Luckas Vander Taelen over de tandem Dilliès-Moinil: 'Een politiek wonder'

Het heeft er alle schijn van dat 46 schoten op een pleintje in Sint-Gillis een ware ommeslag hebben veroorzaakt bij de Brusselse politici. Bezoekers van de pizzeria moesten onder hun tafels dekking zoeken. Veel is niet nodig om zich in te beelden hoe slecht dit had kunnen aflopen.
Meer nog dan de beschieting van een politiekantoor een paar dagen eerder heeft dit moment ervoor gezorgd dat de bestuurders van Gewest en gemeenten eindelijk lijken te beseffen dat het echt tijd is om de groeiende onveiligheid aan te pakken. Geen Brusselse politicus wil onschuldige burgerslachtoffers op zijn geweten hebben.
Minister-president Boris Dilliès (MR) riep de Veiligheidsraad samen, een ietwat megalomane benaming voor een overbemande vergadering van de negentien burgemeesters, de korpschefs van de politiezones en nog wat volk. Ook de minister van Binnenlandse Zaken en Justitie schoven mee aan.
En kijk, waar een fait divers, zoals Freddy Thielemans zaliger gezegd zou hebben, kan toe leiden: een politiek mirakel. Plots was er zelfs geen discussie meer over het nut van een eengemaakte zone. Die komt er nu onder leiding van een 'Gold Commander'. Als burgers moeten wegduiken voor kogels, willen de burgemeesters er blijkbaar niet meer van beschuldigd worden om, zoals ze gewoon zijn, hun eigen belang boven het algemene te plaatsen.
Verdwaalde kogel
De negentien wisten ook wel dat procureur Julien Moinil vrijdag een persconferentie zou geven. Moinil is niet bepaald een man die moeilijke waarheden uit de weg gaat. Hij leeft al meer dan een jaar onder totale politiebewaking. Bij het begin van zijn ontmoeting met de journalisten excuseerde hij zich ervoor dat hij hetzelfde zou zeggen als bij zijn aanstelling: dat het onaanvaardbaar is dat je als inwoner van Brussel het risico loopt tegen een verdwaalde kogel aan te lopen. In twaalf maanden tijd zijn er 150 schietincidenten geweest; dat zou voor elke politicus onaanvaardbaar moeten zijn.
Maar niet in Brussel. Moinil vindt dat de Brusselse verantwoordelijken niet naar hem luisteren. Keihard was ook toen hij vertelde dat er al burgerslachtoffers gevallen zijn. Bij de talrijke gewonden was een toevallige voorbijganger die door schotwonden nu volledig verlamd is. Moinils sterkte is dat hij niemand spaart en zijn uitleg altijd deskundig is. Hij wees ook op de frustratie van de politie die mensen aanhoudt die een dag later weer vrij rondlopen. En dat vele, zeer jonge Fransen door de drugsbendes hier zijn geïmporteerd; Brusselaars worden actief ingezet in de onderwereld van Marseille.
Dringt het besef nu eindelijk door dat we in Brussel te maken hebben met een meedogenloze drugsmaffia die vanuit het buitenland wordt geleid? Nog erger zijn de godfathers die vanuit Brusselse gevangenissen moordaanslagen bevelen. Moinil begrijpt niet dat het onmogelijk blijkt om gsm-signalen uit een cel te blokkeren.
Velen bevoegd, niemand verantwoordelijk
Jarenlang hebben de drugsbendes hun activiteiten vrijwel ongestoord kunnen ontplooien en professionaliseren. Hun werd nauwelijks iets in de weg gelegd. Een harde aanpak van die groeiende criminaliteit over de gemeentegrenzen was ondenkbaar. Gemeentegrenzen waren heilig. De bestuurlijke warboel en de passiviteit van de overheid waren een teken voor de drugsmaffia dat ze zonder veel risico hun gang konden gaan.
In het Brussels Gewest zijn zeer velen bevoegd, maar niemand is echt verantwoordelijk. Daarbij bestond er in 'progressieve' kringen te lang een tolerantie voor softdrugs en vanuit activistische hoek een weerstand tegen elke politie-interventie. Jean Spinette (PS), nu burgemeester van Sint-Gillis, verzette zich als schepen hevig tegen de nabijheidspolitie van zijn voorganger Charles Picqué (PS). Ook in andere kanaalgemeenten met socialistisch bestuur liet men te vaak begaan: het Anderlechtse Kuregem was een no-gozone geworden, waar tien jaar lang geen parkeercontroles werden gedaan, omdat dat niet naar de zin was van lokale potentaten.
En al jaren geleden konden jeugdbendes in Molenbeek ongestraft bussen van De Lijn en brandweerwagens bekogelen. Brussel-Stad en Sint-Gillis lieten de middenberm van de boulevards bij Brussel-Zuid en de metrowerven uitgroeien tot een ideaal labyrint voor dealers. Naar het protest van de bewoners, onder wie schrijfster Lize Spit, werd niet geluisterd. De Brusselse bestuurders weten het altijd beter.
Vijf over twaalf
Minister-president Dilliès beseft dat het al vijf over twaalf is. Dankzij procureur Moinil kan hij misschien een kentering op gang brengen. Dan zal hij wel eerst met een scherp mes de overtollige stukken van de Brusselse lasagne van duizend mandatarissen moeten wegsnijden. En voor hij het federale niveau hulp gaat vragen, bewijzen dat Brussel zelf toch enigszins orde op zaken kan stellen.
KioskNews shows a cleaned-up reading view extracted from the publisher’s page — the original always lives on their site, not ours.