Girls in Hawaii laten hun hoelajurken weer wapperen: 'Walt Disney heeft ons gered'

©
Simon Vanrie
| Negen jaar na zijn album 'Nocturne' keert de Brusselse indierocktrots Girls in Hawaii terug met 'Eldorado'.
Na bijna tien jaar keert de Brusselse indierockband Girls in Hawaii terug met Eldorado, een album over verlies, twijfel en verandering, maar vooral over het herontdekken van het plezier in samen muziek maken.
Eeuwig jong blijven de Girls in Hawaii, of zo lijkt het toch. De twee frontmannen, Lionel Vancauwenberghe en Antoine Wielemans, stralen nog steeds die jongensachtige branie uit van verveelde tieners die de rafelige, weemoedige indierock van hun helden van Grandaddy en Pavement vertaalden naar hun slaapkamers in Braine-l’Alleud.
Met hun debuut From here to there gooiden de ingeweken Brusselaars 22 jaar geleden meteen hoge ogen, tot in de VS en Japan toe. Met de jaren werden de pauzes tussen de albums groter, en de tournees zeldzamer. Onheil trof de groep. Denis Wielemans, drummer en broer van Antoine, kwam om het leven in een auto-ongeluk. De groep zette de droefenis om in een majestueuze triomf op hun album Everest.
"Muziek kan tegelijk iets heel positiefs en intens zijn, maar ook gewoon werk dat je soms tegenstaat, dat je stress bezorgt, dat je moet doen omdat je nu eenmaal je brood moet verdienen"
Hun nieuwe album liet liefst negen jaar op zich wachten. “Het is echt verbazend om te beseffen dat er zoveel tijd is verstreken”, zegt Lionel Vancauwenberghe.
“Als je op je 25e muziek maakt, ben je onvermoeibaar”, pikt Wielemans in. “Je gaat voortdurend uit, slaapt weinig en bent altijd bezig. Naarmate je ouder wordt, moet je je energie wat beter leren doseren en jezelf beter in de hand houden. En gelukkig hebben we een trouw publiek, dat ons blijft volgen ondanks de lange pauzes.”
“Listen to your heartbeat, and feel your soul”, luiden de eerste woorden op jullie plaat. Het lijkt wel een mission statement: hier zijn we, we leven nog.
Antoine Wielemans: Met deze plaat wilden we opnieuw iets van de oorspronkelijke, bijna primaire band met muziek terugvinden. Toen ik twaalf was en voor het eerst Nirvana ontdekte, wat deed dat met mij? Wat betekent het eigenlijk om muziek ook lichamelijk te ervaren?
Door ouder te worden, denk ik daar steeds vaker over na. Ik praat er ook vaak over met vrienden die geen muzikanten zijn. Ik vraag me af welke plaats muziek vandaag nog in hun leven inneemt. Als ze naar een concert gaan of een nieuwe plaat ontdekken, zijn er dan nog dingen die hen even sterk raken?
©
Simon Vanrie
En?
Wielemans: Als tieners en jonge twintigers was muziek ons hele leven. Ik ervaar nog altijd emoties door muziek, maar ik weet dat ze niet meer dezelfde intensiteit hebben als toen. Op een bepaald moment vroeg ik me af: heeft het nog zin om muzikant te zijn en muziek te maken als muziek niet meer dezelfde impact heeft als vroeger?
Muziek kan tegelijk iets heel positiefs en intens zijn, maar ook gewoon werk dat je soms tegenstaat, dat je stress bezorgt, dat je moet doen omdat je nu eenmaal je brood moet verdienen. Dat is het verschil tussen een pure passie en iets wat uiteindelijk je beroep wordt.
Op onze vorige albums hadden we een producer nodig voor nieuwe impulsen. Voor dit album wilden we opnieuw met ons tweeën werken, zoals in het begin: thuis, dichter op de muziek, zelf zoveel mogelijk in handen nemen. Op Eldorado hebben we weer het plezier, de energie en iets van die oorspronkelijke, bijna primaire verbondenheid met muziek teruggevonden.
Jullie waren lang weg. Hoe hard klopte het hart van Girls in Hawaii nog?
Lionel Vancauwenberghe: Na Nocturne, onze vorige plaat, en de bijbehorende tournee waren we op een bepaald punt verzadigd geraakt. De sfeer tussen ons was soms wat gespannen. Maar de magie is er nog altijd, anders waren we er waarschijnlijk al lang mee gestopt. Muzikant zijn is bijzonder omdat het alleen werkt wanneer er enthousiasme en goesting zijn. Je kunt soms enorm hard werken en toch niets bereiken. Dat is mentaal zwaar.
Wielemans: Na Nocturne heb ik in mijn eentje een Franstalige plaat gemaakt. Dat deed me enorm veel goed. Ik ontdekte dat ik opnieuw enthousiasme voelde. Het ging dus niet alleen om ouder worden: soms heb je verandering en vernieuwing nodig.
Als je twintig jaar lang hetzelfde doet met dezelfde mensen, ontstaat er op een bepaald moment toch een soort slijtage. Een soloalbum maken was bevrijdend omdat ik alles zelf kon beslissen, maar ik ontdekte ook dat het soms minder rijk is dan samen met iemand werken. Daardoor kreeg ik opnieuw veel zin om een album met Girls in Hawaii te maken.
Een van de redenen waarom de band zo lang meegaat, is dat we ons na elke plaat echt veroorloofden om Girls in Hawaii stil te leggen. Tijd die we invullen met iets totaal anders. Ik doe bijvoorbeeld veel instrumentenbouw en -restauratie. Een tijdlang werkte ik in een muziekwinkel waar ik instrumenten herstelde en afstelde. Ik doe ook veel schrijnwerk, ik werk graag met mijn handen. Lio heeft dan weer veel muziek voor films gemaakt. Hij heeft ook veel samengewerkt met zijn vriendin, die theaterregisseur is. Die verandering doet deugd.
"Het is altijd een beetje vissen naar iets zonder precies te weten wat je zult vangen. Soms heb je meteen beet, maar soms word je helemaal gek van het wachten"
Lionel Vancauwenberghe
Vier jaar geleden overleed jullie manager Pierre Van Braekel. Was dat een impuls om weer samen te komen?
Wielemans: Pierre was veel meer dan een manager. Hij heeft de groep mee opgericht en was onze vijfde Beatle. Hij hielp ons bij ons eerste concert, onze eerste opname en ons eerste interview. Hij bleef zijn hele leven in Girls in Hawaii geloven, ook wanneer wij het zelf even niet meer zagen zitten.
Bijna twintig jaar lang kregen we vrijwel dagelijks een mailtje of telefoontje van hem. De dag voor zijn overlijden stond hij nog met ons op een festival. We konden bij hem alles kwijt. Als ik zei: ‘Ik ben het beu, het lukt niet meer’, dan zei hij: ‘Kom, we gaan een koffie drinken.’
Vancauwenberghe: Hij was een soort boksbal. (Lacht)
Wielemans: We botsten ook vaak over artistieke keuzes. Kort voor zijn dood wilde hij dat we de twintigste verjaardag van ons debuut zouden vieren met concerten waarop we het album integraal speelden. Dat zagen we niet zitten. We wilden niet de indruk wekken dat de band voorbij was.
Toen hij overleed, vertelde Kurt Overbergh van de AB dat hij met Pierre al vergaderingen had gehad over die concerten en vroeg of we ermee wilden doorgaan. Plots kreeg het voor ons wel betekenis. We hebben het gedaan, en uiteindelijk werd het een heel belangrijk en bijzonder mooi moment om die twintig jaar samen te vieren.
Spelplezier is één ding, inspiratie een ander, zoals jullie in jullie nummer ‘Goddess’ aangegeven. Is de muze jullie nog goed gezind?
Vancauwenberghe: Het is altijd een beetje vissen naar iets zonder precies te weten wat je zult vangen. Soms heb je meteen beet, maar soms word je helemaal gek van het wachten. Inspiratie heeft een enorme invloed op je humeur. Als je niet kunt creëren, lijden de mensen rond je daar soms onder. We proberen van alles. Soms wordt het bijna bijgelovig: je moet iets vinden dat je uit je dagelijkse leven haalt.
Wielemans: We hebben fases gehad waarin we ook een beroep deden op mensen die met energieën werkten. We legden dan stenen op ons bureau. (Lacht) Wat doe je als je voor een blanco pagina zit? Een psycholoog wees me ooit op de methode van Walt Disney: eerst ideeën maken zonder ze te beoordelen, en pas veel later beslissen welke goed zijn. Ik ben dat gaan toepassen. Elke dag twee of drie uur muziek maken, alles bewaren en vooral niets beoordelen. Een of twee maanden later luister je opnieuw. Dan hoor je veel duidelijker wat goed is.
De voorbije twee jaar dronken Lio en ik elke ochtend samen koffie nadat we onze kinderen naar school hadden gebracht. We bespraken wat we die dag gingen doen en daarna gingen we elk naar huis. We wonen op ongeveer tweehonderd meter van elkaar in Sint-Gillis. We werken afzonderlijk en sturen elkaar onze nummers. Vaak is Lio een soort coach voor mijn nummers en ik voor die van hem.
©
Simon Vanrie
Is dat wat jullie drijft, die zoektocht naar jullie Eldorado, zoals jullie plaat ook heet?
Wielemans: Ik denk dat we geleerd hebben om minder te lijden en onszelf minder te veroordelen tijdens het zoeken. Vandaag trek ik er twee of drie uur voor uit. Als ik klaar ben, sluit ik mijn computer en ga ik mijn dochter van school halen. Tegelijk wordt al dat zoeken, maandenlang, uiteindelijk gerechtvaardigd door dat ene magische moment waarop je iets vindt. Dat moment waarop je denkt: ‘Ja, dit is het.’ Dat is de beste drug die er bestaat.
Vancauwenberghe: Het is het beste gevoel ter wereld. Het is alsof je jezelf even van buitenaf ziet, en voor één keer door een wat positievere bril bekijkt.
Wielemans: Het is een gek gevoel om door een park te wandelen en in je oortjes naar je eigen muziek te luisteren, en daarvan te genieten.
Vancauwenberghe: Alsof het door iemand anders gemaakt is.
Wielemans: Dat is wat voor ons bepaalt of we een nummer houden: als je het tien keer na elkaar kunt opzetten, een week lang, en nog altijd echt een beetje fan bent van wat je hebt gemaakt.
Vancauwenberghe: Eldorado gaat over een verlangen dat je nooit helemaal kunt vervullen. Bij elke song die we maken, hebben we het gevoel dat we er iets dichter bij komen. Ergens hoop je zelfs dat je nooit helemaal aankomt, want daardoor kan het blijven doorgaan. Zeker in de wereld van vandaag is het idee van totale vervulling ook vermoeiend. Alsof al je verlangens voortdurend binnen handbereik moeten zijn.
Wielemans: We leven in een scrollmaatschappij waarin we voortdurend op onze wenken worden bediend, telkens opnieuw, om de paar seconden. Dat maakt je uiteindelijk gek. Wij zitten zelf ook constant op onze telefoon. Juist daarom geeft het veel meer betekenis om drie jaar van je leven te wijden aan een doel dat nog ver weg ligt: tien nummers maken, ze op een plaat zetten en ervoor zorgen dat mensen er uiteindelijk naar kunnen luisteren.
Op From here to there stond een citaat van de kunstenares Jenny Holzer: “Being sure of yourself means you are a fool.” Geldt dat 23 jaar later nog steeds?
Wielemans: We hadden die zin elke dag opnieuw moeten lezen toen we aan onze tweede plaat begonnen. (Lacht) Dan hadden we misschien niet zo geworsteld met twijfel en een gebrek aan zelfvertrouwen. Dat is iets wat ons altijd parten heeft gespeeld. Tegelijk denk ik dat het ook is wat het leven, en zeker artistieke dingen, mooi maakt. Het zijn vaak de mensen die iets artistieks maken en niet meteen tevreden zijn, die iets nastreven wat voor hen net iets hoger, ambitieuzer of bijna onbereikbaar ligt. En die er daardoor moeite mee hebben om het te bereiken. Twijfel maakt integraal deel uit van het creatieve proces, maar te veel twijfel kan de creativiteit ook verstikken. Dat is eigenlijk de vraag waar we al 25 jaar mee bezig zijn. En we zijn niet de enigen. Uit de biografie van Thom Yorke van Radiohead heb ik begrepen dat hij óók een enorme twijfelaar is.
Net als bij Radiohead is melancholie altijd een belangrijk deel geweest van Girls in Hawaii. Ondanks jullie naam schijnt de zon niet in jullie liedjes.
Wielemans: Toen ik tiener was, hielp muziek me om me beter te voelen wanneer het even niet goed met me ging. Dat is altijd gebleven. Het is een deel van onze taal geworden: er zit een zekere melancholie en droefheid in onze muziek, ook al zijn we zelf niet per se zulke sombere mensen.
Ik hoor desondanks wat meer groove in songs, in ‘Angles’ zit zelfs koper. Ik las dat jullie naar Ethiopische muziek hebben geluisterd.
Vancauwenberghe: Klopt. Over het algemeen zitten we nogal strak op de grid. Voor Girls in Hawaii is inhaken op een groove en vrij inkleuren wat moeilijker. Mensen sluiten hun ogen en duiken in ons universum, maar dansen zullen ze niet snel doen. (Lacht)
Wielemans: Het is ongelofelijk om soul- en funkmuzikanten te zien spelen. Daar hebben wij bleekscheten het toch moeilijk mee. Het is een beetje zoals wanneer je ervan droomt om vrijuit te kunnen dansen. Je ziet mensen op feestjes die dat helemaal vanzelf lijken te doen, terwijl je dat zelf nooit echt hebt gekund. Je hebt altijd het gevoel dat iedereen naar je kijkt, dat je onhandig en houterig bent en dat je vijf biertjes nodig hebt om een beetje te durven dansen. Voor ons is het juist leuk om daarvan te dromen, bepaalde elementen eruit te halen en ermee te experimenteren. We proberen er iets van te maken, maar het werkt nooit helemaal zoals bij die muziek die we bewonderen. En juist daardoor ontstaat er weer iets anders.
In december staan jullie twee keer in de AB. Toen jullie daar in 2004 voor het eerst optraden, vond de geluidstechnicus dat jullie zongen als ‘vogeltjes’. Krijgen jullie nog steeds opmerkingen over jullie fragiele stemmen?
Wielemans: We hebben nu onze eigen technici. (Grijnst)
Vancauwenberghe: Dat fragiele is deel van ons geluid. Natuurlijk zou ik soms graag kunnen zingen zoals Freddie Mercury of Céline Dion. Maar als we die kwetsbaarheid zouden verliezen, zouden we ook iets van onze eigen identiteit verliezen.
Tot slot: is Brussel een Eldorado voor kunstenaars?
Wielemans: Wij hebben al lang onze plek in de scene, maar voor jonge muzikanten wordt het er niet makkelijker op.
Vancauwenberghe: Veel plekken sluiten en er is duidelijk minder publieke investeringsruimte. Dat is na corona nog sterker geworden.
Wielemans: Tussen 2000 en 2010 hebben we in België gouden jaren meegemaakt. Er waren enorm veel bands, veel podia en festivals, lokale scenes versterkten elkaar. Vandaag komt muziek veel meer via streamingplatforms en algoritmes. Je kunt veel luisteraars hebben, maar die zitten overal ter wereld: 25 in Australië, 25 in Canada, enzovoort. Dat maakt het moeilijker om een lokale scene en een lokale muziekeconomie op te bouwen. Een groep met vijf of zes muzikanten zou vandaag economisch bijna niet meer haalbaar zijn.
Eldorado komt uit op 25/9, Girls in Hawaii speelt op 24/9 op de Capitane Night in Magasin 4, magasin4.be, en op 15 en 16/12 in de Ancienne Belgique, abconcerts.be
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.