnen opgroeien: in het arme noorden van de Antwerpsesteenweg, waar zijn moeder nog altijd woont. Maar het is anders gelopen. Eén oorveeg, toen hij tweeënhalf was, zou zijn leven een heel andere wending geven.

Zijn vader ligt op dat moment in het ziekenhuis op sterven aan kanker. Loutfi en zijn broer en zus worden erbij geroepen om afscheid te nemen. Zelf staat hij voor de ziekenhuiskamer, overmand door verdriet. “Ik schreeuwde à la mort, ik kon niet meer stoppen. Niemand kreeg me stil.” Een oom geeft hem een klap in het gezicht. “Was hij moe? Was hij op? Ik weet het niet.”

Een maatschappelijk werkster is getuige van het voorval. Vanaf dan komt een hele machinerie op gang. Zijn moeder is twintig, spreekt nauwelijks Frans en krijgt te horen dat haar kinderen naar een preventorium in Wallonië moeten, in Grez-Doiceau. Zijn zus heeft astma en zou baat hebben bij de gezonde buitenlucht. Voor de jongens, zo luidt de redenering, kan zo’n verblijf evenmin kwaad.

In de jaren 1980 is tuberculose al uitgeroeid, maar de bedden in de instellingen moeten gevuld blijven. De voorwaarden voor een plaatsing worden almaar ruimer geïnterpreteerd. “Er zaten veel Marokkanen uit de Rif”, herinnert Chama zich. “Belgen waren er nauwelijks.”

Loutfi Chama

©

Sophie Soukias

| Loutfi Chama: “Ik begreep dat ik niet alleen een dief was, en ook niet alleen een mishandeld kind. Ik mocht voor het leven kiezen, voor de liefde.”

Zijn moeder ziet haar kinderen vertrekken naar een streek die ze nauwelijks kent. Zonder auto kan ze hen niet zomaar bezoeken. De scheiding laat diepe sporen na. “De schok was zo groot dat het lichaam van mijn mama het heeft begeven. Daarna heeft ze nooit meer kinderen kunnen krijgen.”

Gevangenis zonder tralies

Enkele jaren later krijgt hij opnieuw een oorveeg. In het preventorium van Grez-Doiceau ontdekt hij op een dag een banaan die in een schoenenkast is blijven liggen. Hij grist ze mee en haast zich naar het toilet om ze daar stiekem op te eten. Maar Madame Odette betrapt hem. Ze geeft hem een harde klap en hangt hem een bordje om de nek: “Ik ben een dief.”

“Ik zie mezelf nog over de speelplaats lopen, met dat bordje om mijn nek, een bloedneus en op blote voeten.” De bewaakster had hem kort daarvoor nog een paar nieuwe schoenen gegeven, om ze hem vervolgens weer af te nemen. Het was een wreed spel van aantrekken en afstoten, ingebed in een dagelijkse praktijk van vernedering en mishandeling door het personeel.

“Ik herinner me niet dat ik verkracht ben, maar ik weet nog wel dat ik de voeten moest masseren van een andere bewaakster, die dat van mij eiste. De nachtwaker strafte ons door ons de hele nacht op onze knieën op een liniaal te laten zitten.”

Op een dag doet Loutfi zijn leeftijdsgenoten na en roept hij: “Ik zal het aan mijn vader vertellen!” Madame Odette maakt hem met één opmerking duidelijk dat hij er helemaal alleen voor staat: hij heeft geen vader. “Ik heb me nooit zo kwetsbaar gevoeld. Ze moet dat hebben opgemerkt en tegen mij hebben uitgespeeld”, zegt Chama. “Ze heeft mijn kindertijd gestolen.” De grootste dief droeg zelf geen bordje om de nek.

"Ik was bang dat de politie me zou uitkleden, dat ze de gekwetste man die ik was, helemaal zouden blootleggen"

Loutfi Chama

Dan volgt een nieuwe klap. Op een dag krijgen zijn broer en zus te horen dat ze terug mogen naar Brussel. Loutfi moet in het preventorium achterblijven. Waarom hij niet mee naar huis mag, zal hij nooit begrijpen. “Ik zal nooit weten waarom mijn moeder mij niet is komen halen. Ik vraag me nog altijd af of Madame Odette daar niet achter zat.”

Jaren later onderzoekt het gerecht de wantoestanden in het preventorium. Chama wordt nooit verhoord. “Ik zat toen in de gevangenis.” Een dubbele straf.

De gekweste man verbergen

Het preventorium was voor Chama wellicht zijn eerste gevangenis, ook al zaten er geen tralies voor de ramen. “Ik viel in slaap in een nachtmerrie en werd wakker in een nachtmerrie.” De angst uit zich in slaapverlamming en bloedneuzen. Ook de vrees om in bed te plassen beheerst zijn dagen en nachten.

De terreur uit zijn kindertijd blijft hem tot ver in zijn volwassen leven achtervolgen. Uit een kinderlijk overlevingsinstinct kleedt hij zich in steeds meer lagen. “Twee onderbroeken, twee broeken, drie paar sokken. Wanneer de politie me oppakte en in een cel stopte om me te fouilleren, was ik niet het bangst voor de slagen die ze me konden geven. Ik was bang dat ze me zouden uitkleden, dat ze de gekwetste man zouden blootleggen die ik was. Dat was de ergste vernedering.”

In de slaapzalen van het preventorium, wanneer de anderen stilvallen en de lichten uitgaan, vindt de jongen gaandeweg een manier om aan zijn omgeving te ontsnappen. De nacht wordt zijn domein, een plek waar hij de angst even naar zijn hand kan zetten. “Ik verkende de gangen en de kasten.”

De spanning en de adrenaline smaken naar vrijheid. Chama begint kleine dingen te stelen, en krijgt zo beetje bij beetje het gevoel dat hij opnieuw controle heeft over een wereld waarin anderen tot dan toe alles voor hem bepaalden.

Rond zijn tiende wordt hij overgeplaatst naar een instelling in Lasne. Daar breekt een mildere periode aan. Zorgzame opvoeders laten hem kennismaken met atletiek, theater en muziek. Ze reiken hem nieuwe perspectieven aan, maar het wantrouwen zit inmiddels te diep. “Ze hebben van alles uit de kast gehaald, maar het was te laat. Ik vertrouwde volwassenen niet meer. Ik was zo beschadigd dat je me de hele wereld aan liefde had kunnen geven: het zou niet meer geholpen hebben.”

Wanneer hij uit Lasne wordt weggestuurd, belandt Loutfi in de ene medisch-pedagogische instelling na de andere. De oude angsten keren terug en hij sluit zich opnieuw af. “Retour en enfer”, zegt hij.

Overdag speelt hij de brave jongen, 's nachts loopt hij weg. Om zijn nachtelijke escapades te bekostigen, begint hij te stelen. Eerst neemt hij geld weg dat in het centrum wordt gespaard voor een uitstap naar Walibi. Daarna steelt hij uit de kassa van een treincontroleur. Uiteindelijk pleegt hij overvallen, van Charleroi tot Gosselies. “Die uitstapjes gaven me een eindeloos gevoel van vrijheid. Ik kwam terug met mijn handen vol smeerolie, maar de opvoeders merkten niets.” Zijn gave om zijn dubbelleven te maskeren, keert zich uiteindelijk tegen hem. “Ze konden me niet meer helpen.”

"In de gevangenis word je alleen gelaten met de brutaliteit van je eigen daden. Je zit in een vliegtuig zonder piloot"

Loutfi Chama

Tegelijk geeft het imago van de bad boy hem iets wat hij in zijn eerdere leven heeft gemist: aanzien. “Ik werd iemand die meetelde. Wanneer we met de groep van het MPI buitenkwamen, keken mensen naar ons alsof we gehandicapt waren. Ik walgde van die blik. Dan was ik liever een dief.”

Overvallen met wapens

De gevangenis wordt het eindpunt van een vlucht die steeds verder uit de hand loopt. Chama pleegt gewelddadige overvallen in groep, met wapens. Eerst belandt hij in de gevangenissen van Sint-Gillis en Vorst, later wordt hij in Ittre opgesloten in een streng beveiligde isolatiecel. “Het was een vlucht vooruit. Alles moest extremer, rauwer, grimmiger worden.” In Ittre lijkt de buitenwereld definitief te verdwijnen. “Je ziet alleen maar beton. Het doel is om je steeds dieper in de detentie te duwen, om je kapot te maken.”

Zijn ervaringen hebben hem ervan overtuigd dat massale opsluiting niets herstelt. Integendeel, vindt hij: wie in de gevangenis belandt, wordt vaak aan zijn lot overgelaten, zonder uitzicht op verandering. “Je hoeft maar naar de megagevangenis van Haren te kijken, naar die directeur die de deur achter zich dichttrekt terwijl hij alarm slaat, naar de recidivecijfers. In de gevangenis word je alleen gelaten met de brutaliteit van je eigen daden. Je zit in een vliegtuig zonder piloot. Er is geen plan, geen perspectief. Je wordt weggehaald bij je slachtoffer, en dan? Niets.”

Wat hem wel aan het denken zet, zijn de alternatieven voor opsluiting. Tijdens een werkstraf helpt hij daklozen in de Marollen. Door met mensen in contact te komen die het op hun eigen manier moeilijk hebben, begint hij zijn eigen situatie anders te bekijken. “Ik begreep dat ik het eigenlijk beter had dan ik zelf dacht.”

Het is een inzicht dat uitgroeit tot een pleidooi voor een justitie die niet alleen straft, maar ook inzet op herstel en dialoog. “Het feit dat ze mij naar de gevangenis sturen, betekent niet dat mijn slachtoffer daarna niet alleen naar huis moet, met zijn trauma.” Voor Chama moet een straf daarom opnieuw betekenis krijgen. Wie een misdrijf pleegt, kan zijn vrijheid verliezen, maar hoeft daarom niet ook zijn menselijkheid te verliezen.

"Ik wist niet hoe ik buiten de gevangenis moest leven. Ik had nooit iets anders gekend dan gezag en opsluiting. Ik kon er niet mee omgaan"

Loutfi Chama

Wat Loutfi Chama uiteindelijk weer op weg helpt, is de menselijkheid van anderen: mensen die hem een spiegel voorhouden waarin hij zichzelf met andere ogen kan bekijken. Zelfs in de donkerste periodes van zijn leven, benadrukt hij, waren er lichtpuntjes: mensen die hun hand uitstaken, in hem bleven geloven en hem lieten ervaren dat het leven ook iets moois te bieden heeft.

Wake-upcall

De ommekeer komt wanneer hij naar eigen zeggen de bodem van de put bereikt. Chama is zo gewend geraakt aan opsluiting en gezag dat hij nauwelijks weet wat hij met zijn vrijheid moet aanvangen. “Ik was een man zonder vel, voortdurend op mijn hoede, maar ik wist niet hoe ik buiten de gevangenis moest leven. Ik had nooit iets anders gekend dan gezag en opsluiting. Ik kon er niet mee omgaan.”

Tijdens een inbraak in Eigenbrakel suizen twee kogels rakelings langs zijn hoofd. Chama ontsnapt op het nippertje aan de dood. Het is een eerste wake-upcall.

Een nieuwe schok volgt tijdens alweer een van zijn vele verblijven in de gevangenis van Vorst. Intussen is Julie Daliers, die hij zijn “ange gardien” noemt, een onmisbare steun geworden. Ze werkt voor de vzw Lezarts Urbains. Chama heeft haar leren kennen via een van de rap- en slamworkshops die de organisatie in de gevangenis op touw zet. Wanneer hij opnieuw wordt opgepakt, zet ze zich met hart en ziel voor hem in.

“Mijn arrestatie betekende dat mijn medische behandeling abrupt werd stopgezet. Ik was zo zwaar aangeslagen door alles wat ik had meegemaakt dat ik medicatie nodig had”, vertelt hij. “Julie heeft hemel en aarde bewogen om ervoor te zorgen dat ik die kreeg. Ik had haar vriendschap beschaamd door opnieuw in de criminaliteit te vervallen, maar toch bleef ze voor mij vechten. Toen ik zoveel liefde kreeg, dacht ik: nu is het genoeg geweest.”

“Ik ben mensen zoals Julie tegengekomen, die me zo veel warmte en goedheid hebben gegeven dat ik er bijna in stikte.” Toch begint hij daardoor voor het eerst anders naar zichzelf te kijken. “Ik begreep dat ik niet alleen een dief was, en ook niet alleen een mishandeld kind. Ik mocht voor het leven kiezen, voor de liefde.”

“Ik mocht ook mijn stem laten horen.” Samen met schrijver Jean-Marc Turine en Julie Daliers heeft Chama zijn levensverhaal op papier gezet. Het boek draagt hij op aan Daliers. “Ze heeft mijn leven gered.”

Regisseur Fabrice Murgia brengt het verhaal nu ook naar het toneel. In het Théâtre National staat Chama zelf op de scène, geflankeerd door twee acteurs. Het boek en de voorstelling delen dezelfde titel: Je suis un voleur (“Ik ben een dief”).

De criminaliteit behoort intussen tot het verleden. Alleen in het verhaal dat hij nu met anderen deelt, leeft ze nog voort. Ook zijn tijd achter de tralies ligt achter hem. “Ik hou van mijn leven buiten de gevangenis. Ik hou zelfs van de momenten waarop ik huil. In de gevangenis heb ik geen enkele traan gelaten. Sinds ik vrij ben, heb ik nog nooit zoveel gehuild.”

Je suis un voleur van Loutfi Chama en Fabrice Murgia is van 3 tot 14/11 te zien in Théâtre National, theatrenational.be

View the original on Bruzz →

KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.