The Jerusalem PostSenior Israeli official: Settler violence harming Israel, Syria security deal attempt failedוואלההרקע נבדק: בן 70 נמצא ללא רוח חיים בביתו ביבנהESPNRoundtable: Who will win the national title?ESPN DeportesSuspenden licencia de conducir a Tiger WoodsInquirer EntertainmentBINI’s ‘A Parallel World’ gets 2 million streams ahead of ‘Forgotten Island’ releaseRTP DesportoMatthew Brennan consegue terceira vitória ao impor-se na 11.ª etapaBollywood HungamaHrithik Roshan leases Mumbai office space for Rs. 4.84 crores; actor rents 2,727 sq. ft. property to QuantumX globalThe South AfricanWEATHER: Thundershowers to hit parts of South AfricaScreen RantHBO's 'American Downton Abbey' Officially Returns In 2 MonthsDeadlineBlack Bear Lands Greta Lee Starrer ‘Jonah’; Director Danya Taymor Reteaming With Rachel Bonds On Adaptation Of Her Off-Broadway PlayThe Hollywood ReporterNorman Lear Awards to Honor ‘Abbott Elementary,’ ‘The Morning Show,’ ‘Grey’s Anatomy’ and More (Exclusive)MeduzaВ атаке дронов на аэропорт Лейпцига подозревают уроженца России с латвийским паспортом и белоруса с российским паспортом
The Daily Newsstand · Free, Always
Wednesday, September 2, 2026

Minister De Smedt: ‘Zuhal Demir provoceert onnodig'

Translate

©

Ivan Put

| Brussels minister van Begroting en Financiën Dirk De Smedt (Anders), die in de VGC bevoegd is voor Nederlandstalig onderwijs.

Brussels minister Dirk De Smedt (Anders) begint aan een schooljaar waarin hij de Nederlandstalige scholen meer ruimte wil geven om antwoorden te bieden op uitdagingen rond Nederlands, AI en onderwijskwaliteit. Daarmee zet de liberaal zich af tegen Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). “Zij provoceert onnodig.”

Sinds eind vorig jaar waakt minister Dirk De Smedt (Anders) over de centen in de Brusselse regering en is hij in de Vlaamse Gemeenschapscommissie onder meer bevoegd voor Nederlandstalig onderwijs. Toch is van rondslingerende begrotingstabellen of dossierstapels op zijn kantoor geen sprake.

In de blauwe sofa liggen wel pluchen diertjes die kleuters vertrouwd moeten maken met emoties. De Smedt laat ze uittesten voordat ze straks mogelijk in kinderhanden terechtkomen. “Ik heb de box helemaal doorgenomen. Ik verplaats mij dagelijks nog in het bewustzijn van kinderen.”

Boven een Eames-loungestoel hangen twee gitaren aan de muur, met op de achtergrond een panoramisch uitzicht over Brussel. Aan de andere kant van het kantoor prijkt een kamerbrede reproductie van Nighthawks van Edward Hopper. “Op mijn zeventiende heb ik dit werk voor het eerst gezien in Madrid. Het heeft mij sindsdien niet meer losgelaten.”

Zeventien: het is ook de leeftijd van De Smedts oudste zoon, die dinsdag samen met zo’n 54.000 andere ketjes een nieuw schooljaar aftrapt in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Dat onderwijs blijft bijzonder aantrekkelijk, maar kampt tegelijk met aanslepende uitdagingen: het lerarentekort, schoolverzuim en de gebrekkige kennis van het Nederlands. “Meertaligheid bestaat en moet omarmd worden, maar meertaligheid mag niet resulteren in taalarmoede.”

U bent binnenkort een jaar aan de slag als minister. Wat is u in die periode opgevallen aan het Nederlandstalig onderwijs in Brussel?

Dirk De Smedt: Ik heb vooral veel geluisterd naar de expertise in de scholen. Ik wil benadrukken dat we fier mogen zijn op het schoolapparaat dat de voorbije decennia is uitgebouwd. Maar schoolteams en ook leerlingen geven verschillende uitdagingen aan. Die zullen niemand verrassen.

Vertel.

De Smedt: Ten eerste: het gebrek aan taalvaardigheid. Dat heeft een impact op het hele schooltraject. De voorbije tien jaar is het aandeel Nederlandstalige ouders met tien procent achteruitgegaan. Taalvaardig lesgeven is dus een absolute prioriteit. Ten tweede: de specifieke problemen die gepaard gaan met armoede en de grootstedelijke context. Ten derde: de kwaliteit van het onderwijs, die lichtjes achteruitgaat. En dan een aantal zaken zoals de administratieve rompslomp en het respect voor leerkrachten dat onder druk staat. De mate waarin die problematieken vandaag nog steeds leven, heeft mij verrast.

Het zijn uitdagingen die al lang benoemd worden. Zijn er dan verkeerde keuzes gemaakt in het verleden om ze aan te pakken?

De Smedt: Er is onvoldoende op geanticipeerd. Iedereen brengt hetzelfde verhaal met dezelfde uitdagingen, maar de politiek heeft in het verleden vaak gewacht met handelen tot problemen geëscaleerd zijn.

Hoe probeert u het anders te doen?

De Smedt: Door mijn oor te luisteren te leggen en sneller te antwoorden op signalen uit het onderwijsveld. De trage politieke besluitvorming mogen we niet meer aanvaarden. Daar wil ik komaf mee maken.

“Ik moet mij inschrijven in de Vlaamse onderwijsfilosofie, maar die staat vaak haaks op de manier waarop ik aan beleid doe” 

Een van de paradepaardjes van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) is streven naar kennis en excellentie. Deelt u haar visie?

De Smedt: Aandacht voor kennis is belangrijk, maar de slinger mag niet doorslaan. Onderwijs hoeft geen jojo te zijn. Ook het beleid rond welbevinden moet stabiel zijn en mag niet lijden onder beleidsmakers die met sturm und drang hun visie door de strot van schoolteams rammen. Er zit voldoende onderwijsexpertise in de schoolteams. Geef die mensen de hefbomen en heb aandacht voor hun noden. Ik twijfel er niet aan dat overal in Vlaanderen en Brussel de focus al op kennis ligt. Maar de vraag is: is er ondertussen niet elders verlies geboekt omdat de kennisslinger is doorgeslagen?

Het hangt ook van school tot school af. Voor veel jongeren met een moeilijke thuisachtergrond kan streven naar excellentie bijzaak zijn.

De Smedt: En er zijn natuurlijk cognitieve verschillen en andere factoren. Ieder kind heeft talenten en het is aan het onderwijssysteem om die talenten te ontwikkelen. Dat is een genuanceerd verhaal. Het beleid biedt kaders met minimumdoelstellingen aan, maar de mate waarin scholen zelf accenten leggen, is een keuze van leerkrachten en schoolteams. Ik ga niet enkel de trom roeren voor kennis, kennis en nog eens kennis. Het is een en-en-en-verhaal.

U zet bijvoorbeeld wel in op extra wiskunde-ondersteuning voor leerkrachten.

De Smedt: De VGC moet zorgen voor ondersteuning. Dat betekent: beleid voeren om expertise te ontwikkelen. Er is een duidelijk signaal gekomen, onder meer via de PISA-testen, dat het wiskundeniveau daalt. Ik wil snel antwoorden op die signalen en heb onmiddellijk expertisepakketten laten ontwikkelen en in een zestal scholen uitgerold.

Hoe ziet dat er concreet uit?

De Smedt: De kwaliteit van het wiskundeonderwijs versterken. De klaspraktijk gericht ondersteunen is historisch succesvol gebleken. Daar spelen wij een rol. Extra lesmomenten organiseren, is een verantwoordelijkheid van de scholen zelf.

Dirk De Smedt (Anders)

©

Ivan Put

| Dirk De Smedt (Anders): “Er zit voldoende onderwijsexpertise in de schoolteams. Geef die mensen de hefbomen en heb aandacht voor hun noden.”

Daarnaast blijft de kennis van het Nederlands bij veel leerlingen ondermaats.

De Smedt: We hebben met het OCB (Onderwijscentrum Brussel) een lange traditie van de bevordering van Nederlandse taalvaardigheden. Daar blijven we op inzetten. Onze taalexpertenondersteuning is breder uitgerold en via het Huis van het Nederlands hebben we sinds kort meer aandacht voor de taalkennis van ouders, die uiteindelijk ook de regie hebben over hoe ze hun kinderen opvoeden.

Er is ook meer oog voor de integratie van taalrijkdom in activiteiten van sportclubs, gemeenschapscentra, bibliotheken en zorgverstrekking. Het gaat erg breed, maar telkens met hetzelfde idee: onze taal dieper verankeren. Met succes, want Brussel telt jaar na jaar meer Nederlandskundigen. Daarnaast is er natuurlijk de implementatie van het Vlaams beleid, met de drie extra lesuren Nederlands.

Er zijn dus genoeg hefbomen voor ouders en schoolteams. Ik treed op als facilitator en ik maak mij geen illusies: het is niet de minister die het succes van het Nederlandstalig onderwijs zal bepalen, maar wel diegenen die de regie over de ontwikkeling van kinderen hebben.

U wil veel ruimte laten aan scholen, zo lijkt het.

De Smedt: Absoluut. De ruimte laten aan creativiteit en innovatie, met durf voor experiment, vanuit de fail-fastlogica. En opnieuw: wij pikken dan de signalen op, en moeten daarop antwoorden met een breed aanbod, dat permanent geëvalueerd moet worden in functie van het terrein.

Uw voorganger, Sven Gatz, maakte een speerpunt van meertaligheid. Daar hoor ik u minder over. Wil u die lijn niet voortzetten?

De Smedt: Meertaligheid bestaat en moet omarmd worden, maar meertaligheid mag niet resulteren in taalarmoede. Al onze ketjes spreken verschillende talen, maar dat betekent niet dat hun taalvaardigheid rijk is. Dus ja, de keuze voor Nederlands als instructie- en onderwijstaal moet duidelijk zijn. Dat is in lijn met mijn voorganger, hoor.

“Het is zorgwekkend: we vertrouwen onze kinderen aan leerkrachten toe, maar we laten het na om die leerkrachten de nodige beleidsmatige en maatschappelijke erkenning te geven”

Dirk De Smedt (Anders)

U raakte de drie extra lesuren Nederlands al aan voor leerlingen die bij de overgang naar het secundair onderwijs de minimumdoelen Nederlands niet halen. Volgens de topman van het Gemeenschapsonderwijs dreigen er zo nog meer leerkrachten Nederlands te vertrekken uit Brussel.

De Smedt: Dat is een terechte bezorgdheid. Die drie extra lesuren gaan gepaard met een ongelooflijke organisatorische uitdaging. Beleidsmatig heeft Vlaanderen dit niet goed voorbereid. We weten niet goed welke kinderen in welke middelbare school met welk niveau beland zijn. Dat is slecht in kaart gebracht.

En inderdaad: er dreigen leerkrachten de overstap te maken naar Vlaanderen, omdat de nood aan leerkrachten Nederlands daar groeit. Men heeft beleid ontwikkeld, waar ik voor alle duidelijkheid achter sta, maar te weinig oog gehad voor de risicofactoren. Goed, op zes jaar tijd is ongeveer zeventig procent van het lerarentekort in Brussel weggewerkt. We zitten aan een tekort van een 140-tal leerkrachten.

Dat blijft een hoog cijfer.

De Smedt: 140 op 6.000 leerkrachten in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, dat is een absenteïsmegraad die vergelijkbaar is met een hoop andere sectoren. We zitten niet meer met een permanent tekort van drie- of vierhonderd leerkrachten. Ik hoop dat de hogere nood aan leerkrachten Nederlands in Vlaanderen ons in Brussel niet terug katapulteert naar die cijfers.

Ondertussen zegt minister Demir dat er geen Brusselpremie komt om leraren warm te maken voor een job in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel.

De Smedt: Dat is volharden in de boosheid en ik kan dat standpunt niet aanvaarden zolang het loopbaandebat niet rond is. Er heerst vandaag totale onduidelijkheid over de verloning, het statuut en de erkenning van leerkrachten. Het is zorgwekkend: we vertrouwen onze kinderen aan leerkrachten toe, maar we laten het na om die leerkrachten de nodige beleidsmatige en maatschappelijke erkenning te geven. Ook directeurs stappen trouwens steeds vaker op.

‘Volharden in de boosheid’, zegt u. Leg eens uit?

De Smedt: Ik vind het niet verstandig om die Brusselpremie van tafel te vegen terwijl de bredere discussie over het beleidskader, namelijk hoe we de loopbaan van leerkrachten organiseren, niet voeren. Demir provoceert onnodig. Ze had ook perfect kunnen zeggen dat de discussie over het loopbaandebat – jammer genoeg al te lang – nog loopt. Maar nee, ze veegt de Brusselpremie al van tafel.

Heeft haar partij te weinig oog voor Brussel?

De Smedt: Dat gevoel heb ik zeer zeker. Er is heel weinig dialoog en betrokkenheid bij beleidsvoorbereiding. Ik moet het Vlaams beleid zo efficiënt mogelijk vertalen in Brussel, maar als ik last minute word geïnformeerd over beleidsimplementatie, dan is dat moeilijk werken.

Denkt u dat dat doelbewust is?

De Smedt: Er heerst in Vlaanderen een gebrek aan affiniteit met die Brusselse context. Een voorbeeld. De uitrol van het taalexpertentraject, waarvan ik een absolute voorstander ben, heeft veel vertraging opgelopen omdat Vlaanderen na een lange omweg voor het OCB heeft gekozen als partner. Ja, al dat overleg en al die vergaderingen waren natuurlijk niet nodig geweest, want het OCB was van het begin af aan de logische partner voor dat project. Ik moet mij inschrijven in de Vlaamse onderwijsfilosofie, maar die staat vaak haaks op de manier waarop ik aan beleid doe.

Dirk De Smedt

©

Ivan Put

| Dirk De Smedt: “Zuhal Demir volhardt in de boosheid.”

Wat denkt u van AI op school?

De Smedt: AI biedt ongelooflijke kansen. Kijk: elke leerling gebruikt AI. Iedereen. Mijn bezorgdheid is dat heel veel leerkrachten AI niet gebruiken. Wij moeten dat gebruik stimuleren, maar wel binnen de nodige kaders. Dat neemt niet weg dat ik de bezorgdheid bij ouders begrijp, maar opnieuw: Vlaanderen gaat te traag. Het lijkt erop dat ze nu de spoorwegen voor AI aanleggen en er over een paar jaar misschien een trein over rijdt. Die tijd hebben we niet.

Wat doet u dan?

De Smedt: Ik heb aan de VUB en de ULB gevraagd om in samenwerking met zes Nederlandstalige en zes Franstalige scholen én de lerarenopleiding AI-ondersteund leren te ontwikkelen. We willen inzicht krijgen in de waarde van AI, maar bijvoorbeeld ook nagaan hoe we leraren kunnen verlichten van administratieve taken via AI en hen kunnen versterken bij lesvoorbereidingen.

Voor leerlingen kan het wel voor afstand, minder motivatie en luiheid zorgen.

De Smedt: Ik ben het daar niet mee eens. AI gaat onze menselijke kwaliteiten op het vlak van kennis, creativiteit en innovatie niet vervangen. De stoomlocomotief heeft arbeidskrachten ook niet overbodig gemaakt. De vraag is: hoe en wanneer zetten we AI in? In functie van welke taken?

Zeg het maar.

De Smedt: Kijk nu naar functies in wiskunde. Met AI kan je elke functie die leerlingen oplossen grafisch voorstellen. Sommige leerlingen zijn algebraïsch sterker, anderen visueel sterker. AI kan dus een kloof wegwerken. Maar vandaag is er een gebrek aan een deftig ontwikkelingskader, waardoor je een soort wildwest creëert waarbij een vaardige leerling automatisch succesvoller is. AI staat nog in zijn kinderschoenen. Het zou ongelooflijk onverstandig zijn om daar vandaag geen plaats voor te maken. En het is eigenlijk al te laat. We lopen vandaag al achter de feiten aan, want iedereen maakt vandaag gebruik van AI.

“Als je schooluitval als maatschappij toelaat, geef je het signaal dat je jongeren opgeeft”

Dirk De Smedt (Anders)

Iets helemaal anders: schoolverzuim. Hoe groot is dat probleem vandaag in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel?

De Smedt: Gigantisch groot. In de hogere secundaire jaren gaat het om 17,6 procent. Wat ik heb vastgesteld, is dat de initiatieven om schoolverzuim op tijd te detecteren erg versnipperd waren. Nu heeft één vzw het heft in handen genomen, waardoor alle scholen makkelijker meegenomen worden in het project.

Er zijn initiatieven binnen en buiten de scholen, en in die projecten steken we dit schooljaar in totaal bijna 2,5 miljoen euro. Het gaat over preventie, herstelgericht werken, ouderbetrokkenheid, integratie bij bijvoorbeeld Groot Eiland en de expertise van welzijnsactoren. Het budget is verdubbeld, dankzij een grote inspanning vanuit het Brussels Gewest. Daar heb ik als minister van Begroting hard voor geijverd.

Dan rijst de vraag: waarom nu pas?

De Smedt: De problematiek groeit. Als je schooluitval als maatschappij toelaat, geef je het signaal dat je jongeren opgeeft. Dat opent de deur voor problematisch gedrag. Als de verankering in scholen doorbroken wordt, moet je de brug naar scholen voor jongeren weer openen.

U heeft nog drie schooljaren voor de boeg als minister. Wat is uw absolute prioriteit als het gaat over Nederlandstalig onderwijs in Brussel?

De Smedt: Onderwijskwaliteit. Leerlingen moeten leerbereid zijn. Ze mogen niet met honger in de klas zitten. Hun leerkrachten moeten over modern pedagogisch materiaal beschikken, en daarbij is AI een hefboom. Hun leeromgeving moet kwalitatief zijn. Dat betekent investeren in schoolrenovaties.

Maar onderwijskwaliteit gaat ook over de erkenning van leerkrachten zodat ze gemotiveerd zijn en hun tijd maximaal kunnen inzetten op kennisoverdracht. Het gaat ook over de betrokkenheid van de ouders. En we moeten aandacht blijven hebben voor het totaalpakket, voor het N-netwerk, met het sport-, zorg- en cultuuraanbod. Want onderwijs is altijd de kern geweest van het succes van de Vlaamse gemeenschap in Brussel. Dat mogen we niet vergeten.

View the original on Bruzz

KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.