Van Spilliaert tot Horta: Brussel schittert in Parijs in overzichtsexpo 'Bruxelles 1900'

©
Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België / foto: J. Van Seghbroeck
| Fernand Khnopff, Liefkozingen (1896)
De groeiende interesse in Brusselse kunst gemaakt op het scharnierpunt van de negentiende en de twintigste eeuw, zoals van Leon Spilliaert en Jean Brusselmans, culmineert in een grote overzichtsexpo in het Parijse Petit Palais: Bruxelles 1900.
“Wat er in het Petit Palais komt, een dergelijk overzicht van Brusselse kunst gemaakt rond 1900, is ongezien”, zegt Davy Depelchin, conservator bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten (KMSKB) en cocurator van Bruxelles 1900 in Parijs. “In totaal zijn er liefst 250 topstukken te zien, waarvan drie vierde uit België komt.”
Je zou de expo kunnen zien als een wel bijzonder laat vervolg op het succes van de Belgische afdeling op de Wereldtentoonstelling van 1900 in het Grand Palais in Parijs. De bijna 150 schilderijen en beeldhouwwerken uit België oogstten toen grote bijval en bevestigden Brussel als een van de grote Europese artistieke centra.
“Maar de Brusselse kunst uit die periode heeft lang te weinig aandacht gekregen, zowel internationaal als in België zelf. Artiesten als Ensor en Spilliaert staan nu wel steeds vaker in de schijnwerpers, maar bijvoorbeeld Emile Claus en Théo Van Rysselberghe blijven nog te veel onder de radar.”
“Wij willen op dit Parijse podium eindelijk voluit uitpakken met de enorme veelzijdigheid en diversiteit van de kunst die in Brussel werd geproduceerd en vertoond, door Belgen en ook door bepaalde buitenlanders. Om een internationaal publiek te overtuigen, maar ook landgenoten zelf te herinneren aan de uitzonderlijke waarde van deze werken.”
©
KMSKB / foto: Photo d’art Speltdoorn & Fils, Bruxelles
| Theo Van Rysselberghe De wandeling (1901)
Buitelende stijlen
Depelchin wijst op een groot verschil tussen de kunstcirkels in het Brussel en het Parijs van toen. “Terwijl Parijs sterk op zichzelf gericht was, was Brussel al een echt cultureel kruispunt, waar heel veel verschillende invloeden samenkwamen. Zo waren veel Belgische kunstenaars anglofielen, die nauwe contacten koesterden met de Britse school en de Duitstalige wereld. Die open blik kenmerkt nog altijd de lokale kunstscene, wat haar ook internationaal veel interesse oplevert.”
De Parijse expo wordt een ware schatkamer, vol belangrijke schilderijen en sculpturen van meesters als Khnopff, Ensor, Boch, Spilliaert, Delville, Claus, Meunier en Lambeaux. Daarnaast zullen bezoekers onder meer sierobjecten en meubilair van Henry Van de Velde en Victor Horta kunnen bewonderen, en juwelen van Philippe Wolfers. De stijlen buitelen er over elkaar: van neo-impressionisme, pointillisme en luminisme tot naturisme, symbolisme en art nouveau.
Er gaat bijzondere aandacht naar vrouwelijke kunstenaars, zoals schilderes Anna Boch. “Zonder hen apart uit te lichten, is het evident voor ons dat zij in de expo hun plaats opeisen. Maar we willen specifiek de belangrijke rol van vrouwen in de toegepaste kunsten voor het voetlicht plaatsen. Zo maakte Juliette Wytsman prachtige art-nouveauboekbanden die het werk van veel mannen in de schaduw plaatsen. En we geven het monumentale borduurwerk van Hélène De Rudder, te vaak gezien als de ‘vrouw van’ kunstenaar Isidore De Rudder, eindelijk de aandacht die het verdient.
De tentoonstelling snijdt tal van maatschappelijke thema’s aan. In een aparte zaal worden bezoekers geconfronteerd met de schaduw van het koloniale regime van Leopold II. Belgische kunstenaars konden bijvoorbeeld verfijnde stukken vervaardigen in ivoor dankzij plunderingen die plaatsvonden in Congo.
Wij willen op dit Parijse podium uitpakken met de enorme diversiteit van de kunst die in Brussel werd geproduceerd en vertoond
Conservator bij de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en cocurator van ‘Bruxelles 1900’
Nood aan vertraging
De expo gaat ook in op sociale spanningen, die door kunstenaars als Constantin Meunier en Eugène Laermans in sprekende beelden werden gevat. “Die periode is het einde van een lang traject van ingrijpende maatschappelijke hervormingen en politieke revoluties, maar telt ook zware uitdagingen rond industriële vervuiling en geopolitieke problemen die kort daarna zouden leiden tot de Eerste Wereldoorlog”, zegt Depelchin, die parallellen ziet met vandaag. “Ook nu wordt de samenleving al een tijd door elkaar geschud, zodat er veel onrust is onder de bevolking. Met bijvoorbeeld straatprotesten in Frankrijk en België als gevolg.”
Zijn die parallellen met de turbulente wereld van vandaag een reden waarom we de kunstenaars van toen momenteel zo sterk waarderen? Volgens de hedendaagse Brusselse kunstenaar Michiko Van de Velde, van wie het werk dezer dagen in dialoog gaat met dat van Spilliaert in Villa Empain, ligt een deel van de aantrekkingskracht mogelijk in een nood aan vertraging en een “zoektocht naar zingeving door het nastreven van een schoonheid die als noodzakelijk wordt ervaren, te vinden in de subtiele details van het dagelijks leven”.
“De context is natuurlijk erg anders, maar in tijden van grote spanningen hebben veel mensen er nood aan om even stil te staan en te focussen, om zo te begrijpen wat er allemaal rondom gebeurt en te beseffen wat er belangrijk is”, zegt ze. “Vandaag leven veel mensen veelal in het verleden of in de toekomst en hebben ze moeite om in het nu te staan. Wat daarbij helpt, is om meer verbinding te krijgen met de natuur, iets wat ook toen veel kunstenaars bezighield, te merken aan de architecturale vormen en de landschapschilderijen uit die tijd.” Onder anderen Anna Boch en Emile Claus focusten vaak op het platteland, als een soort toevluchtsoord tegen de industrialisatie.
Die liefde voor het landschap herkent Van de Velde ook bij zichzelf. “Net zoals bij mij, zijn de landschappen van velen onder hen een boeiende mix van verbeelding, observaties en herinneringen. Het spreekt me ook aan dat ze ruimte laten voor mysterie, iets dat moeilijk uit te leggen of te benoemen is.”
Van de Velde voelt een bepaalde verbondenheid met Henry Van de Velde, deels omdat ze dezelfde familienaam delen. “Geen idee of we verre verwanten zijn, dat zou wel fijn zijn. (Lacht) Maar ik hou vooral van zijn experimentele spirit, die hem er ook toe aanzette om verschillende disciplines te combineren, zoals schilderkunst, design en architectuur. Ik heb zelf behalve schilderkunst ook grafisch ontwerp gestudeerd, en maakte een poëzieboek als afstudeerwerk. De grenzen tussen praktijken in vraag stellen is iets dat me aanspreekt.”
©
KBR
| James Ensor, België in de negentiende eeuw (1890/91)
Stille momenten
De grootste artistieke verwantschap voelt de Brusselse kunstenaar, bij wie natuurlijk licht en het verstrijken van de tijd centraal staan in haar werken, met Léon Spilliaert. “Enerzijds door de manier waarop hij licht en schaduw gebruikt om de aanwezigheid in een ruimte te versterken of om bepaalde vormen te creëren. In sommige zelfportretten is het alsof het licht zelf zijn gezicht boetseert.”
“Anderzijds door de manier waarop hij de aandacht vestigt op stille momenten, net zoals ik graag doe. Bij het observeren van zulke momenten, bijvoorbeeld het bewegen van het zonlicht over de muur, ervaar je werkelijk hoe de tijd verstrijkt. We vergeten te vaak aandacht te schenken aan zaken die alomtegenwoordig zijn.”
In Villa Empain toont Van de Velde zelf drie zeefdrukken van zonlicht dat om de tien minuten haar atelier binnenkwam. “Zo wil ik kijkers eraan herinneren dat we op een planeet leven die in beweging is. Bij het vergelijken van zonnestralen die om de tien minuten zijn vastgelegd, merk je hoe snel de aarde werkelijk draait.”
Als Belgisch-Japanse kunstenaar die een tijd in het VK studeerde, groeide ze op met aandacht voor de Belgische kunstenaars uit de periode rond 1900, maar merkte ze ook dat ze in het buitenland niet altijd even bekend waren als tijdgenoten uit andere landen. “Misschien heeft dat te maken met Belgische bescheidenheid of zelfs verlegenheid. Mooi dat expo’s hun nu meer internationale zichtbaarheid geven.”
In tijden van grote spanningen hebben veel mensen er nood aan om even stil te staan en te focussen
Michiko Van de Velde
Kunstenaar
Wel merkt ze vanuit haar achtergrond hoe de Belgische artiesten in die tijd bijzonder openstonden voor Japanse invloeden. “Het werd in die periode gemakkelijker om aan Japanse houtsneden, aardewerk of textiel te komen. Waardoor heel wat kunstenaars onder meer op een andere manier de ruimte begonnen weer te geven in de composities van hun schilderijen.” Onder anderen Ensor, Khnopff, Van Rysselberghe, Wouters, Spilliaert en Van de Velde sprongen snel op de kar van het ‘japonisme’ rond de eeuwwisseling.
“Die openheid merk je nog altijd sterk in Brussel, voor mij een prachtig voorbeeld van hoe je kunt omgaan met culturele diversiteit. Het feit dat er zoveel verschillende perspectieven aanwezig zijn om naar de dingen te kijken, is er zeker mee verantwoordelijk voor dat Brusselse kunstenaars, toen en nu, in het algemeen een speelse geest hebben en een experimentele houding aannemen. Brusselse artiesten zijn erg goed in het niet zomaar overnemen van andere culturele praktijken, maar in het inpassen van elementen na de nodige reflectie over de kennismaking.”
Dankzij de expo in Parijs zullen bezoekers van over de hele wereld aangestoken kunnen worden door die innovatieve instelling, maar cocurator Depelchin hoopt dat dit ook het begin is van meer.
“Dankzij dit project hebben we veel topwerken uit depots van onder het stof kunnen halen, bestuderen en restaureren”, geeft hij nog mee. “Ik hoop dat we daardoor nog veel bijkomende initiatieven kunnen opzetten. Er is ook zoveel te vertellen over de 19e eeuw, die een essentiële formatieve periode was, voor zowel de ontwikkeling van ons land als de kunstproductie in de 20e eeuw.”
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.