Sommige noordelijke gemeenten verloren afgelopen jaren tientallen bushaltes

Dat blijkt uit een ANP-analyse van haltedata van het Samenwerkingsverband van decentrale ov-autoriteiten. Eind september telde Nederland 39.525 actieve bushaltes. In 2020 waren dat er nog 40.704. In ongeveer de helft van de gemeenten stonden minder bushaltes dan zes jaar eerder. Uit sommige gemeenten kwam geen data.
Noordelijke provincies de klos
In de gemeente Midden-Drenthe gingen er in zes jaar tijd 51 haltes verloren. In het Groningse Oldambt maar liefst 75. Ook in de gemeenten Groningen (85) en Leeuwarden (72) ging het om tientallen haltes.
Ook in omliggende gemeenten liep het aantal soms flink terug, zoals in Noardeast-Fryslân (47), het Drentse Aa en Hunze (43), het Friese Ooststellingwerf (35) en Groningse Westerwolde (48).
Soms toename
Flevoland, Overijssel en Limburg zijn de enige provincies waar het totaalaantal haltes toenam. Ook tussen gemeenten zijn de verschillen groot. West Maas en Waal in Gelderland verloor meer dan de helft van haar bushaltes, terwijl in de kleine Limburgse gemeente Mook en Middelaar het aantal haltes ruim verdubbelde. In Helmond (Noord-Brabant), Hoeksche Waard (Zuid-Holland) en Purmerend (Noord-Holland) nam het aantal ook flink toe.
Bezuinigingen
Volgens Paul van de Coevering, lector mobiliteit en stedelijke ontwikkeling aan Breda University of Applied Sciences (BUas), is het teruglopende aantal haltes een ontwikkeling die al langer gaande is.
Het openbaar vervoer heeft volgens hem sinds de jaren 2000 te maken gehad met bezuinigingen en buslijnen zijn efficiënter ingericht. "Lijnen worden steeds vaker gestrekt. De bus rijdt dan niet meer door een klein dorp, maar erlangs." Het openbaar vervoer wordt door deze ontwikkeling minder inclusief; mensen moeten verder lopen en zijn afhankelijker van de fiets of auto.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.